Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC5243

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-02-2008
Datum publicatie
27-02-2008
Zaaknummer
200708190/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 oktober 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de stadsdeelraad van het stadsdeel Amsterdam-Noord (hierna: de stadsdeelraad) bij besluit van 14 februari 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Banne-Toren IJdoornlaan/Statenjachtstraat".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200708190/2.

Datum uitspraak: 22 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting "Stichting BovenIJ ziekenhuis", gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 oktober 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de stadsdeelraad van het stadsdeel Amsterdam-Noord (hierna: de stadsdeelraad) bij besluit van 14 februari 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Banne-Toren IJdoornlaan/Statenjachtstraat".

Tegen dit besluit heeft de stichting "Stichting BovenIJ ziekenhuis" (hierna: het ziekenhuis) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 november 2007, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 november 2007, heeft BovenIJ ziekenhuis de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 februari 2008, waar het ziekenhuis, vertegenwoordigd door mr. F. Spijker, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. R.J.J. Aerts, advocaat te Den Haag, zijn verschenen. Voorts zijn daar gehoord de stadsdeelraad, vertegenwoordigd door mr. E.A. Minderhoud, advocaat te Amsterdam, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Woningstichting Rochdale Delta Forte B.V." (hierna: de Woningstichting), vertegenwoordigd door M.M.H. Ramakers.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet in de bouw van een woontoren met een maximale hoogte van 39 meter aan de IJdoornlaan en de Statenjachtstraat op een afstand van ongeveer 45 meter van de bebouwing van het ziekenhuis.

2.3. Het ziekenhuis stelt dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan en beoogt met haar verzoek onomkeerbare gevolgen van de inwerkingtreding hiervan te voorkomen. Daartoe voert het ziekenhuis onder meer aan dat de voorziene woontoren zijn bedrijfsvoering ernstig zal belemmeren en zijn toekomstige uitbreidingsmogelijkheden ernstig beperkt.

2.4. Het college heeft het plan niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening geacht en stelt zich op het standpunt dat van belemmering van de bedrijfsvoering van het ziekenhuis geen sprake zal zijn.

2.5. Ter zitting is gebleken dat de voorziene woontoren vrijwel direct grenst aan een op het ziekenhuisterrein gelegen weg, die wordt gebruikt door het personeel van het ziekenhuis, de toeleveranciers en de ambulances richting spoedeisende hulp. Voorts staat in het onderzoek van het onderzoeksbureau "Sight" van 19 juli 2007 dat vanwege de meetomstandigheden het niet mogelijk is gebleken om op grond van de meetresultaten een toetsing uit te voeren aan de eisen van de milieuvergunning van het ziekenhuis, dat niet vastgesteld kan worden of de inrichting ter plaatse van de toekomstige woonbebouwing aan de gestelde eisen kan voldoen en dat voor het beantwoorden van deze onderzoeksvraag een uitgebreider akoestisch onderzoek nodig is, waarin door bronmetingen en overdrachtberekeningen het geluidsniveau vanwege het ziekenhuis kan worden vastgesteld. Verweerder heeft dergelijk aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht omdat de geluidbelasting vanwege de omliggende wegen hoger is dan de geluidbelasting vanwege het ziekenhuis. Nu evenwel niet boven iedere twijfel is verheven dat ter plaatse van de gevel van de woontoren aan de zijde van het ziekenhuis zodanige hinder kan ontstaan, dat het leefklimaat van de toekomstige bewoners, dat toch al als gevolg van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer als suboptimaal moet worden aangemerkt, in verdergaande mate negatief zal worden beïnvloed en hiernaar onderzoek mogelijk is, acht de voorzitter, gelet op de korte afstanden tussen de voorziene woontoren, voormelde weg en het ziekenhuis, dergelijk onderzoek aangewezen. Voorts is van belang dat ter zitting door de Woningstichting is verklaard dat zij, naar het zich laat aanzien, in de komende negen maanden nog geen bouwaanvraag zal doen voor de woontoren. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat er geen zwaarwegende belangen bestaan, die zich verzetten tegen het treffen van een voorlopige voorziening, zodat bedoeld onderzoek kan worden verricht, zonder dat er onomkeerbare gevolgen door de inwerkingtreding van het plan kunnen ontstaan. In dit verband wijst de voorzitter er op dat, zodra bedoeld nader onderzoek beschikbaar is en dit daartoe aanleiding geeft, desgewenst ingevolge artikel 8:87, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden verzocht om opheffing van de voorlopige voorziening.

2.6. Gezien het voorgaande acht de voorzitter, gelet op de onomkeerbare gevolgen die kunnen ontstaan als gevolg van inwerkingtreding van het plan, termen aanwezig het bestreden besluit bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen. De overige gronden behoeven, gelet op het voorgaande, geen behandeling.

2.7. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 2 oktober 2007, kenmerk 2007-56075;

II. veroordeelt het college tot vergoeding van bij het ziekenhuis in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de provincie Noord-Holland aan het ziekenhuis onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III. gelast dat de provincie Noord-Holland aan het ziekenhuis het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Kegge

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2008

459.