Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD0774

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
29-04-2008
Zaaknummer
200705881/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 januari 2006 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college), voor zover hier van belang, de wijziging van het natuurgebiedsplan De Zandleij vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200705881/1.

Datum uitspraak: 29 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/1808 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 3 juli 2007 in het geding tussen:

[appellanten]

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 januari 2006 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college), voor zover hier van belang, de wijziging van het natuurgebiedsplan De Zandleij vastgesteld.

Bij uitspraak van 3 juli 2007, verzonden op 6 juli 2007, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door [appellanten] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 augustus 2007, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 maart 2008, waar [naam een der appellanten] in persoon en bijgestaan door ir. L.J. Vollebregt en het college, vertegenwoordigd door mr. P.W.A.M. van 't Veer en J.M.A.M. Clement, beiden werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 20 december 1999 (Stcrt. 1999, 252) heeft de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, onder meer gelet op de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies, de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 (hierna: de Regeling SN 2000) vastgesteld.

Ingevolge artikel 13, eerste lid, aanhef, van de Regeling SN 2000, voor zover hier van belang, worden ten behoeve van de uitvoering van deze regeling natuurgebieden begrensd met de vaststelling van natuurgebiedsplannen.

Ingevolge artikel 14 van de Regeling SN 2000 worden natuurgebiedsplannen vastgesteld en gewijzigd bij besluit van gedeputeerde staten van de provincie waarin het desbetreffende gebied is gelegen.

2.2. Bij besluit van 2 juli 2002 heeft het college krachtens de Regeling SN 2000 elf natuurgebiedsplannen vastgesteld, waaronder het natuurgebiedsplan De Zandleij (hierna: het natuurgebiedsplan). Daarbij is aan het gebied De Noenes, waarbinnen de percelen van [appellanten] zijn gelegen, het natuurdoeltype "multifunctioneel bos" toegekend. Tegen dat besluit hebben [appellanten] geen rechtsmiddelen ingesteld. Het besluit van 2 juli 2002 is in rechte onaantastbaar geworden. Ter zitting in hoger beroep hebben [appellanten] betoogd dat zij eerst na afloop van de beroepstermijn op de hoogte zijn geraakt van het besluit van 2 juli 2002. Zij hebben geen reden aangevoerd waarom zij dit argument pas ter zitting van de Afdeling naar voren hebben gebracht. Reeds daarom moet het buiten de te verrichten beoordeling blijven. Dit leidt ertoe dat voor zover [appellanten] opkomen tegen het opnemen van De Noenes in het natuurgebiedsplan, voor beoordeling van de daartoe aangevoerde gronden thans geen plaats meer is.

2.3. Het geschil beperkt zich tot de vraag of het opnemen van De Noenes in het natuurgebiedsplan en de toekenning van het natuurdoeltype "multifunctioneel bos" kan worden aangemerkt als een technische onvolkomenheid die in het kader van het wijzigingsbesluit van 10 januari 2006 hersteld had moeten worden. [appellanten] komen op tegen de overweging van de rechtbank dat het college op afdoende wijze heeft onderbouwd dat de toekenning van het in geding zijnde natuurdoeltype een bewuste keuze is geweest en geen technische fout is. Volgens [appellanten] gaat de rechtbank er aldus aan voorbij dat, nu op hun percelen recreatiewoningen met bijbehorende tuinen zijn gerealiseerd, die percelen in gebruik zijn voor woondoeleinden, waardoor het gebied De Noenes in feite het karakter heeft van een woongebied.

2.3.1. Het besluit van 10 januari 2006 strekt uitsluitend tot wijziging van de natuurgebiedsplannen, vastgesteld bij besluit van 2 juli 2002, voor zover daartoe aanleiding is gevonden in de inmiddels door het college vastgestelde reconstructieplannen en gebiedsplannen, ingekomen wijzigingsvoorstellen van particulieren of terreinbeherende organisaties, goedgekeurde bestemmingsplannen en rechterlijke uitspraken. Niet in geschil is dat aanleidingen van deze aard zich ten aanzien van De Noenes niet voordeden. Voorts zijn wijzigingen aangebracht ter ondervanging van technische onvolkomenheden. Uit het besluit van 10 januari 2006 en het verweer in hoger beroep blijkt dat het college van een technische onvolkomenheid spreekt wanneer een perceel, als gevolg van digitalisering van gegevens of bij het intekenen van bij het natuurgebiedsplan behorende kaarten, foutief is aangeduid in het natuurgebiedsplan. Het gaat bij technische wijzigingen steeds om kleine aanpassingen van ondergeschikte betekenis.

2.3.2. Naar het college in reactie op het beroep heeft betoogd, heeft zij steeds beoogd De Noenes als geheel op te nemen in het natuurgebiedsplan. Gelet hierop heeft de rechtbank derhalve terecht overwogen dat de toekenning van het natuurdoeltype "multifunctioneel bos" aan het gehele gebied een bewuste keuze is geweest en geen technische onvolkomenheid die in aanmerking komt voor een technische wijziging. Dat de feitelijke situatie op de percelen van [appellanten] afwijkt van het daaraan toegekende natuurdoeltype is niet van belang, nu, als volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 6 oktober 2004 in zaak nr. 200400976/1, de feitelijke situatie op een perceel niet bepalend is voor de toekenning van een bepaald natuurdoeltype aan dat perceel. Het betoog faalt.

2.4. Verder betogen [appellanten] dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat het college in het zienswijzenverslag in een aantal gevallen heeft erkend dat tuinen ten onrechte zijn opgenomen in het natuurgebiedsplan en zij deze technische onvolkomenheden zullen corrigeren. Volgens [appellanten] volgt daaruit dat het opnemen van De Noenes in het natuurgebiedsplan eveneens moet worden aangemerkt als een technische onvolkomenheid. Dit betoog treft geen doel. In de door [appellanten] bedoelde gevallen betrof het losse op zichzelf staande percelen die evident niet in het natuurgebiedsplan dienden te worden opgenomen, maar ten aanzien waarvan bij de omzetting van kaartmateriaal, als gevolg van de dicht op elkaar lopende grenzen, onterechte aanduidingen zijn opgenomen. De percelen van [appellanten] vormen daarentegen een aaneengesloten gebied, aangeduid als De Noenes, dat bewust is opgenomen in het natuurgebiedsplan, zodat geen sprake is van een vergelijkbare situatie.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. W.D.M. van Diepenbeek en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van Meurs-Heuvel

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2008

47-502.