Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC6399

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-03-2008
Datum publicatie
12-03-2008
Zaaknummer
200801000/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 juni 2006 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [verzoekster] een boete opgelegd van € 40.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200801000/2.

Datum uitspraak: 7 maart 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/2952 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar van 19 december 2007 in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 juni 2006 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [verzoekster] een boete opgelegd van € 40.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Bij besluit van 14 augustus 2007 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de minister) het daartegen door [verzoekster] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 december 2007, verzonden op 28 december 2007, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar, voor zover thans van belang, het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 februari 2008, hoger beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 februari 2008, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 februari 2008, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. O.H. Minjon, advocaat te Opmeer, en vergezeld door haar [directeur] en de minister, vertegenwoordigd door mr. R. Gouw, werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit van 14 augustus 2007 worden opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist.

2.2. Aan haar verzoek heeft [verzoekster] ten grondslag gelegd dat, indien de haar opgelegde boete hangende hoger beroep wordt geïnd, dit bij haar tot grote financiële problemen zal leiden.

[verzoekster] heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat zij door de opgelegde boete in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren. Voor zover de door [verzoekster] overgelegde financiële overzichten al inzicht verschaffen in de financiële situatie van haar bedrijf, kan daaruit niet worden afgeleid dat, naar gesteld, haar bedrijf verliesgevend is. Voorts heeft de minister uiteengezet dat voor [verzoekster] steeds de mogelijkheid heeft opengestaan om een betalingsregeling te treffen, waarbij de betaling van de boete over een periode van maximaal twaalf maanden kan worden gespreid, maar dat [verzoekster] van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. Deze mogelijkheid bestaat overigens volgens de minister nog steeds. Tot slot zal naar verwachting de hoofdzaak binnen niet al te lange termijn ter zitting worden behandeld.

Onder deze omstandigheden ontbeert het verzoek het voor het inwilligen daarvan noodzakelijke spoedeisende belang en bestaat voor het treffen van de gevraagde voorziening geen aanleiding.

2.3. Voor een proceskosten veroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Prins

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2008

363.