Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC3001

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
200707735/1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitspraak niet in het openbaar uitgesproken / vernietiging uitspraak / artikel 8:78 van de Awb

In de uitspraak van de rechtbank is, voor zover thans van belang, vermeld dat deze is gedaan op 8 oktober 2007 en is bekendgemaakt door verzending aan partijen op 9 oktober 2007. Uit de uitspraak blijkt niet dat deze, conform artikel 8:78 van de Awb, in het openbaar is uitgesproken. Evenmin bevindt zich bij de op de zaak betrekking hebbende stukken een proces-verbaal waaruit blijkt dat dat is geschied. Bij brief van 15 november 2007 is de rechtbank verzocht het proces-verbaal van de openbaarmaking van de uitspraak aan de Afdeling te zenden, dan wel mede te delen waarom het niet mogelijk is aan het verzoek te voldoen. Bij brief van 22 november 2007 heeft de rechtbank verklaard dat de uitspraak uitsluitend is bekendgemaakt door verzending aan partijen en deze niet in het openbaar is uitgesproken. Geconcludeerd moet dan ook worden, dat niet is voldaan aan artikel 8:78 van de Awb. Het betoog slaagt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2008, 115 met annotatie van B.W.N. de Waard
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200707735/1.

Datum uitspraak: 21 januari 2008

RAAD VAN STATE

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van:

1. de staatssecretaris van Justitie,

2. [de vreemdeling],

appellanten,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/46447 van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 8 oktober 2007 in het geding tussen:

[de vreemdeling],

en

de staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2006 heeft de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie de aan [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 8 oktober 2007, verzonden op 9 oktober 2007, heeft de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam (hierna: de rechtbank), het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) een nieuw besluit neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben de staatssecretaris bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 6 november 2007, en de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 6 november 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brieven zijn aangehecht.

De staatssecretaris en de vreemdeling hebben een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. De staatssecretaris klaagt dat de uitspraak van de rechtbank niet in het openbaar is uitgesproken, zodat sprake is van strijd met artikel 8:78 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

2.2. Ingevolge artikel 8:78 van de Awb spreekt de rechtbank de beslissing, bedoeld in artikel 8:77, eerste lid, onderdeel c, van deze wet, in het openbaar uit, in tegenwoordigheid van de griffier.

2.3. In de uitspraak van de rechtbank is, voor zover thans van belang, vermeld dat deze is gedaan op 8 oktober 2007 en is bekendgemaakt door verzending aan partijen op 9 oktober 2007. Uit de uitspraak blijkt niet dat deze, conform artikel 8:78 van de Awb, in het openbaar is uitgesproken. Evenmin bevindt zich bij de op de zaak betrekking hebbende stukken een proces-verbaal waaruit blijkt dat dat is geschied.

Bij brief van 15 november 2007 is de rechtbank verzocht het proces-verbaal van de openbaarmaking van de uitspraak aan de Afdeling te zenden, dan wel mede te delen waarom het niet mogelijk is aan het verzoek te voldoen. Bij brief van 22 november 2007 heeft de rechtbank verklaard dat de uitspraak uitsluitend is bekendgemaakt door verzending aan partijen en deze niet in het openbaar is uitgesproken. Geconcludeerd moet dan ook worden, dat niet is voldaan aan artikel 8:78 van de Awb.

Het betoog slaagt.

2.4. Het hoger beroep van de staatssecretaris is reeds hierom gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Hetgeen door de staatssecretaris voor het overige is aangevoerd, behoeft geen bespreking. Gezien hetgeen hiervoor is overwogen, is het hoger beroep van de vreemdeling eveneens gegrond. Gezien de niet door de rechtbank behandelde beroepsgronden, zal de Afdeling de zaak met toepassing van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de Raad van State naar haar terugwijzen om te worden behandeld en beslist, mede met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

2.5. De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie gegrond;

II. verklaart het hoger beroep van de vreemdeling gegrond;

III. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 8 oktober 2007 in zaak nr. 06/46447;

IV. wijst de zaak naar de rechtbank terug;

V. stelt de door de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. D. Roemers en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.S.N. Nasrullah-Oemar, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk

voorzitter

w.g. Nasrullah-Oemar

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2008

404.

Verzonden: 21 januari 2008

Voor eensluidend afschrift,

de Secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak