Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC4633

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-02-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
200800952/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college) aan de gemeente Den Haag een vergunning verleend voor het rooien van 32 bomen aan de Segbroeklaan tussen de Ieplaan en de Houtrustweg te Den Haag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2008, 165 met annotatie van A.T. Marseille
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200800952/2.

Datum uitspraak: 11 februari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de stichting Stichting Bewonersorganisatie Bomenbuurt, gevestigd te Den Haag,

verzoekster,

tegen de uitspraak in zaak nrs. 08/244 en 08/247 van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 1 februari 2008 in het geding tussen:

de stichting Stichting Bewonersorganisatie Bomenbuurt

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college) aan de gemeente Den Haag een vergunning verleend voor het rooien van 32 bomen aan de Segbroeklaan tussen de Ieplaan en de Houtrustweg te Den Haag.

Bij besluit van 21 december 2007 heeft het college aan het besluit van 27 maart 2007 de volgende nadere voorschriften verbonden:

a. De kap van de bomen die op de reconstructiekaart zijn aangeduid als de bomen 25 tot en met 28 en 12 tot en met 16 vindt plaats na 1 november.

b. De geplande herplant van de bomen op de locatie waar de bomen 25 tot en met 28 en 12 tot en met 16 stonden, vindt plaats vóór 1 maart in het daarop volgende jaar.

c. De te herplanten bomen hebben een zodanige grootte en omvang dat daardoor een veilige oversteekmogelijkheid voor vleermuizen wordt gegarandeerd,

en heeft het door de stichting Stichting Bewonersorganisatie Bomenbuurt (hierna: de Bewonersorganisatie) daartegen gemaakte bezwaar voor het overige ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 februari 2008, verzonden op dezelfde datum, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, voor zover thans van belang, het daartegen door de Bewonersorganisatie ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de Bewonersorganisatie bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 februari 2008, hoger beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft de Bewonersorganisatie de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 11 februari 2008, waar de stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigde], vergezeld door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door A.M. Christiaans, vergezeld door H. Kruiderink en R. van Hillo, allen ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De kapvergunning houdt verband met het in rechte onaantastbaar geworden besluit van het college van 16 december 2005 tot verlening van vrijstelling ingevolge artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening ten behoeve van de reconstructie van de Segbroeklaan tussen de Ieplaan en de Houtrustweg te Den Haag. Om de uitvoering van deze reconstructie mogelijk te maken zullen alle bomen waarvoor kapvergunning is gevraagd, dienen te worden gekapt. In het kader van de behandeling van het bezwaar tegen de verleende kapvergunning is gebleken dat het college op vragen van raadsleden te kennen heeft gegeven onverkort vast te houden aan het besluit tot reconstructie van de Segbroeklaan en dat de reconstructie derhalve doorgang zal vinden. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat de bomen uiteindelijk niet zullen worden gekapt.

2.3. Voor de in het kader van de beoordeling van het verzoek te maken belangenafweging acht de voorzitter in het bijzonder van belang dat de reconstructie van de Segbroeklaan voorziet in een veilige oversteekplaats voor fietsers bij de Ieplaan. Niet in geschil is dat de huidige oversteekplaats gevaarlijk is en dat in de nabijheid van de oversteekplaats een school wordt gebouwd. Ter zitting is gebleken dat het zich laat aanzien dat die nieuwbouw eind 2008 zal worden opgeleverd. Het betreft nieuwbouw ten behoeve van een reeds bestaande school, zodat ervan moet worden uitgegaan dat verhuizing naar het nieuwe schoolgebouw kort na het gereedkomen, mogelijk in de kerstvakantie zal plaatsvinden. Indien de kap van de bomen wordt uitgesteld zal, gelet op de aan de vergunning verbonden voorschriften, eerst in november kunnen worden begonnen met die kap. Naar het college ter zitting heeft gesteld zal de reconstructie van de Segbroeklaan daarna nog enkele maanden in beslag nemen. Dit betekent dat niet aan het begin van 2009 al sprake zal zijn van een veilige oversteeksituatie voor fietsers, hetgeen in verband met de dan verwachte ingebruikname van het schoolgebouw zwaar weegt.

2.4. Daar staat tegenover dat in de vergunning de verplichting is opgenomen dat een veilige oversteekmogelijkheid voor vleermuizen wordt gegarandeerd. Aan de Bewonersorganisatie kan worden toegegeven dat de wijze waarop daaraan uitvoering zal worden gegeven nog niet concreet is ingevuld door het college. Wel is duidelijk dat de bomen die nu door vleermuizen worden gebruikt als oversteekplaats, zullen worden gekapt en dat direct daarna vervangende bomen zullen worden geplant. Gelet op de omvang van de vervangende bomen is aannemelijk dat in de periode na de kap gedurende enige tijd aanvullende voorzieningen nodig zijn. Dit schept zeker de eerste periode enige onzekerheid over de oversteekmogelijkheid voor vleermuizen. Onvoldoende is echter gebleken dat zich in die periode problemen zullen voordoen die zullen leiden tot fatale gevolgen voor het vleermuizenbestand, mede in aanmerking genomen dat de vleermuizen voor een alternatieve route kunnen kiezen.

De overige ter zitting aan de orde gestelde problemen die zich bij de kap en herplant kunnen voordoen, acht de voorzitter niet zodanig zwaarwegend dat het belang dat een volledige en afdoende oplossing voorhanden is vóór tot de kap wordt overgegaan, opweegt tegen voormeld belang bij uitvoering van de reconstructie voor het eind van het jaar 2008.

2.5. Deze belangen in aanmerking genomen, wordt het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Wilbers-Taselaar

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2008

71-502.