Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC4673

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-02-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
200702474/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 februari 2007, no. 2007REG000167i, heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Oudewater (hierna: de raad) bij besluit van 8 juni 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Kern Oudewater".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200702474/1.

Datum uitspraak: 20 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. J.I.M. Sluijs, wonend te Oudewater,

2. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Bouwmarkt Snel B.V. en Snel Hout- en Rubberhandel B.V., gevestigd te Oudewater,

appellanten,

en

het college van gedeputeerde staten van Utrecht,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2007, no. 2007REG000167i, heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Oudewater (hierna: de raad) bij besluit van 8 juni 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Kern Oudewater".

Tegen dit besluit hebben J.I.M. Sluijs (hierna: Sluijs) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2007, en de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid "Bouwmarkt Snel B.V." en "Snel Hout- en Rubberhandel B.V." (hierna onderscheidenlijk: Bouwmarkt Snel en Snel Hout- en Rubberhandel) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2007, beroep ingesteld. Bouwmarkt Snel en Snel Hout- en Rubberhandel hebben de gronden van het beroep aangevuld bij brief van 7 mei 2007.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 januari 2008, waar Sluijs en Bouwmarkt Snel en Snel Hout- en Rubberhandel, vertegenwoordigd door mr. W. Boonstra, advocaat te Arnhem, vergezeld van S.P. Snel, directeur, en het college, vertegenwoordigd door ing. H.W.P. Hamster, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar de raad, vertegenwoordigd door A.B. den Boer, ambtenaar in dienst van de gemeente, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ter zitting hebben Bouwmarkt Snel en Snel Hout- en Rubberhandel hun beroep, voor zover gericht tegen het niet onthouden van goedkeuring in verband met het ontbreken van de mogelijkheid om een bedrijfswoning op te richten op het perceel van Snel Hout- en Rubberhandel, ingetrokken.

2.2. Sluijs betoogt dat het college, door de bedenkingen die hij tegen het plan heeft ingediend buiten beschouwing te laten, heeft miskend dat niet vereist is dat bedenkingen worden gemotiveerd, en hem in elk geval ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om het verzuim te herstellen. Bovendien heeft het zo miskend dat hij op 18 september 2006 een nadere motivering van zijn bedenkingen heeft ingediend, aldus Sluijs.

2.2.1. Sluijs heeft tijdig niet nader toegelichte bedenkingen tegen het plan ingebracht. Het college heeft hem niet onverwijld in de gelegenheid gesteld deze bedenkingen binnen twee weken nader toe te lichten. Hem is slechts de gelegenheid geboden aan te tonen dat hij niet in staat was om voor afloop van de daarvoor geldende termijn gemotiveerde bedenkingen kenbaar te maken. De desbetreffende brief is verzonden op 1 december 2006, toen de termijn voor het indienen van bedenkingen was geëindigd. Sluijs kan onder die omstandigheden niet worden tegengeworpen dat hij niet voor het einde van de daarvoor gestelde termijn zijn bedenkingen van een toelichting heeft voorzien en hij kan dan ook in zijn beroep worden ontvangen.

2.3. Volgens Sluijs heeft het college, door goedkeuring te verlenen aan het plandeel met de bestemming "Erven" dat betrekking heeft op zijn perceel Lijnbaan 120, miskend dat, om uitbreiding van de daar gelegen woning mogelijk te maken zonder afbreuk te doen aan de bijzondere vormgeving, dat plandeel met ongeveer vier meter ten gunste van de bestemming "Woondoeleinden" dient te worden verkleind.

2.3.1. Dit betoog slaagt. Het college heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat de door Sluijs bedoelde verbreding van het bestaande bebouwingsvlak aan de voorzijde van de woning van vier meter niet onredelijk is, omdat de woning op een perceel van ongeveer 520 m2 ligt, in een straat waar uitsluitend vrijstaande woningen zijn gebouwd op ruime kavels. Onder deze omstandigheden steunt het bestreden besluit wat dit onderdeel betreft niet op een voldoende draagkrachtige motivering.

Het beroep van Sluijs is gegrond. Het bestreden besluit dient op dit onderdeel te worden vernietigd.

