Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC2540

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
23-01-2008
Zaaknummer
200703051/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 juni 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard (hierna: het college) aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van de ingevolge het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer voor een inrichting aan de [locatie 1] te [plaats] geldende geluidvoorschriften.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200703051/1.

Datum uitspraak: 23 januari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard (hierna: het college) aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van de ingevolge het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer voor een inrichting aan de [locatie 1] te [plaats] geldende geluidvoorschriften.

Op 6 juli 2006 heeft [appellant] een aan hem gerichte brief van Alcedo B.V. van 4 juli 2006 betreffende "onderzoek geluidsniveau muziekgeluid in [herberg] te [plaats] per fax naar het college gezonden.

Tegen het uitblijven van een beslissing op een bezwaarschrift heeft [appellant] bij brief van 26 maart 2006 (lees: 2007), bij de Rechtbank Arnhem ingekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 17 april 2007.

De rechtbank Arnhem heeft het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken op 25 april 2007 naar de Afdeling doorgezonden.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 november 2007, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. G.A. Schimmel, advocaat te Woerden, en het college, vertegenwoordigd door E.T.J. Moolhuizen en S. Cornelissen, zijn verschenen.

Buiten bezwaren van partijen zijn nog stukken in het geding gebracht.

2. Overwegingen

2.1. [appellant] betoogt dat het college de doorgefaxte brief van 4 juli 2006 ten onrechte niet als een bezwaarschrift heeft aangemerkt. Volgens appellant blijkt uit de inhoud van deze brief en uit een telefoongesprek dat hij eerder met een ambtenaar van de gemeente heeft gevoerd, dat hij bezwaar heeft willen maken tegen het besluit van 26 juni 2006.

2.2. Het college betoogt dat de doorgefaxte brief van 4 juli 2006 niet kan worden opgevat als een bezwaarschrift. Het is ervan uitgegaan en houdt staande dat deze brief verband hield met overleg over een mogelijke vrijstelling van het bestemmingsplan voor het gebruik van een deel van het pand [locatie 1] voor de inrichting en betrekking heeft op het bestreden besluit.

2.3. In genoemde brief worden de resultaten van een akoestisch onderzoek van Alcedo B.V. naar de gevolgen in de aanpandige woning aan de [locatie 2] van het muziekgeluid in de door [appellant] gedreven inrichting meegedeeld. [appellant] heeft deze aan hem gerichte brief zonder begeleidend schrijven naar het college gefaxt. Het college heeft gezien de inhoud van deze brief terecht de enkele doorzending ervan niet aangemerkt als bezwaarschrift tegen het dwangsombesluit. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat de strekking van de brief niet is dat (de) geconstateerde overtredingen van (de) geluidsvoorschriften niet hebben plaatsgevonden noch dat zij niet hebben kunnen plaatsvinden. De conclusie van de brief zegt uitsluitend dat aan de geluidseisen voor het binnenniveau van de aanpandige woning wordt voldaan indien het muziekgeluidniveau in de dag-, avond- en nachtperiode niet hoger is dan respectievelijk 81, 76 en 71 dB(A).

Het college stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat de doorzending van de aan [appellant] gerichte brief van 4 juli 2006 niet als het maken van bezwaar tegen het besluit van 26 juni 2006 kan worden aangemerkt. Dat [appellant] voordien telefonisch aan een ambtenaar van de gemeente kenbaar zou hebben gemaakt dat hij zich niet met het besluit kon verenigen, maakt dit niet anders. Het college heeft ervan kunnen uitgaan dat de doorzending van deze brief verband hield met het verkrijgen van planologische medewerking voor het gebruik van het pand [locatie 1] voor het drijven van de inrichting. Hierbij neemt de Afdeling mede in aanmerking dat de brief bij een op 21 juli 2006 bij het college ingediend 'Aanvraagformulier planologische medewerking/principeverzoek' met betrekking tot het pand [locatie 1] ter motivering is meegezonden.

2.4. Gelet op het voorgaande is er geen sprake van het ingevolge artikel 6:2 van de Algemene wet bestuursrecht voor de toepassing van de bepalingen over beroep met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit op een bezwaarschrift. Het tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingestelde beroep is niet-ontvankelijk.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Van der Zijpp

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2008

262-491.