Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD5341

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-06-2008
Datum publicatie
25-06-2008
Zaaknummer
200802298/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 februari 2008, kenmerk PZH-2008-44538, heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland bij besluit van 4 december 2007 vastgestelde uitwerkingsplan "Deelplan V, 1e partiële herziening fase 4 (Parkwijk Noord-West)" (hierna: het uitwerkingsplan).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802298/2.

Datum uitspraak: 16 juni 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de verenigingen Vereniging van Eigenaars Parkwijk 1 te Berkel en Rodenrijs en Vereniging van Eigenaars Parkwijk 3 te Berkel en Rodenrijs, beide gevestigd te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 februari 2008, kenmerk PZH-2008-44538, heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland bij besluit van 4 december 2007 vastgestelde uitwerkingsplan "Deelplan V, 1e partiële herziening fase 4 (Parkwijk Noord-West)" (hierna: het uitwerkingsplan).

Tegen dit besluit hebben de verenigingen Vereniging van Eigenaars Parkwijk 1 te Berkel en Rodenrijs en Vereniging van Eigenaars Parkwijk 3 te Berkel en Rodenrijs (hierna: VvE's Parkwijk 1 en 3) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 april 2008, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 april 2008, hebben de VvE's Parkwijk 1 en 3 de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 juni 2008, waar de VvE's Parkwijk 1 en 3, vertegenwoordigd door A.J. Kranenburg, werkzaam bij Kranenburg & de Weerd, adviesbureau voor ruimtelijke ontwikkeling, en [voorzitter] van de VvE Parkwijk 3, en het college, vertegenwoordigd door drs. K.P. Spannenburg, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland, vertegenwoordigd door drs. H. Koornneef, ambtenaar van de gemeente, en Blauwhoed Eurowoningen B.V., vertegenwoordigd door J. Kooijman, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het uitwerkingsplan strekt tot uitwerking van de bestemming "Wonen (uit te werken) -UW-" uit het bestemmingsplan "Meerpolder" (hierna: het bestemmingsplan). Voor het project Parkwijk is voorzien in een opzet met woonblokken in een parkachtige omgeving. Het parkgedeelte wordt daarbij beschouwd als gemeenschappelijke buitenruimte.

Aan de uitwerkingsplicht is eerder uitvoering gegeven door vaststelling van het uitwerkingsplan "Uitwerkingsplan, 1e fase Plandeel V". Dat uitwerkingsplan ziet mede op de gronden die zijn opgenomen in het thans voorliggende uitwerkingsplan. Voor de op deze gronden voorziene woningen zijn onvoldoende kopers gevonden. Besloten is tot herontwikkeling van de hier in het vorige uitwerkingsplan voorziene bouwblokken. Het thans voorliggende uitwerkingsplan maakt hier drie gebouwen met in totaal 54 appartementen mogelijk.

2.3. De VvE's Parkwijk 1 en 3 stellen dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het uitwerkingsplan, in het bijzonder de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" en de aanduiding "gestapelde parkwoningen", en beogen met hun verzoek onomkeerbare gevolgen van de inwerkingtreding van het uitwerkingsplan te voorkomen. Zij voeren aan dat het uitwerkingsplan te veel afwijkt van de bedoeling van het bestemmingsplan om ter plaatse met eengezinswoningen te komen tot een directe relatie tussen wonen en groen. De VvE's Parkwijk 1 en 3 achten het uitwerkingsplan strijdig met artikel 7, twaalfde lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan. Voorts voeren zij aan dat hun woon- en leefklimaat door de hoge bebouwing nabij hun woningen wordt verstoord.

2.4. Artikel 8 van de voorschriften van het bestemmingsplan ziet op de bestemming "Wonen (uit te werken) -UW-". Ingevolge het achtste lid, onder b, sub 5a, wordt binnen het plandeel V "Midden" voor gestapelde woningen uitgegaan van een goothoogte van ten hoogste twaalf meter en een hoogte van ten hoogste vijftien meter.

