Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD6122

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-02-2008
Datum publicatie
02-07-2008
Zaaknummer
200708411/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 september 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel (hierna: het college) het verzoek van [appellant] om het treffen van bestuurlijke handhavingsmaatregelen ten aanzien van de inrichting aan de [locatie] te [plaats], gedreven door [vergunninghoudster], afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200708411/1.

Datum uitspraak: 2 juli 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 september 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel (hierna: het college) het verzoek van [appellant] om het treffen van bestuurlijke handhavingsmaatregelen ten aanzien van de inrichting aan de [locatie] te [plaats], gedreven door [vergunninghoudster], afgewezen.

Bij besluit van 23 oktober 2007 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het primaire besluit in zoverre herroepen en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 december 2007, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 juni 2008, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. C. Lubben, en het college, vertegenwoordigd door mr. S. Lemstra, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 7:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) vindt, indien het bezwaar ontvankelijk is, op grondslag van het bestreden besluit een heroverweging daarvan plaats. Ingevolge het tweede lid herroept het bestuursorgaan, voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in plaats daarvan een nieuw besluit.

2.2. [appellant] betoogt dat het college in het bestreden besluit ten onrechte geen consequentie heeft getrokken uit het gedeeltelijk gegrond verklaren van zijn bezwaarschrift.

2.2.1. Het college heeft bij het bestreden besluit van 23 oktober 2007 het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om handhaving van [appellant] gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit van 12 september 2006 in zoverre herroepen. Het college heeft daarbij tevens aangegeven vergunninghouder te verzoeken en zonodig te sommeren het reinigen en ontsmetten van de vleeskuikenstallen overdag te laten plaatsvinden en voorschrift 2.4 van de verleende milieuvergunning na te leven. Bij brief van 29 oktober 2007 heeft het college vergunninghoudster daartoe inmiddels verzocht.

2.2.2. Artikel 7:11 van de Awb brengt met zich dat het college in deze niet heeft kunnen volstaan met slechts een gegrondverklaring van een deel van de bezwaren en herroeping van het primaire besluit. Het college had gelijktijdig een nieuw besluit strekkende tot een inhoudelijk oordeel over het verzoek tot het toepassen van handhavingsmiddelen moeten nemen. Nu het college dit heeft nagelaten, is het bestreden besluit in zoverre in strijd met artikel 7:11, tweede lid, van de Awb.

De beroepsgrond slaagt.

2.3. Voor zover het bezwaar ongegrond is verklaard, voert [appellant] aan dat het mengen van gewasbeschermingsmiddelen is aangevraagd noch vergund. Ook in zoverre wordt volgens hem de vergunning overtreden. Het college was dan ook bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom, aldus [appellant].

2.3.1. Vergunning is, gelet op vergunningvoorschrift 3.2, mede verleend voor het aanmaken van bestrijdingsmiddelen, waartoe eveneens gewasbeschermingsmiddelen worden gerekend. Onder het aanmaken van bestrijdingsmiddelen dient (mede) te worden verstaan het mengen daarvan. In zoverre is het mengen van gewasbeschermingsmiddelen vergund. Nu zich in zoverre geen overtreding heeft voorgedaan, was het college niet bevoegd handhavend op te treden. Het bezwaar tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is dan ook terecht ongegrond verklaard.

De beroepsgrond faalt.

2.4. Het beroep is gedeeltelijk gegrond. Het bestreden besluit op bezwaar komt voor vernietiging in aanmerking voor zover niet een nieuw besluit is genomen strekkende tot een inhoudelijk oordeel over het verzoek tot het toepassen van handhavingsmiddelen. Het college dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen.

2.5. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel van 23 oktober 2007, voor zover daarbij niet een nieuw besluit is genomen strekkende tot een inhoudelijk oordeel over het verzoek tot het toepassen van handhavingsmiddelen;

III. draagt het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

IV. verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Wûnseradiel aan [appellant] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald.

VI. gelast dat de gemeente Wûnseradiel aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 143,00 (zegge: honderddrieënveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Drouen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2008

375-579.