Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC5216

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-02-2008
Datum publicatie
27-02-2008
Zaaknummer
200707818/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 oktober 2007, nummer 1265970, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Bernheze (hierna: de raad) bij besluit van 8 februari 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Centrum Heesch".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200707818/2.

Datum uitspraak: 19 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 oktober 2007, nummer 1265970, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Bernheze (hierna: de raad) bij besluit van 8 februari 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Centrum Heesch".

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 november 2007, beroep ingesteld. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 februari 2008, waar [verzoeker] in persoon en het college, vertegenwoordigd door mr. ing. J.H.M. van Cuyck, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door R.A.M. Keulards, ambtenaar van de provincie.

Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek van [verzoeker] heeft betrekking op de goedkeuring van het plandeel met de bestemming "Centrumdoeleinden" ter plaatse van het perceel gelegen naast 't Dorp 4, kadastraal bekend sectie A 5710 (hierna: het perceel). Ingevolge artikel 4.2.2., onder b, van de planvoorschriften is op gronden met deze bestemming het oprichten van nieuwe bebouwing ten behoeve van wonen niet rechtstreeks toegestaan, tenzij sprake is van vervangende nieuwbouw. Op grond van het bepaalde in artikel 4.7 van de planvoorschriften is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om, onder voorwaarden, het plan te wijzigen in die zin dat op gronden met deze bestemming alsnog een bebouwingsmogelijkheid voor nieuwe woningen ontstaat. Ingevolge artikel 4.2.1, onder b, van de planvoorschriften geldt op gronden met deze bestemming een maximaal bebouwingspercentage van 70%.

[verzoeker] stelt dat het plan ten onrechte niet voorziet in een rechtstreekse bouwmogelijkheid op het perceel voor een woongebouw met drie lagen met daaronder parkeervoorzieningen. Voorts heeft [verzoeker] bezwaar tegen het beperken van het bebouwingspercentage tot maximaal 70 %. Het perceel is thans onbebouwd en in gebruik als parkeerplaats.

2.3. Het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker] strekt ertoe dat de bouw van een woongebouw op het perceel rechtstreeks mogelijk wordt, terwijl het bestemmingsplan niet in die mogelijkheid voorziet. Dienaangaande overweegt de voorzitter dat [verzoeker] niet is gebaat bij schorsing van de desbetreffende onderdelen van het bestreden besluit, aangezien daarmee verwezenlijking van de door hem gewenste bouwmogelijkheid niet mogelijk wordt. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt is te verstrekkend, aangezien het scheppen van die mogelijkheid niet met een uitspraak van de Afdeling kan worden bewerkstelligd. Die uitspraak zou kunnen strekken tot onthouding van goedkeuring aan het desbetreffende plandeel, doch daarmee zou verwezenlijking van de gewenste bouwmogelijkheid nog niet mogelijk zijn.

2.4. Gelet op het voorgaande dient het verzoek van [verzoeker] om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Langeveld

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2008

317-472.