Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC3020

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
200708151/2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 22 en 28 november 2006 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [verzoekster] boetes van onderscheidenlijk € 32.000, € 48.000 en € 24.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200708151/2.

Datum uitspraak: 22 januari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak in de zaken nrs. 07/2525 en 07/2526, 07/2587 en 07/2588, en 07/2589 en 07/2590 van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 27 september 2007 in de gedingen tussen:

verzoekster,

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

1. Procesverloop

Bij besluiten van 22 en 28 november 2006 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [verzoekster] boetes van onderscheidenlijk € 32.000, € 48.000 en € 24.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Bij besluiten van 19 en 26 juni 2007 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de minister) de daartegen door [verzoekster] gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 september 2007, verzonden op 16 oktober 2007, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch, voor zover thans van belang, het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 november 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 20 december 2007.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 november 2007, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 januari 2008, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. T.I.P. Jeltema, advocaat te Veldhoven, en de minister, vertegenwoordigd door mr. M.C. Puister en mr. J.J.A. Huisman, beiden werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van de besluiten van de minister van 19 en 26 juni 2007 worden opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist.

2.2. Van de zijde van [verzoekster] is aangevoerd dat, indien de haar opgelegde boetes hangende hoger beroep worden geïnd, dit bij haar tot grote financiële problemen zal leiden. Aan het verzoek is aldus louter een financieel belang ten grondslag gelegd.

[verzoekster] heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat zij door de opgelegde boetes in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren. Voorts heeft de minister ter zitting uiteengezet dat voor [verzoekster] de mogelijkheid blijft openstaan een betalingsregeling te treffen, waarbij de betaling van de boete over een periode van maximaal twaalf maanden kan worden gespreid. Tot slot zal naar verwachting de hoofdzaak binnen niet al te lange termijn ter zitting worden behandeld.

Onder deze omstandigheden ontbeert het verzoek het voor het inwilligen daarvan noodzakelijke spoedeisende belang en bestaat voor het treffen van de gevraagde voorziening geen aanleiding. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Prins

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2008

363.