Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD1072

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-04-2008
Datum publicatie
07-05-2008
Zaaknummer
200801899/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 november 2007 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen (hierna: de gemeenteraad) vrijstelling verleend voor het bouwrijp maken van Westerheul IV, plaatselijk bekend als perceel Westerheul IV nabij de Mijdrechtse Dwarsweg en de Voorbancken te Vinkeveen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200801899/2.

Datum uitspraak: 28 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/3646 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 26 maart 2008 in het geding tussen:

[verzoekers]

en

de raad van de gemeente De Ronde Venen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 november 2007 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen (hierna: de gemeenteraad) vrijstelling verleend voor het bouwrijp maken van Westerheul IV, plaatselijk bekend als perceel Westerheul IV nabij de Mijdrechtse Dwarsweg en de Voorbancken te Vinkeveen.

Bij uitspraak van 26 maart 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht (hierna: de voorzieningenrechter) het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 maart 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 april 2008.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 maart 2008, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 17 april 2008, waar [verzoeker], in persoon en mede als vertegenwoordiger van de overige verzoekers, en de gemeenteraad, vertegenwoordigd door drs. ing. R.F. van der Helm, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting het college van gedeputeerde staten van Utrecht, vertegenwoordigd door ing. G.J. Jaspers, ambtenaar in dienst van de provincie, als belanghebbende gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoekers] vrezen blijkens de toelichting van het verzoek ter zitting voor wateroverlast op het bedrijventerrein Voorbancken als gevolg van het storten van een zandlaag van 2.20 m op de slappe veenbodem van Westerheul IV. Teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen verzoeken zij de voorzitter ter zake een voorlopige voorziening te treffen.

2.3. Hetgeen [verzoekers] hebben betoogd, geeft geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling voor het bouwrijp maken van Westerheul IV niet mocht worden verleend. Daartoe wordt overwogen dat naar voorlopig oordeel [verzoekers] niet aannemelijk hebben gemaakt dat de door Grontmij Nederland B.V. en WL/Delft Hydraulics verrichte onderzoeken naar de effecten van het bouwrijp maken van Westerheul IV voor de waterhuishoudkundige situatie aldaar en in de omgeving zodanige methodische gebreken of leemten in kennis vertonen dat de gemeenteraad zich op de rapporten daarvan bij het nemen van zijn besluit niet had mogen baseren. Aan de conclusies van de Onderzoekscommissie Water en Bodemdaling Groot-Mijdrecht Noord (hierna: de commissie Remkes) kan in dit kader niet de betekenis toekomen die [verzoekers] daaraan gehecht willen zien, nu de commissie Remkes zich over eerdergenoemde onderzoeken niet heeft uitgelaten. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens     w.g. Hanrath

voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 april 2008

392.