Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC2146

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-01-2008
Datum publicatie
17-01-2008
Zaaknummer
200703903/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 15 augustus 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiedam (hierna: het college) aan [appellant] de samenstelling van het programmabeleidbepalend orgaan bekend gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200703903/1.

Datum uitspraak: 16 januari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Schiedam,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 april 2007 in zaak nr. 06/3699 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Schiedam.

1. Procesverloop

Bij brief van 15 augustus 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiedam (hierna: het college) aan [appellant] de samenstelling van het programmabeleidbepalend orgaan bekend gemaakt.

Bij brief van 5 september 2006 heeft [appellant] beroep bij de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op enig bij brief van 16 juni 2006 door hem gemaakt bezwaar.

Bij brief van 1 oktober 2006 heeft het college afschriften van raadsbesluiten aan [appellant] doen toekomen.

Bij besluit van 31 oktober 2006 heeft het college voormeld door [appellant] gemaakt bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 27 april 2007, verzonden op 1 mei 2007, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep, voor zover gericht tegen het uitblijven van een besluit op het door hem gemaakte bezwaar, niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juni 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 22 juni 2007. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 13 augustus 2007 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 november 2007, waar [appellant] is verschenen en zijn standpunt nader heeft toegelicht.

2. Overwegingen

2.1. Bij brief van 7 april 2006 heeft [appellant] de raad van de gemeente Schiedam (hierna: de raad) verzocht om openbaarmaking van besluiten ter zake van de benoeming van één of meer leden van het programma beleidbepalend orgaan van de stichting Stichting Stadsomroep Schiedam over de periode 1 januari 1996 tot 1 september 2005. De raad heeft het verzoek ter behandeling aan het college doorgezonden.

Naar aanleiding van een brief van [appellant] van 25 augustus 2006 heeft het college voormelde afschriften van raadsstukken en notulen van de raad aan hem doen toekomen.

2.2. [appellant] heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat hij belang heeft bij het door hem ingestelde hoger beroep, omdat niet vast staat dat het college alle stukken, waarom hij heeft verzocht, aan hem heeft verstrekt en zo die stukken niet aanwezig zijn, het college dat in een voor beroep vatbaar besluit dient neer te leggen.

2.3. Nu [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet alle door hem verzochte stukken heeft ontvangen en zijn belang bij het hoger beroep, naar hij ter zitting heeft verklaard, er louter in bestaat dat het college, zo er niet meer stukken zijn, dit in een voor beroep vatbaar besluit neerlegt, moet worden geoordeeld dat dat belang ontbreekt.

2.4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. den Broeder, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Den Broeder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2008

187-384.