Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD6067

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
02-07-2008
Zaaknummer
200802770/2
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 2 mei 2006 en 4 mei 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van twee woontorens met 176 appartementen en een parkeerkelder aan de Wormerhoek te Capelle aan den IJssel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802770/2.

Datum uitspraak: 25 juni 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], gevestigd te [plaats], en anderen,

tegen de uitspraak in zaken nrs. 07/588, 07/614, 07/657, 07/658 en 07/659 van de rechtbank Rotterdam van 5 maart 2008 in het geding tussen:

[verzoekster] en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel.

1. Procesverloop

Bij besluiten van 2 mei 2006 en 4 mei 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van twee woontorens met 176 appartementen en een parkeerkelder aan de Wormerhoek te Capelle aan den IJssel.

Bij besluit van 9 januari 2007 heeft het college op de door onder meer [verzoekster] en anderen daartegen gemaakte bezwaren beslist en deze, voor zover thans van belang, gedeeltelijk gegrond verklaard en de besluiten van 2 mei 2006 en 4 mei 2006, onder aanvulling van de motivering, in stand gelaten. Het college heeft daarbij aan het besluit van 2 mei 2006 een voorwaarde verbonden.

Bij uitspraak van 5 maart 2008, verzonden op 6 maart 2008, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank), voor zover thans van belang, het door [verzoekster] e.a. daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 9 januari 2007 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven.

Tegen deze uitspraak hebben [verzoekster] e.a. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 april 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 juni 2008.

Bij eerstgenoemde brief hebben [verzoekster] e.a. de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 juni 2008, waar [verzoekster] e.a., vertegenwoordigd door [directeur] van [verzoekster], bijgestaan door mr. D.A. Cleton en mr. A.G. van Keulen, beiden werkzaam bij Cleton & Com, Vastgoed- en ruimtelijke ontwikkeling te Rotterdam, vergezeld door ing. M. Groen, werkzaam bij SIGHT adviseurs voor milieu en landschap B.V., en het college, vertegenwoordigd door mr. B. Huizenaar en L. Verschoor, ambtenaren in dienst van de gemeente, vergezeld door ing. S. Haghighat en ing. A.M. de Reuver, ambtenaren in dienst van DCMR Milieudienst Rijnmond, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting vergunninghouder, vertegenwoordigd door mr. G.A. van der Veen, advocaat te Rotterdam, als belanghebbende gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Genomen besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit uitgangspunt geldt temeer, indien, zoals in dit geval, een meervoudige kamer van de rechtbank de besluiten als niet onrechtmatig heeft beoordeeld.

2.3. De ruimtelijke onderbouwing voor de verleende vrijstelling wordt gevormd door het rapport "176 appartementen Wormerhoek, ruimtelijke onderbouwing ex artikel 19, lid 2 WRO" van mei 2006, opgesteld door de gemeente Capelle aan den IJssel. Voorshands bestaat geen grond voor het oordeel dat, met uitzondering van de geluidsaspecten, de ruimtelijke onderbouwing niet voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt.

2.4. Bij besluit op bezwaar van 9 januari 2007 heeft het college aan het vrijstellingsbesluit van 2 mei 2006 de voorwaarde verbonden dat door vergunninghoudster afdoende (bron-)maatregelen worden getroffen ter voorkoming van overschrijding van de voor de inrichtingen op het bedrijventerrein Wormerhoek geldende geluidsvoorschriften. Deze voorwaarde is door het college blijkens het besluit op bezwaar aan de verleende vrijstelling verbonden teneinde te voorkomen dat door ingebruikneming van de woontorens een aantal op het bedrijventerrein Wormerhoek gevestigde inrichtingen, waaronder met name [verzoekster], niet meer aan de voor hen geldende geluidsvoorschriften kunnen voldoen.

2.5. Naar het oordeel van de voorzitter is niet op voorhand buiten twijfel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de aan de vrijstelling verbonden voorwaarde handhaafbaar en in rechte afdwingbaar is. Ter zitting van de voorzitter is ook niet genoegzaam gebleken dat vergunninghoudster op dit moment aan de gestelde voorwaarde kan voldoen. Ter zitting van de voorzitter is echter eveneens gebleken dat de woontorens niet eerder dan eind 2009 in gebruik kunnen worden genomen. Voorts is ter zitting gebleken dat de verhuurder aan [verzoekster] per 1 januari 2010 de huur van het pand op het bedrijventerrein Wormerhoek heeft opgezegd. Onder deze omstandigheden bestaat thans onvoldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Derhalve dient het verzoek te worden afgewezen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Krol, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Krol

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2008

494.