Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC9622

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-04-2008
Datum publicatie
16-04-2008
Zaaknummer
200706802/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding / schadeveroorzakend besluit / geen recht op opvang voorafgaand aan asielaanvraag

Voor aansprakelijkheid in verband met het gestelde schadeveroorzakende besluit is onder meer vereist dat de gestelde schade het gevolg is van dat besluit. Aan dat vereiste wordt in dit geval niet voldaan. Indien bij het besluit van 7 december 2003 de gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zou zijn verleend, zou daardoor voor [appellant] geen recht op opvang voorafgaand aan de aanvraag zijn ontstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2008, 989

Uitspraak

200706802/1.

Datum uitspraak: 16 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant] wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/14626 van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, van 23 augustus 2007 in het geding tussen:

[appellant]

en

de staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 mei 2005 heeft de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie het verzoek van [appellant] van 11 februari 2004 om schadevergoeding afgewezen.

Bij besluit van 20 februari 2007 heeft de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 23 augustus 2007, verzonden op 27 augustus 2007, heeft de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem (hierna: de rechtbank), het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 20 februari 2007 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 september 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 februari 2008, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. A. Portier, advocaat te Arnhem, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. M.P. Bouma, ambtenaar van het Ministerie van Justitie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 augustus 2007 voor zover daarbij is overwogen dat vóór de aanvraag van 3 december 2003 geen recht op opvang ontstond omdat de aanspraak daarop afhing van de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

2.1.1. [appellant] stelt schade te hebben geleden doordat hem geen opvang krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 is verleend gedurende de periode van 14 oktober 2003 tot 3 december 2003. Daartoe heeft [appellant] aangevoerd dat hij zich op 14 oktober 2003 bij het aanmeldcentrum Ter Apel heeft gemeld voor het indienen van een tweede asielverzoek onder overlegging van stukken ten bewijze dat hij was teruggekeerd naar zijn land van herkomst, dat hij in het aanmeldcentrum medisch is behandeld aan verwondingen, dat hem toen in strijd met paragraaf C5/20.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 niet is meegedeeld dat hij voor het indienen van een tweede aanvraag een afspraak diende te maken, dat vervolgens op 22 oktober 2003 door de advocaat van [appellant] de HASA-lijn is gebeld om bedoelde afspraak te maken, dat tijdens dit gesprek is gevraagd wat de nieuwe feiten of omstandigheden zijn en dat hij pas op 3 december 2003 in de gelegenheid is gesteld het desbetreffende aanvraagformulier in te dienen.

2.1.2. In het verzoek om schadevergoeding van 11 februari 2004 wordt het besluit van 7 december 2003, waarbij de aanvraag van 3 december 2003 is afgewezen, als het schadeveroorzakende aangeduid. Dit besluit is bij uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, van 23 december 2003 vernietigd. Hiertegen is geen hoger beroep ingesteld.

2.1.3. Voor aansprakelijkheid in verband met het gestelde schadeveroorzakende besluit is onder meer vereist dat de gestelde schade het gevolg is van dat besluit. Aan dat vereiste wordt in dit geval niet voldaan. Indien bij het besluit van 7 december 2003 de gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zou zijn verleend, zou daardoor voor [appellant] geen recht op opvang voorafgaand aan de aanvraag zijn ontstaan.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, zij het met verbetering van de gronden waarop zij rust.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. D. Roemers, leden, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. De Groot

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2008

210.