Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2008:BC1012

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-01-2008
Datum publicatie
02-01-2008
Zaaknummer
200702754/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 januari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel (hierna: het college) geweigerd aan appellant bouwvergunning te verlenen  voor het bouwen van een dakkapel op het voordakvlak van de woning op het perceel [locatie] te Capelle aan den IJssel (hierna: het perceel).

Wetsverwijzingen
Woningwet
Woningwet 12
Woningwet 44
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2008/116
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200702754/1.

Datum uitspraak: 2 januari 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/3521 van de rechtbank Rotterdam van 26 maart 2007 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel (hierna: het college) geweigerd aan appellant bouwvergunning te verlenen  voor het bouwen van een dakkapel op het voordakvlak van de woning op het perceel [locatie] te Capelle aan den IJssel (hierna: het perceel).

Bij besluit van 25 juli 2006 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 26 maart 2007, verzonden op 27 maart 2007, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 18 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op 19 april 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 5 juni 2007 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 december 2007, waar appellant, in persoon en bijgestaan door mr. drs. R. Lagerweij, en het college, vertegenwoordigd door mr. B. Huizenaar en C. van Sonderen, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Appellant betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college de bouwvergunning niet had mogen weigeren op grond van strijd met redelijke eisen van welstand. Appellant voert daartoe aan dat redelijke eisen van welstand de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt om een dakkapel in het voordakvlak te bouwen niet onmogelijk mogen maken.

2.1.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in onder meer de uitspraak van 12 juli 2006 in zaak nr. 200507993/1 gaat het primaat van het bestemmingsplan niet zover dat geen ruimte meer is voor een negatief welstandsoordeel indien het ingediende bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Als echter moet worden vastgesteld dat verwezenlijking van uitdrukkelijk in het bestemmingsplan opgenomen bouwmogelijkheden onmogelijk wordt gemaakt dienen de in de gemeentelijke welstandsnota opgenomen welstandscriteria op grond van artikel 12, derde lid, van de Woningwet buiten toepassing te blijven.

2.1.2.    Ingevolge artikel 5 van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Fascinatio" (hierna: het bestemmingsplan) rust op het perceel de bestemming "Woondoeleinden (W)". In dat artikel is niet uitdrukkelijk bepaald dat het bouwen van een dakkapel in het voordakvlak is toegestaan. Alleen al om die reden vormt het advies van de welstandscommissie geen belemmering voor de verwezenlijking van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Verder wordt de onmogelijkheid om een dakkapel die aan de vereisten voldoet in het voordakvlak te bouwen eerder veroorzaakt door de specifieke architectuur van de woning die wordt gekenmerkt door een inspringend kort voordakvlak, dan door de aan het advies van de welstandscommissie ten grondslag liggende welstandscriteria.

   De toepassing van de welstandsnota op de door de welstandscommissie aangegeven en door het college overgenomen wijze blijft binnen de ruimte die met inachtneming van de uitgangspunten van het bestemmingsplan in de concrete situatie bij de welstandsbeoordeling bestaat. In aanmerking genomen dat appellant het advies van de welstandscommissie niet met een deskundigenrapport heeft bestreden, is de rechtbank terecht tot hetzelfde oordeel gekomen. Het betoog faalt.

2.2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink     w.g. Soede

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2008

270-560.