Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD2655

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-05-2008
Datum publicatie
28-05-2008
Zaaknummer
200704655/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 mei 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Skarsterlân (hierna: de raad) bij besluit van 20 december 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Joure-De Merk/E.A. Borgerstraat".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200704655/1.

Datum uitspraak: 28 mei 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de vereniging W.I.H. (Winkeliers, Industriëlen en Handelaren) en de vereniging Midstraat Op Zijn Breedst, beide gevestigd te Joure, gemeente Skarsterlân,

2. [appellant sub 2 A], wonend te [woonplaats], en [appellant sub 2 B], gevestigd te [plaats], waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en

[vennoot B], beiden wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Fryslân,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Skarsterlân (hierna: de raad) bij besluit van 20 december 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Joure-De Merk/E.A. Borgerstraat".

Tegen dit besluit hebben de vereniging W.I.H. en de vereniging Midstraat Op Zijn Breedst (hierna: de verenigingen W.I.H. en M.O.B.) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juli 2007, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 26 juli 2007. Voorts hebben tegen dit besluit [appellant sub 2 A] en [appellant sub 2 B] (hierna: [appellanten sub 2]) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juli 2007, beroep ingesteld.

Het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân (hierna: het college van burgemeester en wethouders) heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college van burgemeester en wethouders heeft verzocht om geheimhouding, als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), voor een aantal door hem ingezonden stukken. Bij besluit van 16 oktober 2007 heeft een enkelvoudige kamer van de Afdeling beslist dat beperking van de kennisneming van bepaalde passages van de desbetreffende stukken gerechtvaardigd is. De overige partijen is gevraagd om toestemming om mede op de grondslag van de geheim te houden passages van de stukken uitspraak te doen. Deze toestemming is verkregen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De verenigingen W.I.H. en M.O.B., [appellanten sub 2], het college van burgemeester en wethouders en [partij]. en Dirk van den Broek Supermarkten B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2008, waar de verenigingen W.I.H. en M.O.B., vertegenwoordigd door mr. E. Wiarda, werkzaam bij Langhout & Wiarda juristen en rentmeesters, en [appellanten sub 2], in de persoon van [appellant sub 2 A] onderscheidenlijk vertegenwoordigd door [vennoot A] en bijgestaan door mr. J.W.O. Croockewit, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen. Voorts zijn daar de raad, vertegenwoordigd door G.C.J. Zaal, ambtenaar in dienst van de gemeente, woningstichting Haskerland (hierna: de woningstichting), vertegenwoordigd door [projectmanager], en [partij]. en Dirk van den Broek Supermarkten B.V., vertegenwoordigd door mr. R.J.G. Bäcker, advocaat te Rotterdam, en dr. A.J. van Duren, werkzaam bij Ecorys Vastgoed, gehoord.

2. Overwegingen

Toetsingskader

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO), gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Awb, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient hij rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

Het plan

2.2. Het bestemmingsplan biedt het planologisch-juridische kader voor onder meer de vestiging van een nieuwe supermarkt met daarboven commerciële ruimten in het pand op het perceel E.A. Borgerstraat 1-19 en het aanpassen van de bestemming van het perceel De Merk 5, in die zin dat in het pand op dat perceel, waarin tot voor kort een Aldi-filiaal was gevestigd, niet weer een supermarkt mag worden gevestigd.

Procedureel bezwaar

2.3. [appellanten sub 2] voeren als procedureel bezwaar tegen het besluit waarbij het college goedkeuring aan het plan heeft verleend, aan dat zij al in 2001 bezwaren kenbaar hebben gemaakt tegen het verlenen van medewerking aan de vestiging van een supermarkt. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij brief van 17 januari 2002 een reactie gegeven in het kader van de voorgenomen vrijstellingsprocedure voor de eerste fase van de bebouwing in het plangebied. [appellanten sub 2] stellen dat zij daarbij ten onrechte niet zijn geïnformeerd over een met de woningstichting gesloten intentieovereenkomst inzake de realisering van een supermarkt op het perceel E.A. Borgerstraat 1-19.

