Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC2100

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-01-2008
Datum publicatie
17-01-2008
Zaaknummer
200703288/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In zijn vergadering van 21 december 2005 heeft appellant (hierna: de raad), voor zover thans van belang, de Lijst Tweede Woningen Skarsterlân per 7 juli 2005 (hierna: de lijst) definitief vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 7:1
Algemene wet bestuursrecht 8:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2008, 251 met annotatie van L.J.A. Damen
Gst. 2008, 78 met annotatie van L.J.M. Timmermans
JB 2008/45
JOM 2008/155
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200703288/1.

Datum uitspraak: 16 januari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de raad van de gemeente Skarsterlân,

appellant,

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/2634 van de rechtbank Leeuwarden van 5 april 2007 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

appellant.

1. Procesverloop

In zijn vergadering van 21 december 2005 heeft appellant (hierna: de raad), voor zover thans van belang, de Lijst Tweede Woningen Skarsterlân per 7 juli 2005 (hierna: de lijst) definitief vastgesteld.

Bij besluit van 26 september 2006 heeft de raad het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 5 april 2007, verzonden op 6 april 2007, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat de raad met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit moet nemen op het bezwaarschrift van [wederpartij]. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de raad bij brief van 8 mei 2007, bij de Raad van State ingekomen op 10 mei 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 12 juli 2007 heeft [wederpartij] een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 november 2007, waar de raad, vertegenwoordigd door A.C. Teuben-Bokma, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [wederpartij], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en mr. A.C. Zillinger Molenaar, advocaat te Heerenveen, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2.2 van de Huisvestingsverordening Skarsterlân 2005 (hierna: de verordening) is het verboden om zonder onttrekkingsvergunning een woonruimte, aangewezen in artikel 2.1 geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot permanente bewoning te onttrekken. Onder onttrekking wordt in ieder geval verstaan het gebruiken van deze woonruimte voor een ander doel dan permanente bewoning.

Ingevolge artikel 4.1, eerste lid, is de vergunningplicht, genoemd in artikel 2.2, niet van toepassing in het geval de aldaar bedoelde woonruimte op de dag van de inwerkingtreding van de verordening in gebruik is anders dan voor permanente bewoning en deze woonruimte is opgenomen op de "Lijst Tweede Woningen Skarsterlân per 7 juli 2005", welke lijst onderdeel van de verordening uitmaakt.

Ingevolge het tweede lid is de uitzondering zoals bedoeld in het vorige lid persoonsgebonden en geldt zij voor de rechthebbende op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening. In geval van overlijden van de rechthebbende wordt de ontheffing bovendien geacht te zijn verleend aan de erfgenaam in de eerste graad die door vererving, schenking of op andere wijze van rechtsopvolging eigenaar wordt/is geworden.

2.2. Vaststaat dat de woning van [wederpartij] aan de [locatie] te [plaats] met tien woningen van andere eigenaren op de lijst staat.

2.3. De raad heeft het bezwaar van [wederpartij] niet-ontvankelijk verklaard, omdat de lijst onderdeel is van een samenstel van algemeen verbindende voorschriften, waartegen ingevolge artikel 8:2, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) juncto artikel 7:1, eerste lid, van de Awb geen bezwaar en beroep openstaat.

2.4. De raad komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat de lijst een appellabel besluit is in de zin van de Awb en geen algemeen verbindend voorschrift. De raad voert aan dat de lijst een algemeen verbindend voorschrift is, omdat deze zodanig verknoopt is met de verordening dat zij daarvan niet los gezien kan worden. De raad voert verder aan dat vaststelling van de lijst geen rechtsgevolg heeft, omdat dit pas intreedt indien [wederpartij] een vergunning moet aanvragen.

2.5. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de lijst geen algemeen verbindend voorschrift is. Het individueel, persoonlijk en concreet benoemen van de overgangsgevallen betreft niet het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift. Een besluit waarin nader naar plaats, tijd of object de toepassing van een in een algemeen verbindend voorschrift besloten liggende norm wordt bepaald, kan zelf geen algemeen verbindend voorschrift zijn, omdat het geen zelfstandige normstelling inhoudt.

Met de vermelding van specifieke woningen met hun eigenaren op de lijst heeft de concretisering van de werkingssfeer van het overgangsrecht van de verordening tot individuele woningen en personen plaatsgevonden. Gevolg van plaatsing van een woning op de lijst is, dat deze wordt aangewezen als woonruimte die wordt gebruikt voor een ander doel dan permanente bewoning. De rechtbank heeft terecht overwogen dat een rechtsgevolg van het vaststellen van de lijst is, dat voor [wederpartij] op het moment van inwerkingtreden van de verordening geen vergunningplicht geldt. Daarnaast heeft de rechtbank het feit dat [wederpartij], of haar erfgenaam in de eerste graad, bij verkoop van de woning als recreatiewoning een onttrekkingsvergunning zal moeten aanvragen evenzeer terecht als rechtsgevolg beschouwd.

Gezien het voorgaande is de rechtbank op goede gronden tot de conclusie gekomen dat de raad het bezwaar van [wederpartij] ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt de raad der gemeente Skarsterlân tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Skarsterlân aan [wederpartij] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. B. van Wagtendonk en mr. D. Roemers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Van Hardeveld

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2008

312-440.