Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BD0344

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-04-2008
Datum publicatie
23-04-2008
Zaaknummer
200706205/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 juli 2007, kenmerk 2007/0450839, heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad (hierna: de raad) van de gemeente Borne (hierna: de raad) bij besluit van 14 december 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied, herziening [locatie]".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200706205/1.

Datum uitspraak: 23 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], allen wonend te [woonplaats], gemeente Borne,

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 juli 2007, kenmerk 2007/0450839, heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad (hierna: de raad) van de gemeente Borne (hierna: de raad) bij besluit van 14 december 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied, herziening [locatie]".

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 augustus 2007, beroep ingesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de raad een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 april 2008, waar [appellanten], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door L. Sipman en drs. ing. A. Gijsendorffer, ambtenaren in dienst van de provincie, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de raad, vertegenwoordigd door ing. S. Swart-Beekhuis, ambtenaar in dienst van de gemeente, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het plan voorziet in de vestiging van een bedrijf voor dagrecreatie op het perceel gelegen aan de [locatie] in [plaats] (hierna: het perceel). Het bedrijf organiseert buitensportactiviteiten. Een aantal activiteiten wordt in de schuur op het perceel of op het veld naast de schuur gehouden, zoals handboogschieten, darten en een klimwand. Een aantal andere activiteiten vindt plaats in de omgeving van het perceel, zoals steppen, kanoën, fietsen, vlotbouwen en wandelen, waarbij gebruikt wordt gemaakt van bestaande infrastructuur en bestaande voorzieningen.

2.3. [appellanten] betogen dat het plan de vestiging van een bedrijf voor intensieve dagrecreatie mogelijk maakt, hetgeen in strijd is met het Streekplan "Overijssel 2000+" (hierna: het streekplan) en het gemeentelijke beleid. Gezien het feit dat het bedrijf groepen van maximaal 100 personen kan herbergen en de planvoorschriften meerdere groepen per dag niet uitsluiten, kan niet gesproken worden van extensieve recreatie. Als gevolg hiervan vrezen [appellanten] voor overlast in de omgeving van het perceel. Tevens betogen zij dat de ondergeschikte horeca-activiteiten, die zijn opgenomen in de doeleindenomschrijving van artikel 5 van de planvoorschriften, wegens een gebrek aan handhaafbaarheid in feite als een zelfstandige horecabestemming zullen worden uitgeoefend. Ook hiervan vrezen zij overlast.

2.4. Het college heeft het plan goedgekeurd. Hierbij heeft het college aangegeven dat het plan niet in strijd is met het provinciale beleid, zoals neergelegd in het streekplan. Het plangebied ligt in de 'streekplanzone III' waarin in beginsel geen intensieve dagrecreatie mogelijk is, maar wel extensieve dagrecreatie. Gelet op de aantallen bezoekers en de aard van de activiteiten, is volgens het college geen sprake van intensieve recreatie. Met betrekking tot de horeca-activiteiten heeft het college onder meer in aanmerking genomen dat door de onlosmakelijke koppeling in de planvoorschriften van de horeca-activiteiten met de hoofdactiviteit voldoende is gewaarborgd dat de horeca-activiteit niet zelfstandig kan worden geëxploiteerd. Tenslotte merkt het college op dat handhaving een kwestie van openbare orde is en niet in een bestemmingsplan kan worden geregeld.

2.5. Ingevolge artikel 3.2 van de planvoorschriften, voor zover hier van belang, wordt onder verboden gebruik in strijd met de gegeven bestemming als bedoeld in artikel 3.1 in elk geval verstaan:

a. het gebruik ten behoeve van recreatie-activiteiten die het geluidniveau, zoals bepaald in het Besluit Horeca-, sport- en recreatie- inrichtingen, overschrijden;

b. het gebruik ten behoeve van niet-ondersteunende horeca- activiteiten en feesten;

c. het gebruik ten behoeve van het (tijdelijk) oprichten van (feest)tenten;

d. […]

e. een gebruik van de gronden ten behoeve van andere activiteiten dan de recreatie-activiteiten zoals genoemd in artikel 5 lid 1 onder a;

f. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor nachtelijke activiteiten;

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de planvoorschriften, voor zover hier van belang, zijn de gronden met de bestemming "Terrein voor dagrecreatie -B-" bestemd voor:

a. een buitensportaccommodatie, ter plaatse van de op de plankaart met de lettercode "Bs" aangeduid [lees: aangeduide plaats], ten behoeve van de organisatie van dagrecreatieve buitensportactiviteiten, met dien verstande dat slechts de volgende activiteiten zijn toegestaan:

