Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD6697

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-07-2008
Datum publicatie
09-07-2008
Zaaknummer
200704472/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 mei 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Lochem (hierna: de raad) bij besluit van 25 september 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Uitbreiding camping De Huurne".

Wetsverwijzingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 28
Wet op de Ruimtelijke Ordening 54
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2008/3822
ABkort 2008/307
JOM 2008/601
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200704472/1.

Datum uitspraak: 9 juli 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de coöperatieve vereniging met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatieve Vereniging van Eigenaars Calluna u.a., gevestigd te Harfsen, gemeente Lochem, en anderen,

appellanten,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Lochem (hierna: de raad) bij besluit van 25 september 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Uitbreiding camping De Huurne".

Tegen dit besluit hebben de coöperatieve vereniging met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatieve Vereniging van Eigenaars Calluna u.a. (hierna: de Vereniging) en anderen, bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 juli 2007, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 juli 2007.

Het college van burgemeester en wethouders van Lochem heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [eigenaar], van camping De Huurne, een schriftelijke uiteenzetting gegegeven.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht. Het college van burgemeester en wethouders van Lochem, de Vereniging en anderen en [eigenaar] hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 juni 2008, waar de Vereniging en anderen, vertegenwoordigd door A.S. Louter en het college, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, zijn verschenen. Voorts zijn als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door ing. A. Stortelder, en [eigenaar], in persoon.

2. Overwegingen

2.1. Het beroep is, naast de Vereniging, ingesteld door [appellant A], [appellant B] en [appellant C] (hierna: [appellanten B en C]), de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Doorzigt B.V. (hierna: Doorzigt) en [appellanten D].

2.2. [appellanten C] heeft geen zienswijze tegen het ontwerpplan naar voren gebracht bij de raad. Ingevolge de artikelen 54, tweede lid, aanhef en onder d, en 56, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 27 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) en artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), kan beroep slechts worden ingesteld tegen het goedkeuringsbesluit van het college door de belanghebbende die tegen het ontwerpplan tijdig een zienswijze bij de raad naar voren heeft gebracht.

Dit is slechts anders voor zover de raad bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp, dan wel indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht. Geen van deze omstandigheden doet zich voor. Het beroep, voor zover ingesteld door [appellanten C], is dan ook niet-ontvankelijk.

2.3. Ingevolge artikel 54, aanhef en tweede lid, onder d, van de WRO kan door een belanghebbende bij de Afdeling beroep worden ingesteld tegen een besluit als het aan de orde zijnde.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.4. Het plan voorziet in een uitbreiding van camping De Huurne, aan de Harfsensesteeg 15 in Harfsen. [appellant A] en [appellanten D] wonen op een afstand van meer dan twee kilometer van het plangebied. [appellant B] woont op een afstand van meer dan één kilometer van het plangebied. Vanuit hun woningen hebben zij geen zicht op het plangebied.

Doorzigt is blijkens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd te [plaats] en houdt kantoor aan de [locatie] te [plaats], op een afstand van meer dan twee kilometer van het plangebied. Blijkens de bedrijfsomschrijving in het handelsregister verleent Doorzigt adviezen en diensten op het gebied van vervoer en verkeer en geeft zij adviezen en cursussen op het gebied van biografisch onderzoek. Vanuit haar kantoor bestaat geen zicht op het plangebied.

Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die in het plangebied mogelijk worden gemaakt, zijn de genoemde afstanden naar het oordeel van de Afdeling te groot om te kunnen spreken van een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang. Voorts hebben [appellant A], [appellanten D] en [appellant B] geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat zij ondanks deze afstand in een objectief en persoonlijk belang rechtstreeks door het besluit zouden worden geraakt. Een louter gevoel van betrokkenheid bij een besluit, hoe sterk dat gevoel ook is, is daarvoor niet voldoende. Doorzigt heeft evenmin feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief belang van haar rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt. Gelet op de bedrijfsomschrijving van Doorzigt in het handelsregister is evenmin gebleken dat Doorzigt door het besluit in haar bedrijfsvoering wordt geraakt.

De conclusie is dat [appellant A], [appellanten D], [appellant B] en Doorzigt geen belanghebbenden zijn bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, zodat zij daartegen ingevolge artikel 54, tweede lid, aanhef en onder d, van de WRO, geen beroep kunnen instellen. Het beroep, voor zover ingesteld door [appellant A], [appellanten D], [appellant B] en Doorzigt is dan ook niet-ontvankelijk.

