Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD6070

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-02-2008
Datum publicatie
02-07-2008
Zaaknummer
200803562/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 26 maart 2008 in zaak nr. 200707134/2, heeft de Afdeling het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van [appellant] van 15 mei 2007 tegen het uitblijven van een besluit op zijn verzoek aan het college van burgemeester en wethouders van Eersel (hierna: het college) van 8 maart 2007 tot het treffen van handhavingsmaatregelen ten aanzien van een transportbedrijf, een inrichting voor de op- en overslag van hekwerken, alsmede een hondenfokkerij op het perceel [locatie] te [plaats], vernietigd en het college opgedragen met inachtneming van deze uitspraak binnen 6 weken na verzending hiervan een nieuw besluit te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200803562/1.

Datum uitspraak: 2 juli 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Eersel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 26 maart 2008 in zaak nr. 200707134/2, heeft de Afdeling het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van [appellant] van 15 mei 2007 tegen het uitblijven van een besluit op zijn verzoek aan het college van burgemeester en wethouders van Eersel (hierna: het college) van 8 maart 2007 tot het treffen van handhavingsmaatregelen ten aanzien van een transportbedrijf, een inrichting voor de op- en overslag van hekwerken, alsmede een hondenfokkerij op het perceel [locatie] te [plaats], vernietigd en het college opgedragen met inachtneming van deze uitspraak binnen 6 weken na verzending hiervan een nieuw besluit te nemen.

Tegen het uitblijven van een nieuw besluit heeft [appellant] bij brief van 14 mei 2008, bij de Raad van State ingekomen op 15 mei 2008 beroep ingesteld.

Er zijn nadere stukken ontvangen van het college. Deze zijn aan de andere partijen doorgezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 juni 2008, waar [appellant] vertegenwoordigd door mr. W. Krijger, en het college, vertegenwoordigd door mr. P.M.H.M. Bakermans zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Niet gebleken is dat het college inmiddels gevolg heeft gegeven aan voormelde uitspraak.

Het college was, gelet op het systeem van de Algemene wet bestuursrecht zoals dat blijkt uit artikel 8:72, vierde en vijfde lid, in onderlinge samenhang gelezen, gehouden om binnen de gestelde termijn aan de bovengenoemde uitspraak gevolg te geven. Nu het college dit niet heeft gedaan heeft het in strijd met het systeem van de Algemene wet bestuursrecht zoals hiervoor bedoeld gehandeld.

2.2. Het beroep is gegrond. Het niet tijdig nemen van een besluit dat ingevolge artikel 6:2 van de Algemene wet bestuursrecht voor de toepassing van wettelijke voorschriften over beroep met een besluit gelijk wordt gesteld, dient te worden vernietigd. Het college dient een besluit op het bezwaarschrift te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen.

2.3. [appellant] heeft de Afdeling verzocht het college op de voet van artikel 8:73, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de door hem geleden schade, bestaande uit de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. In dit verband heeft hij aangevoerd dat die kosten aanzienlijk hoger zijn dan de op grond van het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht vast te stellen proceskostenvergoeding.

2.3.1. In artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met de bepalingen in het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht, is een specifieke regeling neergelegd voor de kosten van onder meer rechtsbijstand in procedures, waarop hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing of van overeenkomstige toepassing is. Proceskosten die verband houden met de behandeling van het beroep dan wel de voorlopige voorziening en die de op grond van voormelde regeling toe te kennen proceskostenvergoeding te boven gaan, kunnen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking komen op basis van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht, welk artikel betrekking heeft op vergoeding van schade. Gelet hierop dient het verzoek om schadevergoeding te worden afgewezen.

2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;

III. draagt het college van burgemeester en wethouders van Eersel op om binnen 3 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

IV. wijst het verzoek om schadevergoeding af;

V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Eersel tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 402,50 (zegge: vierhonderdtwee euro en vijftig cent) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Eersel aan [appellant] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VI. gelast dat de gemeente Eersel aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Taal

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2008

325.