Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC5256

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
27-02-2008
Zaaknummer
200704206/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 oktober 2005 heeft appellant (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een lichte bouwvergunning verleend voor het bouwen van een dakkapel in het dak van de woning aan de [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200704206/1.

Datum uitspraak: 27 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze,

appellant,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/298 van de rechtbank Assen van 16 mei 2007 in het geding tussen:

[wederpartij],

en

appellant.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 oktober 2005 heeft appellant (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een lichte bouwvergunning verleend voor het bouwen van een dakkapel in het dak van de woning aan de [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 3 januari 2006 heeft het college het daartegen door [wederpartij] (hierna: [wederpartij]) gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 mei 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Assen (hierna: de rechtbank) het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat het college opnieuw moet beslissen met inachtneming van de uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief van 12 juni 2007, bij de Raad van State ingekomen op 19 juni 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 20 juli 2007 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 januari 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M.L. van Son, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [wederpartij] en [gemachtigde], in persoon zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de dakkapel geen bouwvergunningvrij bouwwerk betreft als bedoeld in artikel 2 van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken en in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Eexterveen Kern". Het college heeft een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend.

2.2. Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het terecht bouwvergunning heeft verleend voor de dakkapel, omdat de dakkapel niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het college voert daartoe aan dat de dakkapel weliswaar niet aan de sneltoetscriteria uit de geldende welstandsnota voldoet, maar dat juist om die reden advies aan Drents Plateau erfgoed en architectuur (hierna: de welstandscommissie) is gevraagd. Volgens het advies van de welstandscommissie van 14 april 2006 is de dakkapel in overeenstemming met redelijke eisen van welstand, zodat het college meent dat de bouwvergunning mocht worden verleend.

2.2.1. Het college mag, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij de aanvrager of een derdebelanghebbende een deskundigenrapport overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie. Dit is slechts anders indien het advies van de welstandscommissie naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen.

Het college heeft de dakkapel allereerst getoetst aan de sneltoets- of loketcriteria (hierna: sneltoetscriteria) voor dakkapellen die zijn opgenomen in paragraaf 2.6.3 van bijlage 3 bij de Nota welstandsbeleid Aa en Hunze 2005-1 (hierna: de welstandsnota) van 13 april 2005.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 5 december 2007 in zaak nr. 200703675/1 zijn de sneltoetscriteria bepalend voor de beantwoording van de vraag of de behandelend ambtenaar de aanvraag kan afdoen zonder tussenkomst van de welstandscommissie, maar niet maatgevend voor de door de welstandscommissie uit te voeren beoordeling van aanvragen om een lichte bouwvergunning als waar het hier om gaat.

Aangezien de dakkapel niet voldoet aan het sneltoetscriterium dat deze 0,5 m uit de zijkant van dakvlak moet worden gebouwd, moest, zoals het college terecht aanvoert, de welstandscommissie de dakkapel toetsen aan de welstandscriteria uit de welstandsnota. De rechtbank is ten onrechte voorbijgegaan aan het in de welstandsnota gemaakte onderscheid tussen de sneltoetscriteria en de welstandscriteria.

Dit leidt echter niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak om de navolgende reden. In haar advies van 14 april 2006 vermeldt de welstandscommissie dat de dakkapel een ondergeschikte toevoeging is aan het hoofdgebouw en om die reden voldoet aan redelijke eisen van welstand. Het vereiste van ondergeschiktheid aan het hoofdgebouw is echter slechts een sneltoetscriterium uit paragraaf 2.6.3 van bijlage 3. Het college heeft niet inzichtelijk gemaakt of ook is getoetst aan het op pagina 45 van de welstandsnota voor dit deel van de gemeente ("gebied 8") geformuleerde welstandscriterium voor vorm en massa ten aanzien van dakkapellen. Om die reden is het advies niet zorgvuldig tot stand gekomen. Het college heeft het advies niet zonder meer aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag mogen leggen.

Nu het college alleen al vanwege het vorenstaande gebrek geen doorslaggevende betekenis aan het welstandsadvies had mogen toekennen, kunnen de omstandigheden dat, zoals het college betoogt, een vaste adviesrelatie met de welstandscommissie bestaat en [wederpartij] geen deskundigenrapport heeft overgelegd niet tot een ander oordeel leiden. Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, met verbetering van de gronden waarop deze rust.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Klein Nulent, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Klein Nulent

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2008

218-560.