Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC5264

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
27-02-2008
Zaaknummer
200706568/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 maart 2006 heeft de minister van Buitenlandse Zaken (hierna: de minister) een verzoek om informatie met betrekking tot de achterliggende stukken die ten grondslag hebben gelegen aan het individueel ambtsbericht van 12 januari 2004 in het kader van de asielprocedure van [appellante] gedeeltelijk ingewilligd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200706568/1.

Datum uitspraak: 27 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06-5216 van de rechtbank Haarlem van 24 juli 2007 in het geding tussen:

[appellante],

en

de minister van Buitenlandse Zaken.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2006 heeft de minister van Buitenlandse Zaken (hierna: de minister) een verzoek om informatie met betrekking tot de achterliggende stukken die ten grondslag hebben gelegen aan het individueel ambtsbericht van 12 januari 2004 in het kader van de asielprocedure van [appellante] gedeeltelijk ingewilligd.

Bij besluit van 17 mei 2006 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 juli 2007, verzonden op 2 augustus 2007, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 september 2007, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft de toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

Partijen hebben toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:57 van de Awb om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

2. Overwegingen

2.1. [appellante] klaagt dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan haar betoog dat het algemene belang dat de Nederlandse samenleving heeft bij een transparant bestuur noopt tot openbaarmaking van de weggelakte passages.

2.2. Dit betoog faalt. De rechtbank is er bij de beoordeling van de onderhavige zaak terecht van uitgegaan dat het recht op openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering dient, welk belang de Wob vooronderstelt. Onder dit publieke belang is mede begrepen het belang van een transparant bestuur zodat dit belang niet afzonderlijk behoeft te worden betrokken bij de in het kader van de Wob te verrichten afweging tussen het algemene of publieke belang bij openbaarmaking en de door de weigeringsgronden te beschermen belangen.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. W. van den Brink en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. De Leeuw-van Zanten

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2008

97-538.