Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC4643

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-02-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
200709082/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 november 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 22 november 2007 ter inzage gelegd.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 8.10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2009/451
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200709082/2.

m uitspraak: 13 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], woonplaats kiezend te [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Raalte,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 22 november 2007 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 december 2007, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 december 2007, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 31 januari 2008, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door J.J.M. Legebeke en H.J.G. Vollenbroek, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is [vergunninghouder] ter zitting als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoekers] betogen dat het college bij het nemen van het bestreden besluit ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de ligging van de inrichting in de ecologische hoofdstructuur. Zij wijzen er in dit verband op dat naast de inrichting grond is gelegen die is aangekocht voor nieuwe natuur.

2.2.1. In artikel 8.10, eerste lid, van de Wet milieubeheer is bepaald dat de vergunning slechts in het belang van de bescherming van het milieu kan worden geweigerd. De omstandigheden dat de inrichting is gelegen in de ecologische hoofdstructuur en dat naburige grond, zoals [verzoekers] aanvoeren, is aangekocht voor nieuwe natuur maken niet dat de onderhavige vergunning in het belang van de bescherming van het milieu geweigerd had moeten worden. De voorzitter ziet in zoverre dan ook geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.3. Voor zover [verzoekers] betogen dat 80 hectare aaneengesloten bos van het [Landgoed] ten onrechte niet is aangemerkt als kwetsbaar gebied in de zin van de Wet ammoniak en veehouderij, overweegt de voorzitter dat dit aspect geen betrekking heeft op het bestreden besluit zodat het niet ter beoordeling staat in deze procedure.

2.4. Gelet op het voorgaande wijst de voorzitter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Fransen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2008

407-493.