Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD2096

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-05-2008
Datum publicatie
21-05-2008
Zaaknummer
200802032/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 februari 2008 heeft het college een verzoek van [verzoekers] om toepassing van bestuurlijke handhavingmiddelen met betrekking tot een melkrundveehouderij aan de [locatie] te [plaats] afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 5:21
Besluit landbouw milieubeheer
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2010/592
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200802032/2.

Datum uitspraak: 16 mei 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Emmen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2008 heeft het college een verzoek van [verzoekers] om toepassing van bestuurlijke handhavingmiddelen met betrekking tot een melkrundveehouderij aan de [locatie] te [plaats] afgewezen.

Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bezwaar gemaakt.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 maart 2008, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 april 2008, waar [verzoekers], in persoon en bijgestaan door mr. drs. J.A. van 't Slot, en het college, vertegenwoordigd door J.H. Mulder, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is als partij gehoord [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. J. Boter.

2. Overwegingen

2.1. [verzoekers] voeren aan dat het college het verzoek om handhaving ten onrechte heeft afgewezen, aangezien volgens hen enkele voorschriften behorend bij het Besluit landbouw milieubeheer (hierna: het Besluit landbouw) worden overtreden. Hiertoe voeren zij aan dat de sleufsilo op een afstand van minder dan 5 meter van het oppervlaktewater is gesitueerd. Verder stellen zij dat zij wateroverlast ondervinden omdat een sloot die als afwatering functioneerde ten onrechte is dichtgemaakt.

2.2. Ter zitting is gebleken dat onvoldoende duidelijk is welke sloten als oppervlaktewater moeten worden aangemerkt. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of onder meer voorschrift 2.4.1 van bijlage B behorend bij Besluit landbouw - waarin is bepaald dat de opslag van vaste mest, veevoeder in de open lucht, gebruikt substraatmateriaal, afgedragen gewas en bloembollenafval plaatsvindt op ten minste 5 meter vanaf de insteek van het oppervlaktewater - wordt overtreden. De afstand tot de betrokken sloot bedraagt, naar ter zitting is gebleken, ongeveer 4,5 meter. De beantwoording van de vraag of dit voorschrift is overtreden, behoeft nader onderzoek naar de feiten waarvoor de onderhavige procedure zich niet leent. Verder kan in de bezwaarprocedure aandacht worden besteed aan de afwatering op het perceel van de [vergunninghouder] nu de afscheidingssloot tussen het perceel van de [vergunninghouder] en het perceel van [verzoekers] is dichtgemaakt.

In afwachting van voornoemd nader onderzoek naar de feiten in de bezwaarprocedure ziet de voorzitter, de betrokken belangen afwegende en in aanmerking genomen dat het college ter zitting heeft toegezegd dat de bezwaarprocedure zal worden bespoedigd, geen reden om aan te nemen dat de eventuele hinder die [verzoekers] van de mogelijke overtreding zullen ondervinden van dien aard is dat hierin aanleiding moet worden gevonden voor het treffen van een voorlopige voorziening in dit stadium van de procedure.

2.3. Gelet hierop wordt het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D.A.M. Zegveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Zegveld

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2008

43-517.