Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD1079

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
07-05-2008
Zaaknummer
200801774/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 november 2007 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Groot Salland (hierna: het dagelijks bestuur) aan de [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren verleend voor het brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in oppervlaktewater, afkomstig van het perceel aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 30 januari 2008 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200801774/2

Datum uitspraak: 29 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de vereniging Branche Vereniging Organische Reststoffen, gevestigd te Wageningen,

verzoekster,

en

het dagelijks bestuur van het Waterschap Groot Salland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 november 2007 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Groot Salland (hierna: het dagelijks bestuur) aan de [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren verleend voor het brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in oppervlaktewater, afkomstig van het perceel aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 30 januari 2008 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft de vereniging Branche Vereniging Organische Reststoffen (hierna: de BVOR) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 maart 2008, beroep ingesteld. Bij deze brief heeft de BVOR de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 april 2008, waar de BVOR, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. M. Beekman en L. Vasse, ambtenaren in dienst van het waterschap, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder], vertegenwoordigd door [vergunninghouder], adviseur, en [vergunninghouder], directeur, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Ter zitting is door [vergunninghouder] gesteld dat geen gebruik zal worden gemaakt van de bij het bestreden besluit verleende vergunning voordat deze onherroepelijk is, derhalve pas na de behandeling door de Afdeling van het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep. Met het verzoek is daarom geen spoedeisend belang gemoeid.

2.3. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Melse

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2008

378.