2.3.1. Ingevolge de WRO vangt de procedure inzake de vaststelling van een bestemmingsplan aan met de terinzagelegging van een ontwerpplan. Een briefwisseling tussen partijen in het kader van een voorgenomen vrijstellingsprocedure op grond van artikel 19 van de WRO en een eventueel verzuim op dat vlak kunnen geen gevolgen hebben voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en de daaruit voortvloeiende besluiten. Het procedurele bezwaar faalt derhalve.

Winkelconcentratiegebied

2.4. [appellanten sub 2] voeren aan dat de gekozen locatie voor de supermarkt buiten het kernwinkelgebied van Joure valt, terwijl het gemeentelijke beleid er juist op is gericht winkelfuncties te concentreren in het centrum, met name in de Midstraat.

2.4.1. De Afdeling stelt vast dat in de Structuurvisie Joure van 11 september 1995 en in het door Bügel Hajema Adviseurs opgestelde rapport "Distributie-planologisch onderzoek Joure" van 26 januari 1998 is aangegeven dat het perceel E.A. Borgerstraat 1-19 deel uitmaakt van het bestaande centrumgebied/winkelconcentratiegebied. Het gemeentelijke beleid is erop gericht de winkelfunctie te concentreren in de Midstraat en de directe omgeving daarvan. Voorts is in de door de gemeenteraden van Heerenveen en Skarsterlân in 2005 gezamenlijk vastgestelde Integrale visie Heerenveen/Skarsterlân aangegeven dat in dit gebied ruimte is voor intensivering en uitbreiding van huidige en toekomstige voorzieningen. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het vestigen van een supermarkt op het perceel E.A. Borgerstraat 1-19 in strijd moet worden geacht met het gemeentelijke beleid.

Distributieve ruimte

2.5. De verenigingen W.I.H. en M.O.B. alsmede [appellanten sub 2] stellen dat het college, door goedkeuring te verlenen aan het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 1" voor het perceel E.A. Borgerstraat 1-19, heeft miskend dat de winkelstructuur in Joure door de vestiging van een supermarkt wordt verstoord. Joure is volgens hen al ruim bemeten met supermarkten. Zij voeren aan dat het distributieplanologisch onderzoek (hierna: dpo) uit 1998 achterhaald is omdat de distributieve uitbreidingsruimte al is benut door het bestaande winkelaanbod, hetgeen volgens hen wordt bevestigd in een dpo van Droogh Trommelen Broekhuis en onderzoeken van LogiMark/Re-Visie en MKB Reva. Voorts stellen zij dat in het onderzoek van MKB Reva ten onrechte aan kwalitatieve aspecten een doorslaggevend belang is toegekend en dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de bestaande planologische mogelijkheden voor detailhandel in het winkelgebied. Zij doen hierbij een beroep op uitspraken van de Afdeling van 17 januari 2007 in zaak no. 200505408/1 en 11 april 2007 in zaak no. 200600801/1. De verenigingen W.I.H. en M.O.B. alsmede [appellanten sub 2] voeren verder aan dat van een één-op-één uitruil met het Aldi-filiaal op het perceel De Merk 5 geen sprake is. Daarbij wijzen zij er ook op dat het gebruik van het Aldi-filiaal als supermarkt op grond van het overgangsrecht kan worden voortgezet.

2.5.1. Aan het plandeel voor het perceel E.A. Borgerstraat 1-19 is de bestemming "Gemengde doeleinden 1" toegekend.

Ingevolge artikel 8, lid 8.1, van de planvoorschriften, voor zover hier van belang, zijn de op de kaart voor deze bestemming aangewezen gronden bestemd voor:

a. gebouwen ten behoeve van:

1. winkels, waaronder een supermarkt, voor zover het de eerste bouwlaag betreft;

met de daarbij behorende:

b. erven en terreinen;

c. wegen, straten en paden;

d. parkeervoorzieningen;

e. groenvoorzieningen;

f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Ingevolge lid 8.2.1, voor zover hier van belang, geldt voor het bouwen van de in lid 8.1, onder a, genoemde gebouwen dat een gebouw binnen het bouwvlak zal worden gebouwd.