2.4. Bouwmarkt Snel en Snel Hout- en Rubberhandel betogen dat het college, door het plan goed te keuren, heeft miskend dat zij door het plan ernstig in hun activiteiten worden beperkt. Daartoe voeren zij aan dat de subbestemming "Bouwmarkt" ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan een beperking van de bedrijfsvoering van Bouwmarkt Snel met zich brengt. De omschrijving in de planvoorschriften van de term "bouwmarkt" laat volgens hen ten onrechte geen mogelijkheid voor uitbreiding van het assortiment met andere dan traditionele bouwmarktartikelen. Voorts betogen zij dat het college heeft miskend dat, gelet op de omvang van hun bedrijven, de mededeling in de plantoelichting dat in het plangebied vooral kleinschalige bedrijven zijn gevestigd geen recht doet aan de werkelijkheid.

Verder heeft het college volgens hen miskend dat de voortzetting van de activiteiten van Snel Hout- en Rubberhandel met het plan onvoldoende is gewaarborgd, nu in de bij de plankaart horende legenda niet is opgenomen dat, zowel bij Bouwmarkt Snel, als bij Snel Hout- en Rubberhandel, houtbewerking, onderscheidenlijk hout- en rubberbewerking zijn toegestaan. Verder voeren zij aan dat ingevolge het plan uitoefening van het bedrijf van Snel Hout- en Rubberhandel op de huidige plaats niet is toegestaan, zonder binnenplanse vrijstellingen.

2.5. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de begripsomschrijving van de term "bouwmarkt" in het plan nagenoeg gelijk is aan die in het voorgaande bestemmingsplan en daarom geen verdere beperking inhoudt van de mogelijkheden voor bedrijfsuitoefening voor Bouwmarkt Snel. Volgens hem is aanpassing van de legenda niet nodig, omdat de activiteiten van Snel Hout- en Rubberhandel met de in de legenda opgenomen verklaring "bedrijf in bouwmaterialen" voldoende nauwkeurig zijn omschreven. Het heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat voortzetting van de activiteiten van Snel Hout- en Rubberhandel voldoende is gewaarborgd, omdat die activiteiten in overeenstemming zijn met het plan.

2.6. Ingevolge artikel 1, onderdeel 22, van de planvoorschriften wordt onder een bouwmarkt verstaan: een al dan niet geheel overdekt detailhandelsbedrijf met een overdekt vloeroppervlak van minimaal 1000 m2, waarop een volledig of nagenoeg volledig assortiment aan bouw- en doe-het-zelfproducten uit voorraad wordt aangeboden. Uit deze omschrijving vloeit geen verbod tot het opnemen van andere dan bouw- en doe-het-zelf-artikelen in het assortiment voort, maar slechts dat ten minste een volledig of nagenoeg volledig assortiment aan zulke artikelen moet worden aangeboden om als bouwmarkt te kunnen gelden. Dat de raad bij de bespreking van de ingediende zienswijzen het standpunt heeft ingenomen dat Bouwmarkt Snel, indien zij andere vormen van detailhandel in volumineuze goederen wil uitoefenen, daartoe een afzonderlijk verzoek moet indienen, doet daar niet aan af. De bedrijfsmatige activiteiten van Bouwmarkt Snel kunnen pas als een andere vorm van detailhandel in volumineuze goederen worden aangemerkt, als de bedrijfsuitoefening en het assortiment zodanig worden gewijzigd, dat het bedrijf niet langer als bouwmarkt kan worden aangemerkt, maar moet worden beschouwd als een detailhandelsonderneming die behoort tot één van de andere categorieën die in artikel 1, onderdeel 30, van de planvoorschriften worden onderscheiden. Het opnemen van andere dan bouw- en doe-het-zelf-artikelen in het assortiment heeft op zichzelf niet tot gevolg dat de activiteit tot een andere in dat onderdeel van de planvoorschriften onderscheiden categorie behoort.

Gelet daarop, heeft het college zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het plan geen verdere beperking inhoudt. Overigens heeft de raad de toegekende bestemming passend geacht voor de activiteiten die thans op het perceel van Bouwmarkt Snel plaatsvinden en geen aanleiding gevonden om aan te nemen dat het plan een beperking inhoudt in vergelijking met het voorheen geldende bestemmingsplan.

2.6.1. Volgens vaste jurisprudentie komt aan de plantoelichting op zichzelf geen bindende betekenis toe. In de door Bouwmarkt Snel en Snel Hout- en Rubberhandel bedoelde weergave van de situatie in het plangebied in de toelichting heeft het college dan ook geen aanleiding hoeven zien om in zoverre goedkeuring aan het plan te onthouden.

