Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD0751

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
29-04-2008
Zaaknummer
200707404/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 maart 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Diemen (hierna: het college) [wederpartij] medegedeeld dat het niet bevoegd is vergunning, vrijstelling of ontheffing te verlenen voor het plaatsen van een kampeermiddel op het perceel [locatie] te [woonplaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200707404/1.

Datum uitspraak: 29 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Diemen,

appellant,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/4518 van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2007 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Diemen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 maart 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Diemen (hierna: het college) [wederpartij] medegedeeld dat het niet bevoegd is vergunning, vrijstelling of ontheffing te verlenen voor het plaatsen van een kampeermiddel op het perceel [locatie] te [woonplaats].

Bij besluit van 1 augustus 2006, voor zover thans van belang, heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 september 2007, verzonden op 10 september 2007, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard en bepaald dat de gemeente Diemen het door [wederpartij] betaalde griffierecht vergoedt. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 oktober 2007, hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 april 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. R.E. van 't Hof en drs. E.J.M. Kersten, beiden werkzaam bij de gemeente, en [wederpartij] in persoon zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich minder actief heeft opgesteld door het verzoek om ontheffing dan wel vrijstelling voor het plaatsen van een kampeermiddel niet als raadsadres aan de gemeenteraad voor te leggen. Het college bestrijdt voorts het oordeel van de rechtbank dat gelet hierop aanleiding bestaat om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:74, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

2.2. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat er in dit geval voor het college geen wettelijke verplichting bestaat om het verzoek door te zenden naar de gemeenteraad als verzoek tot vaststelling van een verordening. De Afdeling is anders dan de rechtbank van oordeel dat de enkele omstandigheid dat van de zijde van het college is verklaard dat geen sprake is van een situatie waarbij de gemeenteraad bewust heeft gekozen voor het niet vaststellen van een kampeerverordening, onvoldoende grond biedt voor het oordeel dat het college zich minder actief heeft opgesteld door het verzoek niet als raadsadres door te zenden naar de gemeenteraad. Voor toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb bestond onder deze omstandigheden geen aanleiding.

2.3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voor zover hierbij is bepaald dat de gemeente Diemen het door [wederpartij] betaalde griffierecht aan hem dient te vergoeden.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2007 in zaak nr. 06/4518, voor zover hierbij is bepaald dat de gemeente Diemen het door [wederpartij] betaalde griffierecht aan hem diende te vergoeden.

Aldus vastgesteld door mr. C.W. Mouton, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.

w.g. Mouton w.g. De Leeuw-van Zanten

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2008

97-538.