Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC8496

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-04-2008
Datum publicatie
03-04-2008
Zaaknummer
200707687/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (hierna: het college) zijn beslissing om op 10 december 2006 jegens [appellant] bestuursdwang toe te passen ter zake van het op een onjuiste dag ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang à € 59,00 voor rekening van [appellant] komen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:5
Algemene wet bestuursrecht 6:6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAF 2008/27 met annotatie van Van der Meijden

Uitspraak

200707687/1.

Datum uitspraak: 2 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

wijlen [appellant], laatstelijk wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (hierna: het college) zijn beslissing om op 10 december 2006 jegens [appellant] bestuursdwang toe te passen ter zake van het op een onjuiste dag ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college beslist dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang à € 59,00 voor rekening van [appellant] komen.

Bij besluit van 31 oktober 2007 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 november 2007, beroep ingesteld.

Het college heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 maart 2008, waar geen van de partijen is verschenen, dan wel zich heeft doen vertegenwoordigen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] kan zich niet verenigen met het bestreden besluit, waarbij zijn bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.

2.1.1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt een bezwaarschrift ondertekend. Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 kan het bezwaar ingevolge artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2.1.2. Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat [appellant] zijn bezwaarschrift niet heeft ondertekend en dat hij dit verzuim ook niet heeft hersteld, nadat het college hem daartoe in de gelegenheid had gesteld. Bij nader stuk van 6 maart 2008 heeft het college medegedeeld dat bij nadere bestudering van het dossier alsnog is gebleken dat een ondertekend bezwaarschrift van [appellant] was ontvangen. Het college heeft derhalve in strijd met artikel 3:2 van de Awb bij de voorbereiding van het bestreden besluit niet de nodige kennis vergaard omtrent de relevante feiten.

2.2. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

2.3. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van 31 oktober 2007, kenmerk A.B.2007.2.07684/NH;

III. gelast dat de gemeente Rotterdam aan de erfopvolgers van [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 143,00 (zegge: honderddrieënveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Lap

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2008

288.