Aan het perceel E.A. Borgerstraat 1-19 is een bouwvlak van ongeveer 1.475 m2 toegekend. Uitgangspunt is de vestiging van een supermarkt met een verkoopvloeroppervlak (hierna: vvo) van ongeveer 1.100 m2.

2.5.2. Aan het perceel De Merk 5 is de bestemming "Gemengde doeleinden 2" toegekend.

Ingevolge artikel 9, lid 9.1, van de planvoorschriften, voor zover hier van belang, zijn de op de kaart voor deze bestemming aangewezen gronden bestemd voor:

a. gebouwen ten behoeve van:

1. winkels;

2. dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen.

Ingevolge lid 9.4.2, onder a, gelezen in samenhang met lid 9.4.1, is het verboden de gronden en bouwwerken met de bestemming "Gemengde doeleinden 2" te gebruiken ten behoeve van een supermarkt.

2.5.3. Aan het perceel De Merk 5 was in het voorgaande bestemmingsplan "Joure Kom II" de bestemming "Winkels en/of eengezinshuizen met bijbehorende erven" toegekend.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de voorschriften van dat plan zijn de als zodanig op de plankaart aangegeven gronden bestemd voor detailhandelsbedrijven en/of wonen, met de bijbehorende gebouwen, andere bouwwerken en tuinen.

Ingevolge het tweede lid, onder a, geldt ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde gebouwen dat zij slechts mogen worden gebouwd binnen het bebouwingsvlak.

In het derde lid, onder 1, was een vrijstellingsmogelijkheid opgenomen op grond waarvan op het perceel gebouwen waren toegestaan tot ongeveer 300 m2.

Het filiaal van Aldi had een oppervlakte van ongeveer 380 m2 vvo. Aan het perceel was een bouwvlak van ongeveer 770 m2 toegekend. De totale bebouwingsmogelijkheden voor het perceel bedroegen inclusief de vrijstellingsmogelijkheid ongeveer 1.070 m2.

2.5.4. Teneinde een visie te ontwikkelen op de mogelijkheden voor optimalisering van het functioneren van de detailhandel-, horeca- en overige voorzieningen in het centrum van Joure heeft Bügel Hajema Adviseurs in opdracht van het gemeentebestuur een dpo verricht. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Distributie-planologisch onderzoek Joure" van 26 januari 1998. In het rapport wordt geconcludeerd dat enige vergroting van het aanbod supermarkten, bij voorkeur in het centrumgebied, economisch gezien mogelijk is.

Voornoemd onderzoek is door Droogh Trommelen Broekhuis naar aanleiding van een verzoek tot vestiging van een discountsupermarkt geactualiseerd voor de supermarktbranche. De resultaten hiervan zijn neergelegd in het rapport "Joure Distributieve ruimte supermarkten" van 9 februari 2004. In dit rapport wordt geconcludeerd dat de uitbreidingsruimte van 1.000 m² tot 1.500 m², zoals berekend in het dpo uit 1998, is verbruikt door de bestaande supermarkten en dat sprake is van een negatieve uitbreidingsruimte van 1.030 m2 vvo tot 170 m2 vvo. Bij de berekening is uitgegaan van de vestiging van een nieuwe supermarkt aan de E.A. Borgerstraat met een oppervlakte van ongeveer 1.100 m2 vvo en de opheffing van het filiaal van Aldi aan De Merk.

