Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC4662

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-02-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
200704233/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 mei 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel (hierna: het college) aan [appellant] vrijstelling verleend voor het gedeeltelijk veranderen van een carport tot excursiehut op het perceel [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200704233/1.

Datum uitspraak: 20 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak in zaak nr. 05/1203 van de rechtbank Alkmaar van 7 mei 2007 in het geding tussen:

[appellant],

en

het college van burgemeester en wethouders van Texel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 mei 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel (hierna: het college) aan [appellant] vrijstelling verleend voor het gedeeltelijk veranderen van een carport tot excursiehut op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 27 mei 2004 heeft het college aan [appellant] een bouwvergunning eerste fase verleend voor het veranderen van de carport.

Bij besluit van 14 april 2005 heeft het college de door [belanghebbende a] en [belanghebbende b] daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard en de verleende vrijstelling en bouwvergunning eerste fase ingetrokken.

Bij uitspraak van 7 mei 2007, verzonden op 8 mei 2007, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het door [appellant] tegen het besluit van 14 april 2005 ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 juni 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 juli 2007.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 februari 2008, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. drs. M.L.M. Frantzen, advocaat te Ouderkerk aan de Amstel, en het college, vertegenwoordigd door mr. C.H. Witte, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit van 14 april 2005 in strijd is met artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

2.1.1. Het betoog slaagt. In het besluit op bezwaar van 14 april 2005 heeft het college de besluiten van 7 en 27 mei 2004 herroepen, omdat het naar zijn oordeel niet bevoegd is om krachtens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling te verlenen. Het college heeft evenwel geen nieuw besluit op de aanvraag van [appellant] in de plaats gesteld van de besluiten van 7 en 27 mei 2004. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 27 mei 1999 in zaak nr. E03.98.1417; AB 2000, 13), is een dergelijke wijze van beslissen op een bezwaar in strijd met artikel 7:11 van de Awb. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog gegrond verklaren en het besluit van 14 april 2005 vernietigen.

2.3. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 7 mei 2007 in zaak nr. 05/1203;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van 14 april 2005, kenmerk 3bb-052225;

V. veroordeelt het college tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 694,51 (zegge: zeshonderdvierennegentig euro en eenenvijftig cent), waarvan € 644,00, is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Texel aan [appellant] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VI. gelast dat de gemeente Texel aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 355,00 (zegge: driehonderdvijfenvijftig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Roessel

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2008

457.