Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC9021

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-04-2008
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
200801556/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 november 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer (hierna: het college) de naamloze vennootschap Fortis Bank Nederland N.V. (hierna: Fortis Bank) onder aanzegging van bestuursdwang gelast, voor zover thans van belang, het gebruik van het dak van de parkeergarage grenzend aan het pand Snipperlingsdijk 10/Twentestraat 1-55 te Deventer binnen zes weken na verzending van dit besluit te staken en gestaakt te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200801556/2.

Datum uitspraak: 1 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de naamloze vennootschap Fortis Bank Nederland N.V., gevestigd te Rotterdam, en anderen,

verzoekers,

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/782 van de rechtbank Zwolle van 22 januari 2008 in het geding tussen:

de naamloze vennootschap Fortis Bank Nederland N.V. en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 november 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer (hierna: het college) de naamloze vennootschap Fortis Bank Nederland N.V. (hierna: Fortis Bank) onder aanzegging van bestuursdwang gelast, voor zover thans van belang, het gebruik van het dak van de parkeergarage grenzend aan het pand Snipperlingsdijk 10/Twentestraat 1-55 te Deventer binnen zes weken na verzending van dit besluit te staken en gestaakt te houden.

Bij besluit van 5 april 2007 heeft het college het door Fortis Bank en anderen daartegen gemaakte bezwaar, voor zover thans van belang, ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 januari 2008, verzonden op 23 januari 2008, heeft de rechtbank Zwolle (hierna: de rechtbank) het door Fortis Bank en anderen daartegen ingestelde beroep, voor zover thans van belang, ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben Fortis Bank en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 maart 2008, hoger beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 maart 2008, hebben Fortis Bank en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 maart 2008, waar Fortis Bank en anderen, vertegenwoordigd door mr. M.H. Blokvoort, advocaat te Enschede, vergezeld door G. Schimmel, werkzaam bij Eurocommerce Projectontwikkeling B.V., en het college, vertegenwoordigd door F.W.H.M. Helmich, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting Stichting Veensnip, vertegenwoordigd door [voorzitter] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Ingevolge artikel 9, eerste lid, onder a, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan "Grachtengordel Oost 2000" zijn de op de plankaart als "Verblijfsdoeleinden" aangewezen gronden, voor zover thans van belang, bestemd voor parkeervoorzieningen, met dien verstande dat uitsluitend ondergrondse parkeervoorzieningen, in ten hoogste één laag, zijn toegestaan ter plaatse van de op de plankaart voorkomende aanduiding "parkeerkelder toegestaan".

Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de planvoorschriften is het verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde.

In geding is vooral of deze bepalingen het gebruik van de gronden ter plaatse van voormelde aanduiding ten behoeve van bovengronds parkeren al dan niet mogelijk maken. Naar het oordeel van de voorzitter verdient het de voorkeur dat die rechtsvraag door de Afdeling in de bodemprocedure wordt beantwoord.

2.3. Ten aanzien van de vraag of in afwachting van de behandeling van de hoofdzaak een voorlopige voorziening getroffen dient te worden, wordt het volgende overwogen. Het college heeft na ontvangst van het verzoek om handhaving ongeveer anderhalf jaar gewacht alvorens Fortis Bank aan te schrijven tot staking van het gebruik en is hangende de bezwaarprocedure bij het college en de beroepsprocedure bij de rechtbank voorts evenmin tot uitvoering van het bestuursdwangbesluit overgegaan. De voorzitter leidt daaruit af dat geen zwaarwegende belangen zich ertegen verzetten om met de effectuering van het bestuursdwangbesluit te wachten totdat de Afdeling op het hoger beroepschrift van Fortis Bank en anderen heeft beslist. Daarbij komt dat Fortis Bank en anderen hebben gesteld dat bij directe sluiting van het in geding zijnde terrein grote parkeerproblemen zullen ontstaan. Ofschoon Fortis Bank en anderen rekening dienen te houden met de gerede kans dat de Afdeling de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure zal bevestigen, ziet de voorzitter in het vorenstaande aanleiding de navolgende voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van 5 april 2007 en van 17 november 2006;

II. veroordeelt het college tot vergoeding van bij Fortis Bank en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Deventer aan Fortis Bank en anderen onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. gelast dat de gemeente Deventer aan Fortis Bank en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 428,00 (zegge: vierhonderdachtentwintig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Hanrath

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2008

392.