In opdracht van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel is door LogiMark/Re-Visie in augustus 2004 onderzoek verricht naar de gevolgen van de vestiging van een supermarkt aan de E.A. Borgerstraat. LogiMark/Re-Visie concluderen dat sprake is van een negatieve uitbreidingsruimte van ruim 1.000 m2 zonder de nieuwe supermarkt aan de E.A. Borgerstraat en met het Aldi-filiaal aan De Merk, dat de nieuwe vestiging ernstige economische gevolgen zal hebben voor het huidige winkelaanbod en dat als gevolg hiervan één of meer supermarkten zullen moeten sluiten.

In opdracht van het gemeentebestuur is door MKB Reva op 24 januari 2005 een advies uitgebracht over de wenselijkheid van de vestiging van een supermarkt aan de E.A. Borgerstraat. De rapporten van Droogh Trommelen Broekhuis en LogiMark/Re-Visie worden hierin van commentaar voorzien. MKB Reva concludeert dat het supermarktaanbod in Joure uit distributief oogpunt zonder de toevoeging van de nieuwe supermarkt al compleet is. De vestiging van een nieuwe supermarkt zorgt evenwel, gelet op de uitruil met het filiaal van Aldi, bestemmingsplantechnisch niet voor een wezenlijke kwantitatieve verandering van het supermarktoppervlak. Daarnaast komt de uitruil volgens MKB Reva de kwaliteit van het centrum ten goede en zullen er, afgezien van de veranderende concurrentiesituatie, geen nadelige ruimtelijke gevolgen zijn voor het bestaande lokale winkelapparaat. MKB Reva ziet geen onoverkomelijke bezwaren tegen een nieuwe supermarkt.

De supermarktondernemers hebben vervolgens Re-Visie opdracht gegeven het onderzoek uit augustus 2004 te actualiseren. Dit heeft geresulteerd in het rapport "Actualisatie supermarkt E.A. Borgerstraat" van 28 februari 2008. Ook in dit onderzoek concludeert Re-Visie dat Joure in de supermarktsector overbewinkeld is. Kwantitatief is er geen ruimte in de markt, maar ook is het - met gevaar van een duurzame ontwrichting van de lokale detailhandelsstructuur, met name in het westelijke deel van de Midstraat - op kwalitatieve gronden niet wenselijk een nieuwe supermarkt op de onderhavige locatie te vestigen, aldus Re-Visie.

Ecorys Vastgoed heeft in opdracht van [partij]. bij brief van 5 maart 2008 de distributieve gevolgen van de vestiging van een nieuwe supermarkt op de locatie E.A. Borgerstraat uiteengezet. Daarbij is ook een reactie gegeven op de door Re-Visie uitgevoerde actualisatie. Ecorys Vastgoed concludeert dat de supermarktdekking in Joure in vergelijking met andere regioplaatsen, ook met de toevoeging van de nieuwe supermarkt, niet exceptioneel hoog is en dat er, zelfs zonder groei van het inwonertal, beperkt ruimte is voor versterking van het supermarktaanbod. De komst van een supermarkt met 1.100 m² vvo aan de E.A. Borgerstraat kan vanuit distributief perspectief onmogelijk als een ongewenste ontwikkeling worden gezien en is niet structuurverstorend, nu binnen het concentratiegebied geen sprake is van ontwrichting van dien aard dat het centrumgebied als geheel wordt verzwakt, aldus Ecorys Vastgoed.

2.5.5. De Afdeling overweegt dat voor zover de bezwaren van de verenigingen W.I.H. en M.O.B. alsmede [appellanten sub 2] zijn ingegeven door vrees voor een mogelijke daling van omzet en winst door de komst van een concurrent, in beginsel geen aanleiding bestaat om in het kader van een goede ruimtelijke ordening terzake regulerend op te treden. Slechts in het geval zich een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur zal voordoen, zodanig dat sprake is van een in planologisch opzicht onaanvaardbare situatie, zou hiervoor plaats kunnen zijn.

