Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD3619

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-06-2008
Datum publicatie
11-06-2008
Zaaknummer
200707399/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 februari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (hierna: het college) een aanvraag van [appellante] om verlening van een monumentenvergunning voor het gedeeltelijk vernieuwen van het pand [locatie] te [plaats] (hierna: het pand) ten behoeve van permanente bewoning ervan afgewezen.

Wetsverwijzingen
Monumentenwet 1988
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2008/457
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200707399/1.

Datum uitspraak: 11 juni 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. AWB 06/2359 van de rechtbank Maastricht van 11 september 2007 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Maastricht.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (hierna: het college) een aanvraag van [appellante] om verlening van een monumentenvergunning voor het gedeeltelijk vernieuwen van het pand [locatie] te [plaats] (hierna: het pand) ten behoeve van permanente bewoning ervan afgewezen.

Bij besluit van 4 oktober 2006 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 september 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Maastricht het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 oktober 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 19 november 2007.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 mei 2008, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. G.J.M. Cartigny, advocaat te Rotterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. D.A. Nymeijer-Hildering, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] heeft het pand op 14 juli 2005 van de gemeente Maastricht gekocht. Op 23 december 2005 heeft zij de desbetreffende overeenkomst ontbonden wegens het uitblijven van de voor de verbouwing van het pand vereiste monumentenvergunning.

2.1.1. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij onder die omstandigheden belang heeft bij het door haar ingestelde hoger beroep. Zij heeft in dat verband weliswaar gesteld dat zij door de weigering schade heeft geleden in de vorm van kosten voor het maken van de bouwplannen door een architect, maar met deze aan de indiening van een aanvraag als deze nu eenmaal verbonden kosten is geen door haar geleden en voor vergoeding in aanmerking komende schade gesteld en tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt. Belang bij het ingestelde hoger beroep is overigens evenmin gebleken.

2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. W. van den Brink en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.E. Larsson-van Reijsen, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Larsson-van Reijsen

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2008

344.