Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BB9486

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-12-2007
Datum publicatie
05-12-2007
Zaaknummer
200703675/1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 maart 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente (hierna: het college) [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het veranderen van een gevel / kozijn van zijn woning aan de [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Bouwregelgeving 2007/622
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200703675/1.

Datum uitspraak: 5 december 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. 06/1429 van de rechtbank Almelo van 20 april 2007 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 14 maart 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente (hierna: het college) [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het veranderen van een gevel / kozijn van zijn woning aan de [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 1 november 2005 heeft het college het door appellanten daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 augustus 2006 heeft de rechtbank Almelo (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep deels niet-ontvankelijk en deels gegrond verklaard en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar.

Bij besluit van 31 oktober 2006 heeft het college het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 april 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 25 mei 2007, bij de Raad van State ingekomen op 29 mei 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 22 juni 2007. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 5 juli 2007 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 november 2007, waar appellanten, vertegenwoordigd door [gemachtigde], het college, vertegenwoordigd door mr. S. Boonstra, werkzaam bij de gemeente, en [vergunninghouder], zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het geschil is beperkt tot de vraag of het bouwplan van [vergunninghouder], dat voorziet in het vergroten van een raam in de voorgevel van diens woning, voldoet aan redelijke eisen van welstand.

2.2.    Anders dan appellanten hebben betoogd is de rechtbank op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat het welstandsadvies van het Oversticht van 11 oktober 2006 naar inhoud en wijze van totstandkoming geen zodanige gebreken vertoont dat het college dit advies niet aan het besluit van 31 oktober 2006 ten grondslag heeft kunnen leggen. Het Oversticht heeft in zijn advies gemotiveerd aangegeven waarom het van oordeel is dat ten aanzien van het bouwplan, met inachtneming van de in de welstandsnota opgenomen criteria, een positief welstandsadvies kan worden gegeven. Daarbij is afdoende ingegaan op het door appellanten ingebrachte rapport van het Gelders Genootschap van 19 augustus 2005. Dat het Gelders Genootschap de criteria in de welstandsnota anders interpreteert doet aan de houdbaarheid van het advies van het Oversticht niet af.

   Voorts is de rechtbank tot het juiste oordeel gekomen dat de in de welstandsnota opgenomen sneltoetscriteria bepalend zijn voor beantwoording van de vraag of de behandelend ambtenaar de aanvraag kan afdoen zonder tussenkomst van de welstandscommissie maar niet maatgevend zijn voor de door de welstandscommissie uit te voeren beoordeling van aanvragen om een lichte bouwvergunning als waar het hier om gaat.

2.3.    Er is dan ook geen reden te oordelen dat het advies van het Oversticht niet aan de vergunningverlening ten grondslag kon worden gelegd. Voorts is in het advies en de beslissing op bezwaar deugdelijk gemotiveerd waarom het bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.

2.4.    Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Woningwet, heeft het college de door [vergunninghouder] gevraagde vergunning dan ook terecht verleend. De rechtbank is ook tot dat oordeel gekomen.

2.5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink     w.g. Boot

Lid van de enkelvoudige kamer     ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2007

202.