Uit het bestreden besluit blijkt dat het college de goedkeuring van het plandeel voor de nieuwe supermarkt in belangrijke mate op het dpo van 9 februari 2004 en het advies van MKB Reva van 24 januari 2005 heeft gebaseerd. Deze rapporten leiden niet tot de conclusie dat de vestiging van een nieuwe supermarkt aanleiding zal geven voor een ontwrichting van de voorzieningenstructuur in Joure. De verenigingen W.I.H. en M.O.B. alsmede [appellanten sub 2] hebben niet aannemelijk gemaakt dat aan deze onderzoeken zodanige gebreken kleven dat de raad en het college deze niet bij de besluitvorming hebben mogen betrekken. In zoverre verschilt deze zaak van de door hen genoemde zaak die heeft geleid tot de uitspraak van 11 april 2007.

Met de na het bestreden besluit ingebrachte rapporten heeft het college geen rekening kunnen houden. Wel kunnen deze bij de beoordeling van de beroepen worden betrokken nu partijen hiermee hun standpunten nader beogen te ondersteunen.

Aannemelijk is dat de nieuwe supermarkt van invloed zal zijn op de omzet van de bestaande supermarkten. Eveneens is aannemelijk, hetgeen ook in alle overgelegde rapporten in meer of mindere mate wordt bevestigd, dat Joure met zes supermarkten ruim bemeten is. Niet valt uit te sluiten dat met een uitbreiding van het vvo enig overaanbod in de supermarktbranche zal ontstaan. Enige omzetderving en enig overaanbod brengen evenwel niet reeds om die reden een ontwrichting van de voorzieningenstructuur in een bepaalde branche met zich.

In dit geval is van belang dat het feitelijke verschil in vvo tussen het voormalige filiaal van Aldi aan De Merk en de te vestigen supermarkt aan de E.A. Borgerstraat weliswaar aanzienlijk is, maar dat indien wordt uitgegaan van de planologische mogelijkheden op beide percelen, geen sprake is van zeer uiteenlopende grootheden. Het college heeft dit dan ook in redelijkheid als een uitruil van vergelijkbare grootheden kunnen aanmerken. Het beroep op het overgangsrecht voor het Aldi-filiaal kan in dat licht bezien niet tot een ander oordeel leiden aangezien dat overgangsrecht door het daadwerkelijke sluiten van het filiaal in zoverre is uitgewerkt.

Bij zijn afweging heeft het college voorts kunnen betrekken de functie van Joure als regionaal centrum en de verwachting van woningbouw in de komende jaren. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat voor de bestaande supermarkten zodanig concrete uitbreidingsplannen bestaan dat het college daarmee bij de beslissing omtrent goedkeuring van het plandeel rekening moest houden. Met de mogelijkheid van het samenvoegen van bestaande winkels tot een nieuwe supermarkt heeft het college in redelijkheid geen rekening behoeven te houden. Niet aannemelijk is gemaakt dat daarvoor concrete plannen bestaan, nog daargelaten de vraag of daarvoor in of aan de rand van het centrum panden met voldoende ruimte en parkeergelegenheid kunnen worden gevonden. Het beroep op de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2007 faalt in dit verband aangezien het in die zaak mogelijkheden betrof voor nieuwe horecabedrijven welke naar hun aard niet met supermarkten zijn te vergelijken.

Voor zover het betreft de in het rapport van MKB Reva genoemde kwalitatieve aspecten heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat van de herontwikkeling van het plangebied, waaronder de vestiging van een supermarkt aan de E.A. Borgerstraat, een positieve stimulans kan uitgaan op de kwaliteit van de entree tot het winkelgebied aan de zuidoostelijke zijde van de Midstraat. Dit doet verder niet af aan de mogelijkheden de winkelvoorzieningen in het westelijke deel van de Midstraat, indien nodig, te versterken.