In het uitwerkingsplan is voor de drie appartementengebouwen voorzien in een maximumhoogte van dertien meter. Voor de goothoogte is geen afzonderlijk maximum bepaald. Niet is gebleken dat met het uitwerkingsplan ter plaatse is voorzien in stedenbouwkundige en/of architectonische accenten waarmee een grotere goothoogte mogelijk zou zijn.

Gelet op het vorenstaande moet het er naar het oordeel van de voorzitter voor worden gehouden dat het uitwerkingsplan ter plaatse gestapelde bebouwing met een goothoogte van dertien meter toelaat, terwijl het maximum op grondslag van het bestemmingsplan twaalf meter is. Het uitwerkingsplan is in zoverre niet in overeenstemming met de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan. Gelet hierop ziet de voorzitter aanleiding met het oog op de goothoogte een voorlopige voorziening te treffen zoals hierna in de beslissing onder I. is aangegeven.

2.5. De voorzitter ziet voor het overige in de bezwaren van de VvE's Parkwijk 1 en 3 geen grond voor het oordeel dat het college het uitwerkingsplan, uitgaande van een maximale goothoogte van twaalf meter, niet in overeenstemming met de uitwerkingsregels of een goede ruimtelijke ordening heeft kunnen houden. In dat verband overweegt hij het volgende.

Artikel 7 van de voorschriften van het bestemmingsplan betreft de beschrijving in hoofdlijnen. Ingevolge artikel 8, derde lid, dient de uitwerking plaats te vinden mede met inachtneming van de beschrijving in hoofdlijnen. Artikel 7, twaalfde lid, geeft onder het kopje 'Beleid met betrekking tot flexibiliteitsbepalingen' voorwaarden aan waaronder medewerking zal worden verleend aan de in het bestemmingsplan opgenomen vrijstellings- en wijzigingsbepalingen. Nu het in dit geval om een uitwerkingsplan gaat, kan, anders dan de VvE's Parkwijk 1 en 3 stellen, reeds om die reden van strijd met voornoemd artikellid niet worden gesproken.

Verder bedraagt de kortste afstand van het meest westelijk voorziene appartementengebouw tot de nabijgelegen woningen op de plankaart gemeten ongeveer dertien meter. Deze afstand bedraagt voor beide andere gebouwen ongeveer 25 meter. Dat drie appartementengebouwen een andere ruimtelijke uitstraling hebben dan de hier indertijd voorziene eengezinswoningen, is buiten twijfel. Dat er goede redenen bestaan voor een andere invulling van dit gebied, acht de voorzitter anderszins voldoende aannemelijk gemaakt. Hij heeft daarbij niet de overtuiging verkregen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de bewoners van de bestaande woningen met de gestapelde woningen niet meer zal zijn gewaarborgd. Daarbij acht hij van belang dat die woongebouwen ten noorden van de bestaande woonblokken zijn voorzien en geheel of grotendeels met de zijgevel naar de bestaande woonblokken zijn gekeerd. De gevolgen voor privacy en bezonning kunnen beperkt worden geacht.

Gelet op het vorenstaande geven de overige bezwaren de voorzitter geen aanleiding tot het treffen van een verder strekkende voorlopige voorziening dan in de beslissing onder I. is aangegeven.

2.6. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. treft de voorlopige voorziening dat voor de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" en de aanduiding "gestapelde parkwoningen" een maximumgoothoogte van twaalf meter geldt;

II. wijst het verzoek voor het overige af;

III. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland tot vergoeding van bij de VvE's Parkwijk 1 en 3 in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de provincie Zuid-Holland aan de VvE's Parkwijk 1 en 3 onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV. gelast dat de provincie Zuid-Holland aan de VvE's Parkwijk 1 en 3 het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Bechinka

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2008

371.