Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC2120

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-01-2008
Datum publicatie
17-01-2008
Zaaknummer
200702641/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 juli 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schijndel (hierna: het college) aan appellant sloopvergunning verleend voor de sloop van de begane grondvloer, de verdiepingsvloer, de daksporen en de panlatten in de koeienstal op het perceel [locatie] te Schijndel (hierna: het perceel), met uitzondering van de met rood doorgestreepte onderdelen in de aanvraag die zien op constructieve voorzieningen tijdens de sloop.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200702641/1.

Datum uitspraak: 16 januari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Schijndel,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/1097 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 februari 2007 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Schijndel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 juli 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schijndel (hierna: het college) aan appellant sloopvergunning verleend voor de sloop van de begane grondvloer, de verdiepingsvloer, de daksporen en de panlatten in de koeienstal op het perceel [locatie] te Schijndel (hierna: het perceel), met uitzondering van de met rood doorgestreepte onderdelen in de aanvraag die zien op constructieve voorzieningen tijdens de sloop.

Bij brief van 23 februari 2006 heeft appellant beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen het besluit 21 juli 2005.

Bij besluit van 26 juni 2006 heeft het college alsnog het door appellant daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard wat betreft het bij de sloopvergunning vermelden van de voorwaarde, volgens welke de door appellant beoogde constructieve voorzieningen achterwege moeten blijven, en het bestreden besluit met in achtneming van deze wijziging in stand gelaten.

Bij uitspraak van 26 februari 2007, verzonden op 5 maart 2007, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 26 juni 2006 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 12 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op 13 april 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 14 mei 2007. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 23 augustus 2007 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 december 2007, waar appellant, in persoon en bijgestaan door mr. E. Beele, advocaat te 's-Hertogenbosch, en het college, vertegenwoordigd door C.C.P. van der Steen, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellant betoogt dat de rechtbank hem ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaarschrift van 12 augustus 2005. Appellant voert daartoe aan dat hij, ondanks dat het college alvorens de rechtbank uitspraak deed, alsnog op zijn bezwaar heeft besloten, toch belang had bij het verkrijgen van een tijdige beslissing op zijn bezwaarschrift. Dat belang is, naar appellant ter zitting heeft aangevoerd, gelegen in de verkrijging van schadevergoeding van het college.

2.2. Het betoog faalt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 21 november 2001 in zaak nr. 200004709/1 (AB 2002, 183), kan uit de enkele omstandigheid dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit geen bezwaar en beroep is ingesteld, niet de conclusie worden getrokken dat het desbetreffende bestuursorgaan niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade die uit dat niet tijdig nemen van een besluit kan voortvloeien. Gelet hierop had appellant, nu het college alsnog een besluit op bezwaar had genomen alvorens de rechtbank uitspraak deed op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van dit beroep. De rechtbank heeft dientengevolge terecht geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

2.3. Bij besluit op bezwaar van 26 juni 2006 heeft het college de bij het besluit van 21 juli 2005 aan de sloopvergunning verbonden voorwaarde met betrekking tot de constructieve voorzieningen laten vervallen. De sloopvergunning is daarmee conform de aanvraag verleend. Appellant heeft derhalve geen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van dit besluit. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Soede

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2008

270-560.