Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD2596

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-05-2008
Datum publicatie
28-05-2008
Zaaknummer
200802815/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 september 2006 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) [wederpartij] een verklaring van geen bezwaar geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802815/2.

Datum uitspraak: 22 mei 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

verzoeker,

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/729 van de rechtbank Amsterdam van 3 maart 2008 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 september 2006 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) [wederpartij] een verklaring van geen bezwaar geweigerd.

Bij besluit van 7 februari 2007 heeft de minister het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 maart 2008, verzonden op 5 maart 2008, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 7 februari 2007 vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de minister bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 april 2008, hoger beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 april 2008, heeft de minister de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 mei 2008, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. M.A. Eckhardt, ambtenaar van het ministerie, is verschenen. [wederpartij] is niet ter zitting verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De minister heeft verzocht te bepalen dat hij in afwachting van de uitspraak op het ingestelde hoger beroep niet opnieuw op het bezwaarschrift hoeft te beslissen. Hij stelt dat de aangevallen uitspraak hem geen ruimte laat om anders te beslissen dan [wederpartij] een verklaring van geen bezwaar te verlenen.

2.2. De minister kan in dit standpunt niet worden gevolgd. De door de rechtbank uitgesproken vernietiging berust op de grond dat het in beroep bestreden besluit in strijd moet worden geacht met het bepaalde in de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat bij de door [wederpartij] gepleegde zaaksbeschadiging (naar voorlopig oordeel is hier sprake van een verschrijving en moet hier worden gelezen: openlijke geweldpleging) geen sprake was van geweld tegen personen, maar uitsluitend tegen zaken. Voorts heeft zij overwogen dat de minister er ten onrechte geen aandacht aan heeft besteed dat [wederpartij] voor het medeplegen van diefstal niet is veroordeeld doch een transactie heeft aangeboden gekregen, en dat voorts niet is onderzocht waarom de daarbij als voorwaarde opgelegde taakstraf slechts gedeeltelijk ten uitvoer is gelegd. De uitspraak van de rechtbank biedt dan ook de mogelijkheid om met een verbeterde motivering de beslissing tot het weigeren van de afgifte van de verklaring van geen bezwaar te handhaven. Nu het in het belang van een efficiënte en tijdige geschillenbeslechting is dat het nieuwe besluit op bezwaar en de aangevallen uitspraak beide in de bodemprocedure kunnen worden beoordeeld, is er geen aanleiding om het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen.

2.3. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Mathot, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Mathot

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2008

413.