Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC2539

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
23-01-2008
Zaaknummer
200702799/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 augustus 2006 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de staatssecretaris) op grond van het Besluit geluidhinder spoorwegen de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevels van de in het besluit genoemde woningen vastgesteld. Tevens heeft de staatssecretaris bij dit besluit maatregelen vastgesteld die strekken tot het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege de spoorweg.

Wetsverwijzingen
Besluit geluidhinder spoorwegen
Besluit geluidhinder spoorwegen 27
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 20.1
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer
Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer 13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2008/134
Milieurecht Totaal 2008/4300
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200702799/1.

Datum uitspraak: 23 januari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 augustus 2006 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de staatssecretaris) op grond van het Besluit geluidhinder spoorwegen de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevels van de in het besluit genoemde woningen vastgesteld. Tevens heeft de staatssecretaris bij dit besluit maatregelen vastgesteld die strekken tot het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege de spoorweg.

Bij besluit van 6 april 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de staatssecretaris het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief van 17 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op 20 april 2007, beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 november 2007, waar [appellant], in persoon, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door drs. B. Vink, werkzaam bij het ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij het besluit van 21 augustus 2006 (hierna: het primaire besluit) is krachtens artikel 27, tweede lid, van het Besluit geluidhinder spoorwegen voor een aantal woningen de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting vanwege de spoorweg vastgesteld. Verder is - voor zover hier van belang - krachtens artikel 27, negende lid, als maatregel die strekt tot het terugbrengen van de geluidbelasting vastgesteld: de plaatsing van een geluidscherm.

2.2. [appellant] woont op ongeveer 250 meter afstand van de spoorweg waarop het primaire besluit betrekking heeft. Hij betoogt dat verweerder hem ten onrechte niet als belanghebbende heeft aangemerkt en het door hem gemaakte bezwaar tegen het primaire besluit ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hiertoe voert hij aan dat hij het geluidscherm en alle langskomende treinen kan zien dan wel horen.

2.2.1. Ingevolge artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken.

2.2.2. Gezien de gevolgen van het krachtens artikel 27, tweede lid, van het Besluit geluidhinder spoorwegen vaststellen van ten hoogste toelaatbare waarden van de geluidbelasting voor woningen, namelijk dat voor die woningen hogere waarden gaan gelden dan de grenswaarde van 57 dB(A) als geregeld in artikel 7 van het Besluit geluidhinder spoorwegen, zijn bij een dergelijk besluit in beginsel uitsluitend de belangen van de aanvrager en van diegene die in een bijzondere, rechtens te erkennen, relatie tot deze woningen staan rechtstreeks betrokken.

Voor de woning van [appellant] is bij het primaire besluit niet een ten hoogste toelaatbare waarde vastgesteld. Wat de vaststelling van de ten hoogste toelaatbare waarden betreft kan hij daarom niet als belanghebbende bij het primaire besluit worden aangemerkt. Dat hij zicht heeft op het spoor en het daar voorziene geluidscherm, en de rijdende treinen kan horen, maakt dat niet anders.

2.2.3. Voor zover bij het primaire besluit krachtens artikel 27, negende lid, van het Besluit geluidhinder spoorwegen de plaatsing van een geluidscherm als maatregel is vastgesteld, overweegt de Afdeling als volgt.

In artikel 27, negende lid, zoals dat gold ten tijde van het nemen van het primaire besluit, is bepaald dat - kort weergegeven - de minister ten aanzien van in aanmerking komende gevallen de maatregelen vaststelt die strekken tot het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege de spoorweg. Het Besluit geluidhinder spoorwegen verbindt aan een vaststelling in de zin van dit artikellid geen verplichting om de maatregelen daadwerkelijk te realiseren, noch een planologische toestemming om dit te doen. De vaststelling heeft uitsluitend gevolgen voor de subsidieerbaarheid van de vastgestelde maatregelen. In artikel 13, zesde lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer, zoals dat gold ten tijde van het nemen van het primaire besluit, is namelijk bepaald dat - kort weergegeven - maatregelen slechts in aanmerking komen voor subsidie indien zij zijn vastgesteld met toepassing van artikel 27, negende lid, van het Besluit geluidhinder spoorwegen.

Gelet op het voorgaande raakt de beslissing over toepassing van artikel 27, negende lid, van het Besluit geluidhinder spoorwegen uitsluitend rechtstreeks het belang van degene wiens belang bij een mogelijk besluit tot subsidiëring van de vastgestelde maatregelen kan zijn betrokken. [appellant] is niet als zodanig aan te merken. Gelet hierop kan [appellant] ook in zoverre niet als belanghebbende bij het primaire besluit worden aangemerkt.

2.2.4. De conclusie is dat de staatssecretaris bij het bestreden besluit terecht heeft geconcludeerd dat [appellant] geen belanghebbende is bij het primaire besluit. Hij heeft het tegen dat besluit gemaakte bezwaar om die reden terecht niet-ontvankelijk verklaard.

2.3. Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Van der Zijpp

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2008

262-491.