Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC1507

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-01-2008
Datum publicatie
09-01-2008
Zaaknummer
200708308/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 november 2007 heeft de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de minister) bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen overbrenging van gemengd metaalschroot door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Europe Metals B.V. (hierna: Europe Metals) naar de rechtspersoon Taizhou Changqing Metal Co. Ltd. (hierna: Taizhou Changqing) te China.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAF 2008/1 met annotatie van Van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200708308/1.

Datum uitspraak: 4 januari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Europe Metals B.V., gevestigd te Heeze, gemeente Heeze-Leende, en de rechtspersoon Taizhou Changqing Metal Co. Ltd., gevestigd te Taizhou (China),

verzoeksters,

en

de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 22 november 2007 heeft de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de minister) bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen overbrenging van gemengd metaalschroot door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Europe Metals B.V. (hierna: Europe Metals) naar de rechtspersoon Taizhou Changqing Metal Co. Ltd. (hierna: Taizhou Changqing) te China.

Tegen dit besluit hebben Europe Metals en Taizhou Changqing bezwaar gemaakt.

Bij brief van 28 november 2007, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hebben Europe Metals en Taizhou Changqing de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 december 2007, waar Europe Metals en Taizhou Changqing, vertegenwoordigd door mr. B.J.M. Veldhoven, advocaat te Den Haag, en C. van Pinxteren, en de minister, vertegenwoordigd door mr. E. Koornwinder, ambtenaar in dienst van het ministerie, en mr. G. Meertens en mr. H. Ulmer, werkzaam bij SenterNovem, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Europe Metals heeft kenbaar gemaakt voornemens te zijn om op grond van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van 14 juni 2006, betreffende de overbrenging van afvalstoffen (hierna: de Verordening) in de periode van 15 september 2007 tot en met 14 september 2008 gemengd metaalschroot over te brengen naar Taizhou Changqing te China.

2.2.    De minister heeft bij het bestreden besluit op grond van de Verordening primair bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen overbrenging, omdat het over te brengen gemengd metaalschroot deels bestaat uit fracties die vallen onder code GC 020 en de invoer in China van afvalstoffen die als zodanig kunnen worden geclassificeerd verboden is. Subsidiair heeft de minister bezwaren tegen het gebruik van een algemene kennisgeving, omdat het over te brengen gemengd metaalschroot bestaat uit meerdere categorieën afvalstoffen genoemd in bijlage III van de Verordening - hetgeen niet is toegestaan op grond van paragraaf 12.3.1 van het Landelijk Afvalbeheerplan - en omdat vanwege de restfractie van maximaal 45% kunststof niet kan worden gegarandeerd dat ieder transport in essentie over soortgelijke fysische en chemische eigenschappen beschikt. Daarnaast is verder bezwaar gemaakt, omdat vanwege voornoemde restfractie volgens de minister niet kan worden vastgesteld of de mate van nuttige toepassing de uitvoer rechtvaardigt.

   Ter zitting heeft de minister gesteld dat de voorgenomen overbrenging niet kan plaatsvinden nu de zogenaamde SEPA-vergunningen van Taizhou Changqing, welke onder meer als schriftelijke toestemming van de Chinese bevoegde autoriteit gelden, geen plastic - aanwezig in het over te brengen metaalschroot - omvatten.

2.3.    Europe Metals en Taizhou Changqing betogen dat de minister ten onrechte bezwaar heeft gemaakt tegen de voorgenomen overbrenging. Hiertoe voeren zij blijkens het verhandelde ter zitting concreet aan dat de fracties vallend onder code GC 020 draad en/of elektromotoren betreffen en dat de invoer hiervan niet is verboden door China. Verder voeren zij aan dat uit de Verordening niet volgt dat geen gebruik zou kunnen worden gemaakt van een algemene kennisgeving indien de over te brengen afvalstof uit meerdere categorieën bestaat. Wat betreft het percentage van de kunststoffractie voeren zij aan dat Europe Metals de minister bij brief van 30 oktober 2007 uitdrukkelijk heeft verzocht en gemachtigd dit percentage van 45% naar 5% aan te passen. Daarnaast voeren zij aan dat in de kennisgeving is vermeld dat in alle gevallen zeker 98% tot 99% van het gemengd metaalschroot zal worden hergebruikt, zodat de mate van nuttige toepassing wel kan worden vastgesteld.

   Naar aanleiding van hetgeen de minister ter zitting over de SEPA-vergunningen heeft gesteld hebben Europe Metals en Taizhou Changqing aangevoerd dat hen niet bekend is dat deze vergunningen niet toereikend zouden zijn. Volgens hen is dit wel het geval.

2.4.    De vragen of in dit geval de invoer van gemengd metaalschroot in China mogelijk is, of gebruik kan worden gemaakt van een algemene kennisgeving en of de mate van nuttige toepassing kan worden vastgesteld vergen nader onderzoek, waarvoor, op basis van de thans voorhanden gegevens en hangende de beslissing op bezwaar, de onderhavige procedure zich niet leent. In aanmerking genomen dat ter zitting is gebleken dat vanaf dat moment tot en met de eerste week van januari 2008 geen overbrengingen zullen plaatsvinden en door verweerder uiterlijk op 10 januari 2008 een beslissing op het gemaakte bezwaar zal worden genomen - een hoorzitting heeft op 21 december 2007 plaatsgevonden - ziet de voorzitter, bij afweging van de betrokken belangen, aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Van Leeuwen

voorzitter     ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2008

373.