Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC9594

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-04-2008
Datum publicatie
16-04-2008
Zaaknummer
200800572/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 november 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) beslist over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Castricum (hierna: de raad) bij besluit van 22 maart 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Herziening Duingebied/regeling strandrecreatie" (hierna: het plan).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200800572/2.

Datum uitspraak: 11 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) beslist over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Castricum (hierna: de raad) bij besluit van 22 maart 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Herziening Duingebied/regeling strandrecreatie" (hierna: het plan).

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 januari 2008, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 januari 2008, heeft hij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 maart 2008, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. C.H.P. de Boer, advocaat te Alkmaar, en het college, vertegenwoordigd door mr. S.J.P.A.M. van Herpen, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de gemeenteraad van Castricum, vertegenwoordigd door G. Foeken, ambtenaar in dienst van de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in een planologische regeling voor strandrecreatie op het strand van Castricum.

2.3. [verzoeker] stelt dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de gronden grenzend aan het bouwvlak ter plaatse van zijn [strandpaviljoen] en beoogt met zijn verzoek onomkeerbare gevolgen van de inwerkingtreding hiervan te voorkomen. Hij voert hiertoe aan dat het plan ten onrechte niet voorziet in een groter bouwvlak van 20 meter diep. Volgens hem hebben de overige strandpaviljoens wel een bouwvlak met een dergelijke diepte en wordt hem in strijd met het gelijkheidsbeginsel niet toegestaan zijn strandpaviljoen uit te breiden.

2.4. Ter zitting is gebleken dat het strandseizoen 2008 reeds is aangevangen, zodat aan het verzoek van [verzoeker] een spoedeisend belang ten grondslag ligt.

2.5. De voorzitter stelt vast dat in het plan aan [strandpaviljoen] een bouwvlak met een diepte van 15 meter is toegekend en dat het plan derhalve niet voorziet in de door verzoeker gewenste bouwmogelijkheid. Schorsing van het bestreden besluit brengt daarin geen verandering, nu onder het vorige bestemmingsplan ook geen sprake was van een bouwvlak van 20 meter diep. Om aan de wens van [verzoeker] tegemoet te komen dient een voorziening te worden getroffen die inhoudt dat vooruitlopend op de bodemprocedure dient te worden gehandeld als ware ter plaatse van [strandpaviljoen] de gewenste bouwmogelijkheid gegeven. Een voorlopige voorziening die voorziet in het creƫren van een bouwvlak van 20 meter diep is te verstrekkend, aangezien het scheppen van die mogelijkheid niet met een uitspraak van de Afdeling kan worden bewerkstelligd en de voorzitter geen verderstrekkende bevoegdheid toekomt.

2.6. Gezien het voorgaande ziet de voorzitter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Matulewicz

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 april 2008

45-500.