2.6.2. Voor de beantwoording van de vraag of ingevolge een bestemming bepaalde ontwikkelingen zijn toegelaten zijn de planvoorschriften bepalend. Ingevolge artikel 12, eerste lid, onderdeel a, aanhef en onder III, zijn gronden met de subbestemming "B(2)gh", voor zover thans van belang, bestemd voor gebruik ten behoeve van vervaardiging van en groothandel in bouwmaterialen. Nu de legenda bij deze subbestemming de verklaring "bedrijf in bouwmaterialen" geeft en aan deze verklaring in de legenda, noch in de voorschriften, een betekenis wordt gegeven die zich niet met de bestemming, zoals die uit artikel 12 van de voorschriften volgt verdraagt, is er geen zodanig verschil tussen de voorschriften en de legenda, dat de bestemming van de desbetreffende gronden onvoldoende duidelijk is.

2.6.3. Ingevolge artikel 12, eerste lid, onderdeel a, aanhef en onder III, van de planvoorschriften zijn de op de plankaart met "B(2)gh" aangeduide gronden onder meer bestemd voor de vervaardiging van en groothandel in bouwmaterialen, voor zover het desbetreffende bedrijf voorkomt in categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten die bij de planvoorschriften hoort.

Niet in geschil is dat zagen en schuren van hout een substantieel deel van de bedrijfsactiviteiten van Snel Hout- en Rubberhandel uitmaakt. Nu in onderdeel 20.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten houtzagerijen en

-schaverijen en vergelijkbare bedrijven voor primaire houtbewerking worden gerekend tot categorie 3.2, behoort de onderneming van Snel Hout- en Rubberhandel tot die categorie. Dat betekent dat de bedoelde activiteiten van Snel Hout- en Rubberhandel op de huidige locatie niet in overeenstemming zijn met het plan. Daaraan doet niet af dat burgemeester en wethouders krachtens artikel 29, derde lid, van de planvoorschriften vrijstelling kunnen verlenen voor de vestiging op de betrokken plaats van een bedrijf behorend tot een naast hoger gelegen categorie. Volgens vaste jurisprudentie dient langdurig bestaand gebruik dat niet binnen de planperiode zal worden beëindigd als zodanig te worden bestemd en kan hiertoe niet volstaan worden met een vrijstellingsregeling. Nu niet in geschil is dat Snel Hout- en Rubberhandel haar huidige activiteiten reeds lang op de huidige locatie uitoefent en uit de stukken blijkt dat niet beoogd is de activiteit te doen beëindigen, heeft het college, door het plan goed te keuren, gehandeld in strijd met artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in verbinding met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep van Bouwmarkt Snel en Snel Hout- en Rubberhandel is in zoverre gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" met de subbestemming "B(2)gh".

2.7. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten van Bouwmarkt Snel en Snel Hout- en Rubberhandel te worden verwezen. Ten aanzien van Sluijs is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van J.I.M. Sluijs geheel en dat van Bouwmarkt Snel B.V. en Snel Hout- en Rubberhandel B.V. gedeeltelijk gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Utrecht van 13 februari 2007, no. 2007REG000167i, doch slechts voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan

1. het plandeel met de bestemming "Erven" dat betrekking heeft op het gedeelte van het perceel van J.I.M. Sluijs aan de Lijnbaan 120, zoals aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart 1, alsmede

2. het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" met de subbestemming "B(2)gh" dat betrekking heeft op het perceel aan de Lijnbaan 33;

III. verklaart het beroep van Bouwmarkt Snel B.V. en Snel Hout- en Rubberhandel B.V. voor het overige ongegrond;

IV. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Utrecht tot vergoeding van bij Bouwmarkt Snel B.V. en Snel Hout- en Rubberhandel B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 660,78 (zegge: zeshonderdzestig euro en achtenzeventig cent), waarvan € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de provincie Utrecht aan Bouwmarkt Snel B.V. en Snel Hout- en Rubberhandel B.V. onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

V. gelast dat de provincie Utrecht het door J.I.M. Sluijs en door Bouwmarkt Snel B.V. en Snel Hout- en Rubberhandel B.V. voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht, ten bedrage van € 143,00 (zegge: honderddrieënveertig euro) voor J.I.M. Sluijs en

€ 285,00 (zegge: tweehonderdvijfentachtig euro) voor Bouwmarkt Snel B.V. en Snel Hout- en Rubberhandel B.V., aan hen vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.A. Oudenaarden, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Oudenaarden

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2008

177-568.