Gelet op al het voorgaande heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de vestiging van een nieuwe supermarkt aan de E.A. Borgerstraat geen ontwrichting van de voorzieningenstructuur in Joure met zich zal brengen. De beroepsgronden inzake de distributieve ruimte falen.

Verkeersstructuur en parkeervoorzieningen

2.6. [appellanten sub 2] stellen zich verder op het standpunt dat de gekozen locatie, mede gelet op de te verwachten hogere verkeersdruk op de E.A. Borgerstraat in de komende jaren, ernstige gevolgen heeft voor een herkenbare en veilige verkeersstructuur en dat het bestemmingsplan voorziet in te weinig parkeerplaatsen voor de supermarkt.

2.6.1. Traffic Consultants heeft in opdracht van het gemeentebestuur een vernieuwde notitie "Oplossingsrichtingen verkeersafwikkeling E.A. Borgerstraat", gedateerd 23 november 2006, opgesteld waarbij afstemming heeft plaatsgevonden met de behandeling van het concept-Verkeerscirculatieplan Centrum Joure door de commissie wonen en werken. In deze notitie staat dat de verkeersintensiteit op het zuidelijke deel van de E.A. Borgerstraat, gelet op de groei van de kern Joure, de uitbreiding van de centrumvoorzieningen en een algemene toename van de mobiliteit, in de toekomst verder zal toenemen. In de notitie staat voorts dat volgens theoretische normen voor doorstroming en ongevallencijfers op de E.A. Borgerstraat van verkeersproblemen nauwelijks sprake is. Omdat de huidige situatie op onder meer het zuidelijke deel van de E.A. Borgerstraat door weggebruikers echter als problematisch wordt ervaren, wordt in de notitie een aantal te treffen maatregelen voorgesteld. Onder meer is voorzien in een herinrichting van de E.A. Borgerstraat en de Geert Knolweg en in het bevoorraden van de nieuwe supermarkt via het binnenterrein.

2.6.2. [appellanten sub 2] hebben niet aannemelijk gemaakt dat door de vestiging van een supermarkt aan de E.A. Borgerstraat uit verkeerskundig oogpunt een onaanvaardbare situatie zal ontstaan. Het door hen ingebrachte memo van Mobycon van 7 november 2006 legt in dit opzicht in onvoldoende mate een relatie met deze supermarkt. Aannemelijk is dat de in het concept-verkeerscirculatieplan genoemde maatregelen ter verbetering van de verkeerssituatie zullen kunnen worden getroffen. Voor zover het betreft het laden en lossen via het binnenterrein stelt de Afdeling vast dat het plan geen bepaling of aanduiding bevat om dit te waarborgen. Gelet op het grote belang dat aan deze in het bijzonder met het oog op de vestiging van de nieuwe supermarkt te treffen maatregel is toegekend, had dit in het plan niet ongeregeld mogen blijven.

2.6.3. In de in opdracht van het gemeentebestuur opgestelde notitie "Verkeerseffecten mogelijke vestiging van een supermarkt in Joure" van Traffic Consultants, gedateerd 14 oktober 2005, staat dat het aantal benodigde parkeerplaatsen in het plangebied na realisering van onder meer de nieuwe supermarkt tussen de 146 en 209 ligt. In de notitie wordt geadviseerd uit te gaan van 178 parkeerplaatsen.

2.6.4. In de stukken en ter zitting zijn uiteenlopende aantallen benodigde en te realiseren parkeerplaatsen genoemd. Voor zover daarbij wordt uitgegaan van 131 parkeerplaatsen wordt afgeweken van het minimumaantal parkeerplaatsen in het rapport van Traffic Consultants. Uit het verhandelde ter zitting is voorts gebleken, hetgeen ook wordt bevestigd in de huuruitgangspunten tussen de woningstichting en [partij]. van 6 februari 2008, dat de uitwerking van de parkeersituatie nog onderwerp van overleg tussen het gemeentebestuur en de woningstichting is. De besluitvorming omtrent de vraag in welke omvang op het binnenterrein zal worden voorzien in de mogelijkheid van kortparkeren is nog onzeker en dient nog plaats te vinden. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat ten tijde van het bestreden besluit in onvoldoende mate vaststond althans onvoldoende inzichtelijk was of met de vestiging van de supermarkt, mede gelet op de parkeerbehoefte bij de andere voorzieningen in de omgeving, in een aanvaardbare parkeersituatie kan worden voorzien.

