Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD2600

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-05-2008
Datum publicatie
28-05-2008
Zaaknummer
200707338/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 augustus 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalre (hierna: het college) het door [appellant] tegen het besluit van 17 november 2005 tot afwijzing van een verzoek om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen met betrekking tot nutsschool "De Meent" op het perceel Anemonelaan 2 te Waalre gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200707338/1.

Datum uitspraak: 28 mei 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Waalre,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalre (hierna: het college) het door [appellant] tegen het besluit van 17 november 2005 tot afwijzing van een verzoek om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen met betrekking tot nutsschool "De Meent" op het perceel Anemonelaan 2 te Waalre gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 oktober 2007, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 mei 2008, waar het college, vertegenwoordigd door S.G. Beekman, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] voert aan dat het college zijn verzoek om handhaving ten onrechte heeft afgewezen. Hij stelt dat de door hem ervaren geluidsoverlast niet, zoals het college meent, door de spelende kinderen op het nieuwe terrein wordt veroorzaakt, maar afkomstig is vanuit het binnenterrein van de school en vooral wordt veroorzaakt door het gebruik van een tafeltennistafel. Op een omsloten buitenterrein behoren dezelfde regels te gelden als op een binnenterrein als het gaat om geluidsoverlast. Het plaatsen van een tafeltennistafel op dit terrein is in strijd met eerder gedane toezeggingen. Voorts is de waarde van zijn woning ten gevolge van de geluidsoverlast gedaald, aldus [appellant].

2.2. Ingevolge voorschrift 1.1.1, aanhef en onder a, van de bijlage bij het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer (hierna: het Besluit), zoals dat luidde ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, voor zover hier van belang, geldt voor het equivalente geluidniveau (LAeq) en het piekgeluidniveau (Lmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, dat het equivalente geluidniveau (LAeq) op de gevel van woningen in de dagperiode (07.00- 19.00 uur) niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) en het piekgeluidniveau (Lmax) in de dagperiode (07.00-19.00 uur) niet meer mag bedragen dan 70 dB(A).

Ingevolge voorschrift 1.1.2, aanhef en onder a, van de bijlage bij het Besluit, blijft bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in voorschrift 1.1.1, het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, buiten beschouwing, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein.

2.3. In haar uitspraak van 20 december 2006 in zaak nr. 200603736/1 heeft de Afdeling overwogen dat bij de beantwoording van de vraag of het schoolplein aan de achterzijde van de school dient te worden aangemerkt als een binnenterrein, met name de hoogte van het aldaar heersende referentieniveau van het omgevingsgeluid van belang is. Voorts is bepalend de mate van beslotenheid van de ligging van het schoolplein, hetgeen tot uitdrukking komt in een lager referentieniveau. Indien het referentieniveau op het schoolplein aan de achterzijde van de school aanmerkelijk lager is dan wanneer dit deel van de inrichting aan de straat of een andere openbare ruimte zou zijn gelegen, bestaat aanleiding het stemgeluid niet uit te sluiten bij de beoordeling van de door de inrichting te veroorzaken geluidbelasting.

Volgens het op 15 augustus 2007 door het college ontvangen rapport over een geluidsmeting die is verricht door het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven om het referentieniveau van het omgevingsgeluid ter plaatse van het schoolplein aan de achterzijde van de nutsschool "De Meent" te bepalen, is er geen sprake van een beduidend lager referentieniveau van het omgevingsgeluid ter plaatse van het schoolplein. De Afdeling ziet geen aanleiding om aan de juistheid van deze geluidsmetingen te twijfelen.

Gelet op bovenstaande overwegingen heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een binnenterrein als bedoeld in voorschrift 1.1.2, aanhef en onder a, van de bijlage bij het Besluit.

Ingevolge voorschrift 1.1.2, aanhef en onder a, van de bijlage bij het Besluit, kan daarom bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in voorschrift 1.1.1, het stemgeluid van personen buiten beschouwing worden gelaten. Niet bestreden is dat de grenswaarden van 50 dB(A) en 70 dB(A) niet worden overschreden wanneer het stemgeluid van de op het desbetreffende schoolplein aanwezige kinderen buiten beschouwing wordt gelaten.

2.4. Voor zover [appellant] heeft aangevoerd dat het plaatsen van een tafeltennistafel op het schoolplein in strijd is met eerder gedane toezeggingen en dat de waarde van zijn woning ten gevolge van de geluidsoverlast is gedaald overweegt de Afdeling dat hierin geen overtreding van een wettelijke voorschrift is gelegen.

2.5. Nu zich geen overtreding heeft voorgedaan was verweerder niet bevoegd handhavend op te treden, zodat het bezwaar tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek terecht ongegrond is verklaard.

2.6. Het beroep is ongegrond.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Taal

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2008

325-578.