Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD1099

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-05-2008
Datum publicatie
07-05-2008
Zaaknummer
200706173/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 juli 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught (hierna: het college) geweigerd aan [appellant A] een lichte bouwvergunning te verlenen voor onder meer het wijzigen van de voorgevel van de woning gelegen aan de [locatie] te Vught (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200706173/1.

Datum uitspraak: 7 mei 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellante B], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/3288 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 13 juli 2007 in het geding tussen:

[appellant A] en [appellante B]

en

het college van burgemeester en wethouders van Vught.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 juli 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught (hierna: het college) geweigerd aan [appellant A] een lichte bouwvergunning te verlenen voor onder meer het wijzigen van de voorgevel van de woning gelegen aan de [locatie] te Vught (hierna: het perceel).

Bij besluit van 30 mei 2006 heeft het college het door [appellant A] en [appellante B] (hierna: [appellanten]) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 juli 2007, verzonden op 18 juli 2007, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2007, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 april 2008, waar [appellanten], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door D.N. Bastin, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan waarvoor vergunning is geweigerd, voor zover thans van belang, behelst het wijzigen van de voorgevel van de woning op het perceel door middel van het opmetselen van een borstwering in verband met de plaatsing van een keuken alsmede het veranderen van het raamkozijn.

2.2. Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet moet de reguliere bouwvergunning worden geweigerd indien het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de bouwvergunning niettemin moet worden verleend. Ingevolge het derde lid is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de lichte bouwvergunning.

Ingevolge artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet stelt de gemeenteraad een welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die burgemeester en wethouders toepassen bij hun beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, waarop de aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.

De criteria die het college ten tijde van het besluit op bezwaar hanteerde bij de beoordeling van bouwaanvragen voor kozijn- en gevelwijzigingen zijn neergelegd in een welstandsnota, vastgesteld op 30 juni 2004 en in werking getreden op 1 juli 2004 (hierna: de welstandsnota).

2.3. Het college heeft de bouwvergunning voor het bouwplan geweigerd wegens strijd met artikel 44, derde lid, van de Woningwet in samenhang gelezen met het eerste lid, aanhef en onder d, nu het bouwplan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Het college heeft zich daarbij gebaseerd op het door de welstandscommissie op 16 juni 2005 uitgebrachte negatieve welstandsadvies over het bouwplan. Dit advies is aangevuld op 28 juni 2005. Uit deze adviezen volgt dat met het bouwplan de bestaande uniformiteit in relatie tot de andere ramen in het bouwblok aan de straatzijde wordt verstoord. Op 11 april 2006 heeft de welstandscommissie op verzoek van het college voormelde welstandsadviezen nader toegelicht, waarbij is ingegaan op de bezwaren van [appellanten]. Uit het aldus toegelichte welstandsadvies kan worden afgeleid dat de in de welstandsnota opgenomen sneltoetscriteria het uitgangspunt vormen voor de toetsing van het bouwplan en dat bij deze toetsing primair wordt uitgegaan van de bestaande omgeving, dat wil zeggen het bouwblok dan wel de straatwand, en wordt gezocht naar uniformiteit. Samenhang en ritmiek dienen zo weinig mogelijk te worden verstoord, aldus de welstandscommissie. Alleen als in het verleden in de onmiddellijke omgeving eenzelfde oplossing legaal tot stand is gekomen, komt de welstandscommissie soms op grond van het gelijkheidsbeginsel tot andere adviezen. Aan voornoemde eisen voldoet het bouwplan volgens de welstandscommissie niet.

2.4. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het advies van de welstandscommissie inhoudelijk afwijkt van de in de welstandsnota opgenomen sneltoetscriteria en dat ten onrechte geen rekening is gehouden met boek 1 van de welstandsnota. [appellanten] betogen onder verwijzing naar een door het college verleende bouwvergunning van 17 maart 1999 inzake de Scheerlingstraat 16 te Vught, waarbij een opgemetselde borstwering werd vergund, dat de rechtbank heeft miskend dat het college eerder onder dezelfde welstandscriteria bouwvergunningen heeft verleend voor woningen van gelijke vorm en woningtype. Zij stellen voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er onvoldoende overeenkomsten bestaan tussen de door hen voorgestane gevelwijziging en een andere in hun straat in een voorgevel aangebrachte wijziging van de gevel. [appellanten] betogen verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen tegenadvies is overgelegd en dat de buurtbewoners ter zake niet kundig zijn. [appellanten] bestrijden tot slot het advies van de welstandscommissie inzake het aanbrengen van geëmailleerde glas als borstwering in plaats van een opgemetselde borstwering.