2.5. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de statuten heeft de Vereniging ten doel het behartigen van de algemene belangen van de leden/eigenaren van in het park Calluna gelegen recreatiewoningen met erven aan de Deventerdijk te Harfsen en het bevorderen van de goede en ordelijke gang van zaken op het park Calluna, in het bijzonder door in het bedrijf dat de Vereniging ten behoeve van de leden uitoefent zorg te dragen voor het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en het toezicht op alle zaken die zich op het park bevinden en aldus te voorzien in de op het park betrekking hebbende stoffelijke behoeften van de leden.

Ingevolge het tweede lid, van dat artikel tracht de Vereniging haar doel onder meer te bereiken door een zinvol beheer van de in het park gelegen opstallen, wegen, terreinen, kabels, leidingen en voorzieningen, waarover de Vereniging beschikt of het opzicht heeft, door het leggen en bevorderen van onderlinge en persoonlijke contacten, het bevorderen van een aangenaam en met de omgeving harmoniërend leefklimaat in het park Calluna, het opstellen van gedragsregels, het sluiten van overeenkomsten met leden en anderen tot het verrichten van leveringen en diensten door de Vereniging, het mede namens de leden aangaan van overeenkomsten ter zake van het beheer, onderhoud en exploitatie van voorzieningen en ter zake van diensten, leveringen, eventuele collectieve verzekeringen en werkzaamheden ten behoeve van het park en de leden/eigenaren.

2.5.1. Ingevolge artikel 1:2, derde lid, van de Awb worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Uit onder meer de uitspraak van de Afdeling van 23 augustus 2006, zaak nr. 200507730/1, volgt dat een belangenorganisatie die voor het belang van haar leden opkomt, daarmee opkomt voor een collectief belang, tenzij het tegendeel blijkt.

2.5.2. Blijkens de statuten stelt de Vereniging zich ten doel het behartigen van de algemene belangen van haar leden, zijnde de eigenaren van de recreatiewoningen. Het belang van haar leden waarvoor de Vereniging opkomt, is derhalve een belang dat zij, gelet op haar statutaire doelstelling beoogt te behartigen. Bepalend is echter of kan worden aangenomen dat de Vereniging door het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan dat voorziet in de uitbreiding van een naastgelegen camping, rechtstreeks wordt getroffen in dat belang dat zij behartigt.

2.5.3. Het plan voorziet in een uitbreiding van camping De Huurne met onder meer 100 kampeerplaatsen, 10 trekkershutten, een sanitairgebouw en een midgetgolfbaan met speeltoestellen. Het park Calluna ligt op een afstand van ongeveer 125 meter ten noordwesten van het plangebied. Tussen het park Calluna en het plangebied liggen de bestaande camping De Huurne en een weg. De bestaande camping is aan de zijde die grenst aan het park Calluna voorzien van een groenstrook met bomen en overige opgaande beplanting. Voorts voorziet het voorliggende plan in een afschermende groensingel met een breedte van ongeveer 25 meter tussen de bestaande camping en de voorziene uitbreiding. Vanuit het park bestaat geen zicht op het plangebied. Uit de stukken is gebleken dat de voorgenomen uitbreiding aansluit bij de bestaande extensieve opzet van de camping met ruime plekken, veel groen en geen nachtverlichting. Uit het verhandelde ter zitting is daarnaast gebleken dat het plangebied zal worden ontsloten via de Harfsensesteeg en niet via de Deventerdijk en dat het plan derhalve niet zal leiden tot extra verkeer bij het park Calluna en de daarin gelegen recreatiewoningen. Ter zitting heeft de Vereniging bovendien aangegeven geen geluidsoverlast te vrezen van het voorliggende plan.

Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die in het plangebied mogelijk worden gemaakt en de ruimtelijke omstandigheden ter plaatse, is de afstand tussen het park Calluna en het plangebied naar het oordeel van de Afdeling te groot om te kunnen spreken van een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang. Dat de Vereniging heeft gesteld dat voor aantasting van de Gorsselse Heide en de natuur- en de landschappelijke waarden in de omgeving wordt gevreesd, maakt dat niet anders, nu dat belang, gelet op de statutaire doelstelling van de Vereniging, evenmin als een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang van de Vereniging kan worden aangemerkt. Voorts heeft de Vereniging geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief belang van haar rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt.

2.5.4. De conclusie is dat de Vereniging geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, zodat zij daartegen ingevolge artikel 54, tweede lid, aanhef en onder d, van de WRO, geen beroep kan instellen. Het beroep, voor zover ingesteld door de Vereniging, is dan ook niet-ontvankelijk.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, voorzitter, en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt en mr. G.N. Roes, leden, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van Staat.

w.g. Oosting w.g. Van Dorst

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2008

357-525.