Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC8465

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
03-04-2008
Zaaknummer
200800973/2
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 april 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zederik (hierna: het college) aan de stichting Stichting Goed Wonen Zederik (hierna: de stichting) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van 29 seniorenappartementen op het perceel Vijverhof/Prinses Beatrixstraat te Meerkerk, gemeente Zederik.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200800973/2.

Datum uitspraak: 26 maart 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/33 van de rechtbank Dordrecht van 28 december 2007 in het geding tussen:

[verzoekers]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zederik.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 april 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zederik (hierna: het college) aan de stichting Stichting Goed Wonen Zederik (hierna: de stichting) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van 29 seniorenappartementen op het perceel Vijverhof/Prinses Beatrixstraat te Meerkerk, gemeente Zederik.

Bij besluit van 24 november 2006 heeft het college het door [verzoekers] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 28 december 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Dordrecht (hierna: de rechtbank) het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 24 november 2006 vernietigd.

Tegen deze uitspraak hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 februari 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 maart 2008.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2008, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 11 maart 2008 heeft het college de bezwaren van [verzoekers] opnieuw gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 maart 2008, waar [verzoekers], in persoon en bijgestaan door mr. F.A. van de Kasteele, advocaat te Dordrecht, en het college, vertegenwoordigd door J. van de Ven en J.P. Rombout, ambtenaren in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de stichting, vertegenwoordigd door mr. J.M.H. van den Mosselaar, advocaat te Best, vergezeld door haar [directeur] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. het verzoek van [verzoekers] is met name ingegeven door de vrees voor toeneming van parkeeroverlast ten gevolge van het bouwplan.

2.3. Hetgeen [verzoekers] naar voren hebben gebracht, geeft geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de bouwvergunning niet mocht worden verleend. Het college heeft op 11 maart 2008 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Uit dit besluit volgt dat ten behoeve van de voorziene 29 appartementen 50 parkeerplaatsen zullen worden aangelegd. Niet aannemelijk is geworden dat, zelfs indien niet al deze parkeerplaatsen op korte termijn fysiek kunnen worden gerealiseerd, het bouwplan tot zodanige parkeerhinder in de omgeving zal leiden, dat dit aanleiding dient te geven voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat ter zitting is gebleken dat de bouw van het appartementencomplex in een vergevorderd stadium verkeert. Oplevering is voorzien op 9 mei 2008. Door de stichting is onweersproken gesteld dat zij bij stillegging van de bouw in dit stadium aanzienlijke schade derft.

2.4. Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Hanrath

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2008

392.