Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD3079

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-06-2008
Datum publicatie
04-06-2008
Zaaknummer
200705919/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Buren (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een dierenpension gelegen aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 11 juli 2007 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2008/2684
JOM 2008/459
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200705919/1.

Datum uitspraak: 4 juni 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Buren,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Buren (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een dierenpension gelegen aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 11 juli 2007 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2007, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 maart 2008 en 25 maart 2008, zijn nadere stukken ontvangen van respectievelijk [appellanten] en vergunninghoudster. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 april 2008, waar [appellanten], bijgestaan door A.H.M. Crone, en het college, vertegenwoordigd door, B.J.M. Oostrik, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is vergunninghoudster, bijgestaan door E.A.M. van Gaal-Gerritsen, advocaat te Tiel, M.E. Verbree en J. Vos, deskundigen, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Op 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) en de daarmee samenhangende wijziging van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking getreden.

In Bijlage 1 onder s van het Activiteitenbesluit worden inrichtingen voor het houden van honden in de buitenlucht als vergunningplichtig aangemerkt. Een andere categorie is op de in de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer omschreven inrichting niet van toepassing. In de onderhavige situatie worden de honden niet in de buitenlucht gehouden. De honden komen slechts korte tijd buiten om uitgelaten te worden. Aangezien hieruit volgt dat voor de bij het bestreden besluit vergunde activiteiten geen vergunning meer is vereist, is de bij dat besluit verleende vergunning vervallen.

Ingevolge artikel 6.1 van het Activiteitenbesluit worden voorschriften die zijn verbonden aan een vóór 1 januari 2008 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning, die vóór die datum in werking en onherroepelijk was, onder omstandigheden als maatwerkvoorschriften aangemerkt. Omdat de bij het bestreden besluit verleende vergunning vóór 1 januari 2008 niet onherroepelijk was, zijn er geen voorschriften die worden aangemerkt als maatwerkvoorschriften.

Niet is gebleken dat [appellanten] niettemin belang hebben bij de beoordeling van het bestreden besluit.

2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I. Beurmanjer-de Lange, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Beurmanjer-de Lange

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2008

315.