Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC3056

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
200704614/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij mondeling aan appellanten medegedeeld besluit van 28 juni 2006, op schrift gesteld bij brief van 31 juli 2006, heeft het college van burgemeester en wethouders van Gaasterlân-Sleat (hierna: het college) geweigerd handhavend op te treden tegen een op 9 juli 2006 geprogrammeerd muziekoptreden van de Trûbadours in het openluchttheater aan de Enkhuizerlaan 8 te Rijs, gemeente Gaasterlân-Sleat (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200704614/1.

Datum uitspraak: 30 januari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak in zaak nr. 07/104 van de rechtbank Leeuwarden van 30 mei 2007 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Gaasterlân-Sleat.

1. Procesverloop

Bij mondeling aan appellanten medegedeeld besluit van 28 juni 2006, op schrift gesteld bij brief van 31 juli 2006, heeft het college van burgemeester en wethouders van Gaasterlân-Sleat (hierna: het college) geweigerd handhavend op te treden tegen een op 9 juli 2006 geprogrammeerd muziekoptreden van de Trûbadours in het openluchttheater aan de Enkhuizerlaan 8 te Rijs, gemeente Gaasterlân-Sleat (hierna: het perceel).

Bij besluit van 28 november 2006 heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 30 mei 2007, verzonden op 31 mei 2007, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door [appellanten] ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 28 november 2006 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief van 10 juli 2007, bij de Raad van State ingekomen op 11 juli 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij faxbericht van 3 januari 2008 hebben [appellanten] op verzoek van de Voorzitter van de meervoudige kamer nadere informatie verstrekt. Deze is aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 januari 2008, waar partijen, met kennisgeving, niet zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) - voor zover thans van belang - is de rechtbank bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten, die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij die rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken.

2.2. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling nu niet is gebleken van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daartoe voeren zij aan dat hun wel zodanige rechtsbijstand is verleend.

2.3. Dit betoog faalt. In artikel 1, aanhef en sub a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het besluit) is bepaald dat een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb uitsluitend betrekking kan hebben op de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 februari 1998, in zaak nr. H01.96.0946 (aangehecht ter voorlichting van partijen) is daarbij van belang dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van een inkomen gerichte taakuitoefening. Nu blijkens de door de gemachtigde van [appellanten] verstrekte informatie vast staat dat deze, naast het geven van juridisch advies, nagenoeg een volledige betrekking elders heeft, kan niet worden gesproken van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de zin van voormelde bepaling. Dat het door hem genoemde juridisch adviesbureau is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken in Leeuwarden en een BTW-nummer heeft, doet aan het ontbreken van een op het vergaren van een inkomen gerichte taakuitoefening niet af.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. R. van der Spoel, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Boermans

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2008

429-476.