Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD6080

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-02-2008
Datum publicatie
02-07-2008
Zaaknummer
200707435/1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2007:BB6163, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 september 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe (hierna: het college) het verzoek van de Stichting Het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending (hierna: de Stichting) van 30 augustus 2005 om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van de firma Fruitconsult (hierna: Fruitconsult) op het perceel Lingewal 1 te Randwijk (hierna: het perceel) aangehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200707435/1.

Datum uitspraak: 2 juli 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting "Stichting DLO" en de Universiteit van Wageningen, beide gevestigd te Wageningen,

appellanten,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/3736 van de rechtbank Arnhem van 13 september 2007 in het geding tussen:

de stichting "Stichting Het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending", gevestigd te Hemmen, gemeente Overbetuwe,

en

het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 september 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe (hierna: het college) het verzoek van de Stichting Het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending (hierna: de Stichting) van 30 augustus 2005 om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van de firma Fruitconsult (hierna: Fruitconsult) op het perceel Lingewal 1 te Randwijk (hierna: het perceel) aangehouden.

Bij besluit van 13 december 2005 heeft het college dat verzoek van de Stichting afgewezen.

Bij besluiten van 31 mei 2006 heeft het college de door de Stichting tegen deze besluiten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard en het besluit van 13 december 2005 gehandhaafd.

Bij uitspraak van 13 september 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het door de Stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de besluiten van 31 mei 2006 vernietigd, het bezwaar tegen het besluit van 14 september 2005 niet-ontvankelijk verklaard, bepaald dat het college voor de kosten in de bezwaarfase € 80,50 dient te vergoeden, dat de uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit en dat het college een nieuw besluit neemt op het bezwaar tegen het besluit van 13 december 2005. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben Stichting DLO en de Universiteit van Wageningen (hierna: DLO en de Universiteit) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 oktober 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 november 2007.

De Stichting heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 mei 2008, waar DLO en de Universiteit, vertegenwoordigd door mr. F.W. van Dijk, advocaat te Wageningen, en [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. M. Wasser, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de Stichting, vertegenwoordigd door mr. E.H.M. Harbers, advocaat te Arnhem, en [gemachtigde], gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Op het perceel is een proefstation, ook wel fruitteeltpraktijkcentrum genoemd, gevestigd. Het proefstation is onderdeel van de Universiteit. DLO is eigenaar van de gronden waarop het proefstation is gevestigd en van de gebouwen op het perceel. DLO heeft een samenwerkingsverband met de Universiteit; zij exploiteren samen het proefstation. Het adviesbureau Fruitconsult is gevestigd in één van de gebouwen behorende bij het proefstation. De Stichting is eigenaresse van een landgoed dat grenst aan het perceel.

2.2. Nu de Universiteit eigenaar is van de gronden noch de gebouwen, valt niet in te zien dat haar belangen rechtstreeks zijn betrokken bij het besluit van 13 december 2005. Derhalve kan zij niet als belanghebbende worden aangemerkt in de zin van artikel 37, eerste lid, van de Wet op de Raad van State, gelezen in samenhang met artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Het hoger beroep, voor zover ingesteld door de Universiteit, dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.3. Ten tijde van het besluit van 13 december 2005 rustte ingevolge het bestemmingsplan "Buitengebied Proefstation Fruit- en Boomteelt 1999-2003" (hierna: het nieuwe bestemmingsplan) op het perceel de bestemming "Proefstation" en de aanduiding "Bestemmingsvlak I". Bij uitspraak van 3 mei 2006 in zaak nr. 200506411/1, voor zover thans van belang, heeft de Afdeling het besluit van 21 juni 2005 van het college van gedeputeerde staten van Gelderland betreffende de goedkeuring van het nieuwe bestemmingsplan vernietigd, voor zover het betreft de goedkeuring van het plandeel met de bestemming "Proefstation" en de aanduiding "Bestemmingsvlak I". Tengevolge daarvan rustte ten tijde van het besluit op bezwaar, 31 mei 2006, op het perceel ingevolge het bestemmingsplan "Buitengebied Praktijkonderzoek Fruit- en Boomteelt 1999" (hierna: het oude bestemmingsplan) de bestemming "Plantaardig praktijkonderzoek, bestemmingsvlak I".

2.4. Ingevolge artikel 5, aanhef en eerste lid, sub a, onderdeel 1, van de voorschriften van het oude bestemmingsplan is de op de kaart voor "Plantaardig praktijkonderzoek" aangewezen grond in bestemmingsvlakken I bestemd voor: ontvangstruimten, (bedrijfs)gebouwen, een warmtekrachtcentrale, opslagruimten, kassen, tunnels en teeltkappen ten dienste van praktijkonderzoek voor fruit- en boomteelt. Aan de zinsnede "kantoren, laboratoria" die in deze bepaling, zoals opgesteld door de gemeenteraad, was opgenomen, is goedkeuring onthouden.

