Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC5233

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-02-2008
Datum publicatie
27-02-2008
Zaaknummer
200708817/1 en 200708817/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 oktober 2007, kenmerk 2007/0532751, heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Olst-Wijhe (hierna: het college van B&W) bij besluit van 31 juli 2007 vastgestelde wijzigingsplan "Buitengebied Olst, wijziging ex artikel 11 WRO, Bockhorsterstraat 1 Olst".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200708817/1 en 200708817/2.

Datum uitspraak: 21 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 oktober 2007, kenmerk 2007/0532751, heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Olst-Wijhe (hierna: het college van B&W) bij besluit van 31 juli 2007 vastgestelde wijzigingsplan "Buitengebied Olst, wijziging ex artikel 11 WRO, Bockhorsterstraat 1 Olst" (hierna: het wijzigingsplan).

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2007, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 december 2007.

Bij brief van 16 december 2007, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2007, hebben [appellanten] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college, het college van B&W, de stichting Stichting IJssellandschap (hierna: de stichting) en [appellanten] hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaken ter zitting behandeld op 7 februari 2008, waar partijen met kennisgeving niet zijn verschenen.

Partijen hebben toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan de Voorzitter, indien het verzoek wordt gedaan hangende een beroep bij de Afdeling en hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

De Voorzitter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en dat aanleiding bestaat voor toepassing van voormeld artikel 8:86, eerste lid.

2.2. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het plan kan worden gewijzigd binnen bij het plan te bepalen grenzen. Bij het besluit omtrent goedkeuring van het wijzigingsplan dient het college te toetsen of aan de bij het bestemmingsplan gegeven wijzigingsvoorwaarden is voldaan. Ingevolge artikel 11, vierde lid, van de WRO gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Awb rust daarnaast op het college de taak te onderzoeken of het plan binnen de bij het bestemmingsplan bepaalde grenzen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Tevens heeft het college erop toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.3. Het wijzigingsplan voorziet in een verschuiving en vergroting tot 1,5 ha van het bestemmingsvlak "Agrarische doeleinden" ter plaatse van de Bockhorsterstraat 1 teneinde hier de (her)vestiging van een melkveebedrijf mogelijk te maken dat thans elders in Olst is gevestigd.

Bij besluit van 23 oktober 2007 heeft het college het wijzigingsplan goedgekeurd.

2.4. [appellanten] stellen dat het college het wijzigingsplan ten onrechte heeft goedgekeurd.

2.5. Bij brief van 30 januari 2008 heeft het college gesteld dat bij nadere beschouwing van de feiten en omstandigheden is gebleken dat het wijzigingsplan is vastgesteld in strijd met de wijzigingsregels zoals neergelegd in het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Olst". Gelet hierop stelt het college dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en aan het wijzigingsplan goedkeuring dient te worden onthouden.

Bij brieven van 4, 5 en 6 februari 2008 hebben respectievelijk het college van B&W, de stichting en [appellanten] aangegeven in te stemmen met vernietiging van het bestreden besluit.

2.6. Nu het college zich thans op een ander standpunt stelt dan het in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Het beroep van [appellanten] is gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb. Gelet hierop behoeven de beroepsgronden van [appellanten] geen bespreking.

Uit het voorgaande volgt dat er rechtens maar één te nemen besluit mogelijk is, zodat de Afdeling aanleiding ziet om zelfvoorziend goedkeuring te onthouden aan het wijzigingsplan.

2.7. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

2.8. Gelet hierop ziet de voorzitter aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. Gezien de uitkomst van dit geding ziet de voorzitter wel aanleiding te gelasten ook het griffierecht te vergoeden dat door [appellanten] in verband met het verzoek om voorlopige voorziening is betaald.

2.9. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel van 23 oktober 2007, kenmerk 2007/0532751;

III. onthoudt goedkeuring aan het wijzigingsplan"Buitengebied Olst, wijziging ex artikel 11 WRO, Bockhorsterstraat 1 Olst";

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V. wijst het verzoek af;

VI. gelast dat de gemeente Olst-Wijhe aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep en het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 286,00 (zegge: tweehonderdzesentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Langeveld

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2008

317-472.