Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD5353

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
25-06-2008
Zaaknummer
200800619/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 november 2007 heeft de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de minister) de aanvraag van het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (hierna: het college) om een voorbereidingssubsidie ten behoeve van het saneringsprogramma "Saneringsschermen A28 Amersfoort" afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2010/587
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200800619/1.

Datum uitspraak: 25 juni 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort,

appellant,

en

de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 november 2007 heeft de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de minister) de aanvraag van het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (hierna: het college) om een voorbereidingssubsidie ten behoeve van het saneringsprogramma "Saneringsschermen A28 Amersfoort" afgewezen.

Bij besluit van 18 december 2007 heeft de minister het door het college hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 januari 2008, beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juni 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. Tj.P. Grünbauer, advocaat te Amersfoort, en P. Richters en ing. B.H. Willighagen, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, en de minister, vertegenwoordigd door mr. J.J. Kerssemakers en A. van Kessel, beiden werkzaam voor het ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6, aanhef en onder a, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai (Stcrt. 2006, 247) komen niet in aanmerking voor een subsidie maatregelen die getroffen worden met geldelijke steun op grond van de ‘Nadere regels voor de uitvoering van geluidsanering ten laste van Rijkswaterstaat bij het uitvoeren van werkzaamheden aan rijkswegen ter vergroting van de capaciteit c.q. het uitvoeren van verbeteringswerken aan rijkswegen’ (bijlage bij de circulaires van 24 december 1991, MBG 20d91010 en MBG 23d91003, Stcrt. 1992, 58) (hierna: de R/S regeling).

2.1.1. Volgens de R/S regeling heeft haar toepassingsgebied uitsluitend betrekking op situaties waarin het gaat om:

- woningen die voldoen aan de omschrijving van artikel 88, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet geluidhinder (dat wil zeggen dat op 1 maart 1986 de woningen en de weg aanwezig waren, de laatste al dan niet in reconstructie);

- èn er ter plaatse werkzaamheden, als nader gedefinieerd, aan rijkswegen worden verricht;

- èn de geluidbelasting van de woningen, voor reconstructie, reeds hoger is dan 55 dB(A);

- èn voor die woningen nog geen grenswaarden op grond van de Wet geluidhinder zijn vastgesteld.

2.1.2. De R/S regeling verstaat onder werkzaamheden aan de weg:

- of toevoegen van rijstroken, met uitzondering van het toevoegen van een rijstrook welke uitsluitend is bestemd voor het openbaar vervoer,

- of blijvende asverleggingen van rijbanen;

- of wijziging van de hoogteligging van de weg, anders dan te rekenen tot normaal onderhoud;

- of wijziging van het wegdek als gevolg waarvan de emissie blijvend toeneemt;

- of combinaties van bovenvermelde werkzaamheden.

2.1.3. In de R/S regeling is voorts vermeld dat onder meer het gebruik van de vluchtstrook als tijdelijke rijstrook gedurende de dagperiode (van 7.00 uur tot 19.00 uur) van de regeling is uitgesloten.

2.2. De minister heeft de aanvraag tot het verkrijgen van een voorbereidingssubsidie ten behoeve van het saneringsprogramma "Saneringsschermen A28 Amersfoort" op grond van artikel 6, onder a, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai afgewezen, omdat de maatregelen getroffen worden met geldelijke steun op grond van de R/S regeling. Dit is volgens de minister het geval omdat de in het saneringsprogramma beschreven maatregelen betrekking hebben op een traject waarop van toepassing zijn de in bijlage B bij de Spoedwet wegverbreding (Stb. 2003, 256) vermelde projecten 18 (de aanleg van een spitsstrook op het traject Utrecht - Leusden Zuid) en 19 (de aanleg van een plusstrook op het traject Leusden Zuid - knooppunt Hoevelaken).

2.3. Het college betoogt dat niet is voldaan aan de in de R/S regeling gestelde voorwaarde dat ter plaatse werkzaamheden aan de rijkswegen worden verricht, zodat de R/S regeling niet van toepassing is en artikel 6 van de Subsidieregeling sanering weglawaai niet aan het college had mogen worden tegengeworpen. Volgens het college valt voorts niet uit te sluiten dat in dit geval (alleen) de situatie aan de orde zal zijn dat de vluchtstrook gedurende de dagperiode als tijdelijke rijstrook wordt gebruikt, zodat de R/S regeling ook om die reden toepassing mist.

