Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC5238

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
27-02-2008
Zaaknummer
200705155/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 februari 2006 heeft het Bureau voor de industriële eigendom, dat de naam Octrooicentrum Nederland voert (hierna: OCN) afwijzend besloten op het verzoek van [appellanten] om inschrijving in het octrooiregister van een akte van gedeeltelijke afstand van het octrooi NL 1016026 voor een "werkwijze voor het aanbrengen van een verharding alsmede verharding" (hierna: het octrooi).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BIE 2008, 17
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200705155/1.

Datum uitspraak: 27 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de naamloze vennootschap "Hollandsche Beton Groep N.V.", gevestigd te Bunnik, en [appellante A], gevestigd te [plaats],

appellanten,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/4910 van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 juni 2007 in het geding tussen:

appellanten

en

het Bureau voor de industriële eigendom, dat de naam

Octrooicentrum Nederland voert.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2006 heeft het Bureau voor de industriële eigendom, dat de naam Octrooicentrum Nederland voert (hierna: OCN) afwijzend besloten op het verzoek van [appellanten] om inschrijving in het octrooiregister van een akte van gedeeltelijke afstand van het octrooi NL 1016026 voor een "werkwijze voor het aanbrengen van een verharding alsmede verharding" (hierna: het octrooi).

Bij besluit van 27 april 2006 heeft OCN het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 juni 2007, verzonden op 13 juni 2007, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juli 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Het OCN heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 januari 2008, waar [appellanten], vertegenwoordigd door mr. W.J.G. Maas, advocaat te Amsterdam, en OCN, vertegenwoordigd door mr. M.W.D. van der Burg en mr. C. Witteman, beiden werkzaam bij OCN, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 63, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 (hierna: ROW 1995), vervalt een octrooi geheel of gedeeltelijk wanneer de octrooihouder geheel onderscheidenlijk gedeeltelijk afstand doet.

Ingevolge het tweede lid geschiedt de afstand door inschrijving van een daartoe strekkende akte in het octrooiregister. Het bureau schrijft de akte niet in zolang er personen zijn, die krachtens in het octrooiregister ingeschreven stukken rechten op het octrooi of licenties hebben verkregen of rechtsvorderingen, het octrooi betreffende, hebben ingesteld en deze personen tot de afstand geen toestemming hebben verleend.

2.2. Aan de in bezwaar gehandhaafde weigering om de door [appellanten] aangeboden akte van gedeeltelijke afstand van het octrooi in te schrijven, heeft OCN ten grondslag gelegd dat op 4 oktober 2005 op verzoek van [verzoeker] te [plaats] een dagvaarding tot nietigverklaring van het octrooi in het octrooiregister is ingeschreven. OCN stelt zich op het standpunt dat, gelet op artikel 63, tweede lid, van de ROW 1995, slechts met toestemming van [verzoeker] aan het verzoek van [appellanten] tot inschrijving van een akte van gedeeltelijke afstand van het octrooi kan worden voldaan. Nu deze toestemming ontbreekt, kan het verzoek van [appellanten] volgens OCN niet worden ingewilligd.

2.3. [appellanten] bestrijden het oordeel van de rechtbank dat een dagvaarding tot nietigverklaring dient te worden beschouwd als een rechtsvordering het octrooi betreffende als bedoeld in artikel 63, tweede lid, van de ROW 1995.

2.4. Met de rechtbank wordt overwogen dat geen grond bestaat voor de door [appellanten] voorgestane beperkte uitleg van het begrip "rechtsvorderingen het octrooi betreffende" in artikel 63, tweede lid, van de ROW 1995. De tekst van deze bepaling is duidelijk. Een dagvaarding tot nietigverklaring van een octrooi is een rechtsvordering het octrooi betreffende. Anders dan de rechtbank, ziet de Afdeling derhalve geen aanleiding tot beoordeling van hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd met betrekking tot de wijze waarop bedoeld begrip volgens hen dient te worden uitgelegd.

2.5. Uit het vorenoverwogene volgt dat het besluit van OCN van 27 april 2006 in rechte stand houdt. De rechtbank is terecht, zij het deels op andere gronden, tot hetzelfde oordeel gekomen.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, met verbetering van de gronden waarop deze rust.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter,

en mr. B. van Wagtendonk en mr. W. van den Brink, leden,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Smissen, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Van der Smissen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2008

312-546.