Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC4677

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-02-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
200704176/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 september 2005 heeft de raad van de gemeente Nijefurd (hierna: de gemeenteraad) verklaard dat een wijziging van het bestemmingsplan wordt voorbereid voor delen van twee percelen aan de Nieuweweg te Koudum (hierna: de perceeldelen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2008/2003
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200704176/1.

Datum uitspraak:20 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/1658 van de rechtbank Leeuwarden van 7 mei 2007 in het geding tussen:

appellanten

en

de raad van de gemeente Nijefurd.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 september 2005 heeft de raad van de gemeente Nijefurd (hierna: de gemeenteraad) verklaard dat een wijziging van het bestemmingsplan wordt voorbereid voor delen van twee percelen aan de Nieuweweg te Koudum (hierna: de perceeldelen).

Bij besluit van 9 mei 2006 heeft de gemeenteraad het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 mei 2007, verzonden op 9 mei 2007, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief van 18 juni 2007, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 24 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijefurd (hierna: het college) van antwoord gediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van [appellanten]. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 januari 2008, waar [appellanten], bijgestaan door mr. L.S. Leenstra, en het college, vertegenwoordigd door B.C. Star, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het voorbereidingsbesluit is genomen ten behoeve van een bouwplan dat voorziet in het oprichten van een kerkgebouw voor de Baptisten Gemeente Stavoren op de perceeldelen. Bij besluit van 30 mei 2006 heeft het college vrijstelling en bouwvergunning eerste fase voor dit bouwplan verleend.

2.2. [appellanten] betogen dat de rechtbank het college ten onrechte als partij heeft aangemerkt. Daartoe voeren zij aan dat de gemeenteraad het besluit van 9 mei 2006 heeft genomen.

2.2.1. Uit de omstandigheid de rechtbank heeft overwogen dat de gemeenteraad bij de toepassing van artikel 21, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een ruime mate van beleidsvrijheid toekomt, blijkt dat de rechtbank heeft onderkend dat de gemeenteraad partij was bij het geding bij de rechtbank. De door [appellanten] gesignaleerde misstellingen in de aangevallen uitspraak leiden dan ook niet tot vernietiging van deze uitspraak. Voor zover [appellanten] klagen dat het college ter zitting bij de rechtbank is verschenen, zij opgemerkt dat het college ingevolge artikel 160, eerste lid, aanhef en onder f, van de Gemeentewet bevoegd is namens de gemeenteraad rechtsgedingen te voeren.

2.3. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte geen grond heeft gezien voor het oordeel dat de gemeenteraad bij de voorbereiding van het voorbereidingsbesluit niet de nodige kennis omtrent de relevante feiten heeft vergaard. Zij wijzen op het door hen opgestelde verslag van de raadsvergadering van 6 september 2005, waarin is vermeld dat de CDA-fractie, gesteund door andere fracties, het college heeft gevraagd het voorstel voor het nemen van een voorbereidingsbesluit terug te nemen om eerst een gefundeerd antwoord te geven op de ingediende zienswijze. Voorts voeren zij aan dat het college in die vergadering te kennen heeft gegeven dat, indien geen voorbereidingsbesluit zou worden genomen, de perceeldelen conform het geldende bestemmingsplan bebouwd zouden kunnen worden, hetgeen volgens [appellanten] niet mogelijk is. Tot slot voeren zij aan dat de gemeenteraad blijkens voormeld verslag ten onrechte in de veronderstelling verkeerde dat hij bevoegd was te beslissen omtrent de vrijstelling voor het bouwplan.

2.3.1. Vooropgesteld dient te worden dat niet het besluit van 6 september 2005, maar het besluit van 9 mei 2006 voorwerp was van het geding bij de rechtbank. De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het besluit van 9 mei 2006 in strijd met artikel 3:2 of artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is genomen. Voor zover het besluit van 6 september 2005 niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand zou zijn gekomen of niet deugdelijk zou zijn gemotiveerd, heeft de gemeenteraad deze gebreken bij het besluit van 9 mei 2006 hersteld.

2.4. [appellanten] betogen voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de gemeenteraad geen misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid door het besluit van 9 mei 2006 te nemen. Daartoe voeren zij aan dat dit besluit slechts is genomen om het verlenen van vrijstelling voor het oprichten van een kerkgebouw voor de Baptisten Gemeente Stavoren op de perceeldelen.

2.4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 augustus 2006 in zaak nr. 200510045/1, www.raadvanstate.nl), volgt uit de omstandigheid dat niet vast stond dat daadwerkelijk een nieuw bestemmingsplan zou worden vastgesteld niet dat de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit is aangewend voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend.

2.5. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de gemeenteraad bij de beslissing op een verzoek om een voorbereidingsbesluit te nemen een grote mate van beleidsvrijheid heeft. Dat besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeenteraad bestaan over de wenselijke planologische ontwikkelingen. Een dergelijk besluit dient de rechter derhalve terughoudend te toetsen. In hetgeen [appellanten] aanvoeren, is geen grond gelegen voor het oordeel dat de gemeenteraad het besluit van 9 mei 2006 niet in redelijkheid heeft kunnen nemen.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Van Heusden

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2008

163-499.