2.4. De minister wijst er op dat een wegaanpassingsproject noodzakelijkerwijs een voorbereidings- en een realisatiefase kent. Zijns inziens kan ook worden voldaan aan het criterium van de R/S regeling dat "werkzaamheden, als nader gedefinieerd, aan rijkswegen worden verricht" wanneer de werkzaamheden feitelijk nog niet in uitvoering zijn, maar wel in voorbereiding waren. Hoewel de voorbereidingsfase in dit geval veel meer tijd kost dan was voorzien, wordt volgens de minister toch aan het criterium voldaan. De minister stelt zich verder op het standpunt dat uit uitlatingen in de Tweede Kamer valt op te maken dat het de bedoeling is de spitsstrook ook buiten de dagperiode open te stellen en dat dit ook voortvloeide uit een inmiddels ingetrokken wegaanpassingsbesluit. Dit laatste besluit voorzag tevens in een uitbreiding van het asfalt met een strook van 2,5 tot 4 meter.

2.5. Vooropgesteld moet worden dat het enkele feit dat projecten hun grondslag vinden in de Spoedwet wegverbreding, nog niet betekent dat voor de desbetreffende weggedeelten te nemen maatregelen onder de R/S regeling vallen. In dat verband kan er niet aan worden voorbijgezien dat de R/S regeling zelf specifieke, ten dele hiervoor vermelde voorwaarden kent voor haar toepassingsbereik.

Mede gelet op de noodzaak van een voorbereidingsperiode die aan de feitelijke werkzaamheden voorafgaat, moet de in de R/S regeling gestelde voorwaarde dat "er ter plaatse werkzaamheden, als nader gedefinieerd, aan rijkswegen worden verricht", naar het oordeel van de Afdeling redelijkerwijs aldus worden begrepen dat hetzij werkzaamheden feitelijk in uitvoering zijn of zijn geweest, hetzij de voorbereiding in een zodanig stadium verkeert dat uitvoering binnen afzienbare termijn te verwachten valt.

Bij de behandeling van het het beroep is duidelijk geworden dat ten tijde van het besluit van 18 december 2007 geen werkzaamheden "als nader gedefinieerd" aan de A28 Utrecht-Amersfoort (Utrecht-Leusden Zuid en Leusden Zuid-knooppunt Hoevelaken) waren of werden verricht. Voorts is duidelijk geworden dat er destijds geen zicht op was, al dan niet blijkend uit besluitvorming, dat binnen afzienbare termijn met de uitvoering van werkzaamheden zou worden gestart. Een dergelijk zicht is er overigens ook thans nog niet, nu blijkens het verhandelde ter zitting de relevante (gewijzigde) wegaanpassingsbesluiten naar de verwachting van de minister pas in 2011 definitief zullen zijn.

Gelet op het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat de R/S regeling niet van toepassing is op de aanvraag om voorbereidingssubsidie van het college, zodat de in geding zijnde maatregelen niet geacht kunnen worden met geldelijke steun op grond van die regeling getroffen te worden. De minister heeft mitsdien een onjuiste toepassing gegeven aan artikel 6, aanhef en onder a, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai.

2.6. De vraag of (uitsluitend) de situatie aan de orde zal zijn dat de vluchtstrook gedurende de dagperiode als tijdelijke rijstrook wordt gebruikt, behoeft gelet op het vorenstaande geen bespreking meer. Overigens erkent de minister dat de uitlatingen die in de Tweede Kamer zouden zijn gedaan omtrent het gebruik van de vluchtstrook, niet zijn terug te vinden in de Handelingen en dat aan het ingetrokken wegaanpassingsbesluit als zodanig geen betekenis meer toekomt. In verband daarmee is de juistheid van de stelling dat de vluchtstrook ook buiten de dagperiode als rijstrook gebruikt zal mogen worden en dat het asfalt ter plaatse zal worden verbreed, niet komen vast te staan.

2.7. Het beroep is gegrond. Het besluit van 18 december 2007 komt voor vernietiging in aanmerking.

2.8. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 december 2007, kenmerk LMV 2007123918;

III. gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) aan het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.W. Mouton, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Mouton w.g. Sparreboom

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2008

195-209.