Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC7620

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
26-03-2008
Zaaknummer
200704770/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 december 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest (hierna: het college) geweigerd aan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200704770/1.

Datum uitspraak: 26 maart 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Soest,

tegen de uitspraak in zaak nr. 2006/1774 van de rechtbank Utrecht van 29 mei 2007 in het geding tussen:

[appellant],

en

het college van burgemeester en wethouders van Soest.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest (hierna: het college) geweigerd aan

[appellant] bouwvergunning en vrijstelling te verlenen voor de herbouw van een hooiberg, het aanbrengen van een vloeistofdichte plaat met zijwanden en het uitbreiden van een dak van een bestaande schuur op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij uitspraak van 29 mei 2007, verzonden op 30 mei 2007, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 juli 2007, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 februari 2008, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. L.J.H. de Vink, en het college, vertegenwoordigd door G. Huttinga, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Buiten bezwaren van partijen zijn ter zitting nog stukken in het geding gebracht.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] betoogt uitsluitend dat de rechtbank heeft miskend dat de bouwplannen in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan "Landelijk gebied 1994" (hierna: het bestemmingsplan).

2.1.1. Dit betoog faalt. Bij besluit van 6 juli 2004 heeft het college het besluit van 12 december 2003, waarbij [appellant], voor zover thans van belang, onder aanzegging van bestuursdwang is gelast de hooiberg, de vloeistofdichte plaat met zijwanden en het dak van de schuur op het perceel te verwijderen, gehandhaafd. In haar uitspraak van 4 mei 2005, in zaak nr. 200409054/1, heeft de Afdeling de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen voormeld besluit van 6 juli 2004 ongegrond is verklaard, bevestigd. Daartoe heeft de Afdeling overwogen dat de hooiberg, de plaat en de schuur in strijd zijn met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het college in deze procedure hierover een ander standpunt behoorde in te nemen.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2008

17-476.