Daarbij komt dat de raad ter beperking van geluidoverlast voor de omgeving en verkeershinder op het parkeerterrein van belang heeft geacht dat de laad- en losactiviteiten ten behoeve van de nieuwe supermarkt inpandig, en daarmee binnen het bouwvlak van het bestemmingsvlak "Gemengde doeleinden 1", plaatsvinden. Het inpandig laden en lossen is evenwel niet in het plan geregeld. Hiermee is onvoldoende gewaarborgd dat het laden en lossen niet op het parkeerterrein zal plaatsvinden. Ook dit punt had in deze situatie niet ongeregeld mogen blijven.

Financiële uitvoerbaarheid

2.7. [appellanten sub 2] voeren ten slotte aan dat onvoldoende inzicht in de financiële uitvoerbaarheid van het plan is gegeven.

2.7.1. Voor zover het de financiële uitvoerbaarheid van het plan betreft, wordt overwogen dat het grootste deel van het bestemmingsplan door de woningstichting reeds is gerealiseerd. Niet is gebleken dat de woningstichting financieel onvoldoende draagkrachtig is om de bebouwing met de supermarkt te bekostigen. Naar van de zijde van [partij]. en Dirk van den Broek Supermarkten B.V. is aangegeven, zal de locatie ten behoeve van een Dirk van den Broek-filiaal in gebruik worden genomen. Tussen de woningstichting en [partij]. is hiertoe een overeenkomst gesloten. Gelet op het voorgaande heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet behoeft te worden getwijfeld aan de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Deze beroepsgrond faalt.

Conclusies

2.8. Uit 2.5.5. volgt dat de conclusie is dat hetgeen de verenigingen W.I.H. en M.O.B. hebben aangevoerd, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep van de verenigingen W.I.H. en M.O.B. is ongegrond.

2.8.1. Uit 2.6.2. en 2.6.4. volgt dat de conclusie is dat hetgeen [appellanten sub 2] hebben aangevoerd, aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 1" voor het perceel E.A. Borgerstraat 1-19 niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Hieruit volgt dat het college, door het plandeel goed te keuren, heeft gehandeld in strijd met artikel 28, tweede lid, van de WRO in samenhang met artikel 10:27 van de Awb.

Het beroep van [appellanten sub 2] is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

Uit het vorenstaande volgt dat er rechtens maar één te nemen besluit mogelijk is, zodat de Afdeling aanleiding ziet om goedkeuring te onthouden aan voornoemd plandeel.

Proceskostenveroordeling

2.9. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten van [appellanten sub 2] te worden veroordeeld. De door hen opgevoerde kosten voor een deskundigenrapport komen niet voor vergoeding in aanmerking reeds om de reden dat niet is gebleken dat zij deze kosten hebben gemaakt. Wat betreft de verenigingen W.I.H. en M.O.B. bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellanten sub 2] gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Fryslân van 8 mei 2007, kenmerk 00679225, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Gemengde doeleinden 1" voor het perceel E.A. Borgerstraat 1-19;

III. onthoudt goedkeuring aan het plandeel;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit van 8 mei 2007;

V. verklaart het beroep van de verenigingen W.I.H. en M.O.B. ongegrond;

VI. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Fryslân tot vergoeding van bij [appellanten sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de provincie Fryslân aan [appellanten sub 2] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VII. gelast dat de provincie Fryslân aan [appellanten sub 2] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. M.W.L. Simons-Vinckx en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Bechinka

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2008

371-464.