2.4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 22 maart 2006 in zaak nr. <a target="_blank" href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?zoeken_veld=200506325&verdict_id=13235&utm_id=1&utm_source=Zoeken_in_uitspraken&utm_campaign=uitspraken&utm_medium=internet&utm_content=200506325/1&utm_term=200506325">200506325/1</a>, mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij de aanvrager of een derde-belanghebbende een tegenadvies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie. Dit is slechts anders indien het advies van de welstandscommissie naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen.

2.4.2. De door de welstandscommissie opgestelde welstandsadviezen zijn gebaseerd op de welstandsnota. Gelet op de welstandsnota alsmede gezien de adviezen van de welstandscommissie, zoals vermeld in overweging 2.3, bestaan geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de adviezen van de welstandscommissie inhoudelijk afwijken van de in de welstandsnota opgenomen sneltoetscriteria. Er bestaat evenmin aanleiding voor het oordeel dat de welstandscommissie bij de beoordeling van het bouwplan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met boek 1 van de welstandsnota. Daarbij wordt overwogen dat het bouwplan waarvoor op 17 maart 1999 bouwvergunning is verleend, een andere straat betreft en voorts dateert van vóór de inwerkingtreding van de welstandsnota. Voorts ziet de door [appellanten] genoemde wijziging van een bestaande gevelopening in hun straat op een badkamerraam op de bovenste verdieping van de betreffende woning, zodat deze wijziging van de gevel geen met het onderhavige geval vergelijkbare situatie betreft. Bovendien is niet gebleken dat in het bouwblok van [appellanten] dan wel in de Hondsdrafstraat eerder vergunning is verleend voor een met het onderhavige bouwplan vergelijkbare opgemetselde borstwering.

Nu ook overigens geen grond bestaat voor het oordeel dat de welstandsadviezen naar inhoud of wijze van totstandkoming onvolledig zijn of zodanige gebreken vertonen dat het college zich daarop niet - of niet zonder meer - heeft mogen baseren, is de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat het college mocht afgaan op voornoemde welstandsadviezen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat [appellanten] eerst in hoger beroep een tegenadvies hebben overgelegd. Niet gebleken is dat zij dit advies, nu dit reeds in hun bezit was ten tijde van het instellen van beroep bij de rechtbank, niet in een eerder stadium van de procedure hadden kunnen overleggen. De Afdeling laat het tegenadvies dan ook buiten beschouwing. De rechtbank heeft voorts terecht overwogen dat de zich in het dossier bevindende adhesiebetuigingen van buurtbewoners geen tegenwicht kunnen bieden aan het advies van een onafhankelijke welstandscommissie die terzake deskundig moet worden geacht. De door [appellanten] bij het hoger beroepschrift gevoegde emailberichten maken het vorenstaande evenmin anders, reeds omdat uit deze berichten niet kan worden afgeleid dat de opgemetselde borstwering niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand zoals opgenomen in de welstandsnota. Het betoog faalt.

2.4.3. Het betoog van [appellanten] inzake de suggestie van de welstandscommissie om in plaats van een gemetselde borstwering geëmailleerde glas onder de tussenregel in het bestaande raamkozijn aan te brengen, faalt evenzeer. Slechts het onderhavige bouwplan staat in deze procedure ter beoordeling. Daarbij wordt opgemerkt dat de suggestie van de welstandscommissie niet heeft geleid tot wijziging van het bouwplan op grond waarvan volgens de welstandscommissie wel vergunning zou kunnen worden verleend.

2.5. Voor zover [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel, faalt dit betoog, reeds omdat schending van het gelijkheidsbeginsel, wat daarvan ook zij en gelijk de rechtbank heeft geoordeeld, niet kan leiden tot verlening van een bouwvergunning in strijd met de wet.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D. Roemers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat.

w.g. Roemers w.g. Montagne

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2008

374.