Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC4690

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-02-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
200704259/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2006 heeft de raad van de gemeente Montferland het bestemmingsplan "Antennemast Optimaal FM" (hierna: het plan) vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2008, 33K
Milieurecht Totaal 2008/2384
Module Ruimtelijke ordening 2008/210
ABkort 2008/134
JB 2008/75 met annotatie van S. Hillegers
JOM 2008/295 met annotatie van S. Hillegers
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200704259/1.

Datum uitspraak: 20 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], allen wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2006 heeft de raad van de gemeente Montferland het bestemmingsplan "Antennemast Optimaal FM" (hierna: het plan) vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 20 maart 2007, nr. 2006-023479, beslist over de goedkeuring van het plan.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 20 juni 2007, bij de Raad van State ingekomen op 21 juni 2007, beroep ingesteld.

Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van de raad van de gemeente Montferland. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 december 2007, waar appellanten, van wie [gemachtigde] in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is als partij de raad van de gemeente Montferland, vertegenwoordigd door L. Bosch en mr. P.J. den Holder-Bettink, ambtenaren van de gemeente, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een planologische regeling voor de definitieve plaatsing van de zendmast voor het uitzenden van radiosignalen door de lokale radiozender Optimaal FM op het perceel Langeboomsestraat 8 te Vethuizen. Verweerder heeft goedkeuring aan het plan verleend. Appellanten richten zich in beroep tegen het besluit omtrent goedkeuring.

2.2. Ingevolge artikel 54, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO), kan een belanghebbende bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep instellen tegen een besluit omtrent goedkeuring van een bestemmingsplan.

2.3. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

De wetgever heeft deze eis gesteld teneinde te voorkomen dat een ieder, in welke hoedanigheid ook, of een persoon met slechts een verwijderd of indirect belang als belanghebbende zou moeten worden beschouwd en beroep zou kunnen instellen. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

2.4. Bij besluit van 21 september 1993 heeft het college van burgemeester en wethouders van de toenmalige gemeente Bergh met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de WRO voor een periode van vijf jaar vrijstelling verleend van het destijds geldende bestemmingsplan voor het plaatsen van een zendmast met een open constructie en een hoogte van 57 meter aan de Langeboomsestraat 8 te Vethuizen. Met het onderhavige plan wordt beoogd de definitieve plaatsing van de zendmast te regelen. Een deel van het perceel aan de Langeboomsestraat 8, waarop de zendmast staat, is als "Maatschappelijke- en nutsvoorzieningen" bestemd en voorzien van de aanduiding "M8". Ingevolge artikel 3 van de planvoorschriften zijn de gronden aangewezen als "Maatschappelijke- en nutsvoorzieningen" met de aanduiding "M8" bestemd voor een antennemast ten behoeve van radio-uitzendingen en bijbehorende techniekkasten. Ingevolge dit artikel mogen de bijbehorende techniekkasten maximaal 2,5 meter hoog worden en een maximale oppervlakte van 5,5 m2 hebben alsmede mag de zendmast maximaal 57 meter hoog worden.

De gronden met de bestemming "Maatschappelijke en nutsvoorzieningen" maken deel uit van een bestaand agrarisch bouwperceel aan de Langeboomsestraat 8 te Vethuizen waarop een agrarische onderneming wordt gedreven. Het bouwperceel wordt aan de zuid- en oostkant omringd door bomen van ongeveer 15 tot 20 meter.

Appellanten wonen ten oosten van dit agrarisch perceel op een afstand van 1.000 meter of meer tot de zendmast. De omgeving heeft een open landelijk karakter.

2.5. De gronden in het plangebied mogen alleen worden gebruikt voor een zendmast ten behoeve van radio-uitzendingen. De binnen het plangebied toegestane techniekkasten mogen maximaal 2,5 meter hoog worden en maximaal een oppervlakte van 5,5 m2 hebben. Het zicht op dit deel van de zendmast wordt door bomen afgeschermd, zodat appellanten op deze bebouwing geen zicht zullen hebben. De zendmast komt gezien de toegestane hoogte boven de bomen uit en zal vanuit de woningen van appellanten te zien kunnen zijn. Dat appellanten vanuit hun woningen zicht kunnen hebben op de zendmast betekent echter nog niet dat reeds hierom hun belang rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. De ruimtelijke uitstraling van de zendmast moet bij de woningen van appellanten die op een afstand van 1.000 meter of meer staan, beperkt worden geacht. Gelet daarop is de Afdeling van oordeel dat de afstand in dit geval te groot is om een bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen. Voorts hebben appellanten geen feiten en omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief en persoonlijk belang van hen rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt. De conclusie is dat appellanten geen belanghebbenden zijn bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en zij daartegen ingevolge artikel 54, tweede lid, aanhef en onder d, van de WRO, geen beroep kunnen instellen.

2.6. Gezien het vorenstaande is het beroep niet-ontvankelijk.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, voorzitter, en mr. J.R. Schaafsma en mr. H.P.J.A.M. Hennekens, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Leurs, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Leurs

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2008

372.