Ingevolge artikel 10, eerste lid, van de voorschriften van dit plan is het verboden opstallen -of delen daarvan- en gronden te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming.

2.5. DLO betoogt dat de rechtbank, door te overwegen dat niet vaststaat dat de activiteiten van Fruitconsult in overeenstemming zijn met het oude bestemmingsplan, heeft miskend dat die activiteiten dat wel zijn. Zij wijst in dit verband naar hetgeen in eerste aanleg is gesteld, in het bijzonder naar het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank van 13 maart 2007. Zij wijst er voorts op dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de definitie van proefstation, die in het nieuwe bestemmingsplan is gegeven.

2.5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 3 mei 2006 in zaak nr. 200507906/1) brengt onthouding van goedkeuring aan de zinsnede "kantoren, laboratoria" in artikel 5, aanhef en eerste lid, sub a, onderdeel 1, van de planvoorschriften niet met zich dat op het plandeel in bedrijfsgebouwen slechts locatiegebonden onderzoek, dat uitsluitend betrekking heeft op ter plekke gekweekte gewassen mag plaatsvinden, en is in deze voorschriften geen onderzoek uitgesloten, dat betrekking heeft op gewassen die niet ter plekke zijn gekweekt, mits gelieerd aan het praktijkonderzoek dat op het proefstation wordt verricht. Derhalve dient in dit verband de vraag te worden beantwoord of Fruitconsult onderzoek verricht dat is gelieerd aan het praktijkonderzoek dat op het proefstation wordt verricht.

Uit het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank kan worden geconcludeerd dat DLO daar de wisselwerking tussen Fruitconsult en het proefstation heeft benadrukt. Ter zitting van de Afdeling heeft DLO voorts toegelicht dat Fruitconsult hét bedrijf in Nederland is dat zich bezighoudt met voorlichting op het gebied van fruit en dat er een feitelijk samenwerkingsverband is tussen het proefstation en Fruitconsult: Fruitconsult zet vragen van fruittelers uit bij het proefstation en in het proefstation worden onderzoeken verricht op basis waarvan Fruitconsult advies geeft. Fruitconsult beantwoordt ook zelf vragen van telers. Het samenwerkingsverband blijkt volgens DLO niet uit een juridische overeenkomst. Het enige contract dat is gesloten tussen DLO en Fruitconsult is de huurovereenkomst voor het gebouw waarin Fruitconsult is gevestigd.

Deze toelichting in aanmerking genomen is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Fruitconsult zelf onderzoek verricht. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat niet vaststaat dat de activiteiten van Fruitconsult in overeenstemming zijn met het oude bestemmingsplan. Dat in het nieuwe bestemmingsplan een andere definitie van proefstation wordt gegeven, is niet relevant, omdat dit ten tijde van het besluit op bezwaar niet gold voor het perceel.

2.6. DLO betoogt voorts dat de rechtbank, na ambtshalve de feiten te hebben aangevuld door de website van Fruitconsult in haar overwegingen te betrekken, ten onrechte heeft nagelaten partijen de gelegenheid te geven zich over de op die website verkregen informatie uit te laten.

2.6.1. Dit betoog slaagt niet. Volgens het eerder vermelde proces-verbaal is de website van Fruitconsult ter zitting door de Stichting aan de orde gesteld en is informatie voorgelezen zoals die daarop voorkomt. Er is dus geen sprake van het ambtshalve aanvullen van feiten. Voorts heeft de rechtbank op 28 maart 2007 het onderzoek heropend om Fruitconsult in de gelegenheid te stellen als partij in de zin van artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht aan het geding deel te nemen. Fruitconsult, het college, DLO en de Universiteit en de Stichting hebben bij verklaringen van onderscheidenlijk 16 maart (lees: april) 2007, 23 april 2007, 25 april 2007 en 8 mei 2007 toestemming gegeven om uitspraak te doen zonder dat een nadere zitting plaatsvindt. Partijen hebben derhalve de gelegenheid gehad om alsnog te reageren op de door de Stichting in de procedure ingebrachte website van Fruitconsult.

2.7. Het hoger beroep, voor zover ingesteld door DLO, is ongegrond.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep, voor zover ingediend door de Universiteit, niet-ontvankelijk;

II. bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. G.J. van Muijen, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Lodder

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2008

17-488.