1. activiteiten op en rond het water, waaronder kanovaren, vlotbouwen, vlotvaren en klimmen over touwbruggen;

2. extensieve dagrecreatieve activiteiten, waaronder steppen, wandelsporten, fietssporten en klootschieten;

3. "stille" schietsporten en spellen, zoals handboogschieten, blaaspijpschieten, darten en klimwand.

b. de ontvangst en een kort verblijf van maximaal 100 dagrecreanten gelijktijdig, met enkele voorzieningen, zoals verblijfsruimte, opslagruimte, sanitair en kleedruimte;

c. ondersteunende horeca, met dien verstande dat:

1. de horeca-activiteit ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit;

2. de horeca-activiteit gekoppeld moet zijn aan tenminste één andere recreatieve activiteit;

3. de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit;

4. de toegang van de horeca-activiteit uitsluitend via die van de hoofdactiviteit plaatsvindt; er is dus geen aparte ingang;

5. van het totale vloeroppervlak van het gebouw van de buitensportaccommodatie niet meer dan 30% van het totale bruto vloeroppervlak aan ondersteunende horeca wordt besteed, ruimten voor toilet, opslag en keuken hier niet inbegrepen;

2.6. Voor zover [appellanten] betogen dat sprake is van activiteiten die in de avond en nacht plaatsvinden, kan erop gewezen worden dat ingevolge artikel 3.2 van de planvoorschriften nachtelijke activiteiten op het perceel zijn uitgesloten. Hun vrees voor nachtelijke overlast van de recreatieve activiteiten is dan ook niet gestoeld op enige bepaling van de planvoorschriften.

In het bestemmingsplan "Buitengebied Borne" was aan het perceel de bestemming "Agrarisch gebied met landschapswaarden" toegekend. Ingevolge artikel 8.1.2, onder e, van de planvoorschriften van dat plan, is medegebruik voor extensieve recreatie toegestaan. In de omgeving van het perceel is eveneens extensieve recreatie mogelijk, omdat in dat plan bij de bestemmingen "Bos met meervoudige doelstelling" en "Natuurgebied" medegebruik voor extensieve recreatie eveneens in de doeleindenomschrijving is opgenomen. In artikel 1.1 van die planvoorschriften wordt extensieve recreatie omschreven als gebruik van de gronden voor wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten die geen specifiek beslag leggen op de ruimte. De activiteiten die in artikel 5, eerste lid, onder a, van de voorschriften van het onderhavige plan worden opgesomd, heeft het college in redelijkheid kunnen zien als extensieve recreatie, omdat dergelijke activiteiten, naar hun aard en gelet op het aantal bezoekers, gelijk zijn te stellen met de in het voorgaande plan expliciet genoemde activiteiten en zij geen specifiek beslag leggen op de ruimte. Gelet op het voorgaande is het plan niet in strijd met het gemeentelijke beleid, dat reeds in eerdergenoemd bestemmingsplan "Buitengebied" was neergelegd. Gezien het feit dat het plangebied ligt in de 'streekplanzone III', waarin extensieve dagrecreatie is toegestaan, is de gegeven bestemming ook niet in strijd met het streekplan.

2.7. Met betrekking tot hun vrees voor overlast ten gevolge van de horeca-activiteiten hebben [appellanten] aangevoerd dat het plan bruiloften en feesten toestaat. Tevens is niet uitgesloten dat ook personen die niet deelnemen aan recreatieve activiteiten gebruik maken van de horecavoorziening op het perceel. De Afdeling constateert dat het gebruik van het perceel ten behoeve van feesten is verboden in artikel 3.2, onder b, van de planvoorschriften en dat in artikel 5, eerste lid, onder c, van de planvoorschriften is bepaald dat de horeca-activiteiten gekoppeld dienen te zijn aan ten minste één recreatieve activiteit.

Ten aanzien van het betoog van [appellanten] dat feitelijk een zelfstandige horecabestemming is toegekend in het plan, overweegt de Afdeling dat blijkens de planvoorschriften alleen ondersteunende horeca is toegestaan. Gelet op de beperkingen die artikel 5, eerste lid, onder c, van de planvoorschriften stelt aan de horeca, is het gebruik uitgesloten voor horeca-activiteiten die zelfstandig ten opzichte van de recreatieve activiteiten kunnen worden ontplooid. Hierbij heeft het college terecht opgemerkt dat argumenten met betrekking tot handhaving niet in een bestemmingsplanprocedure aan de orde kunnen komen.

2.8. De conclusie is dat hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Troost, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Troost

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2008

234-571.