Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2007:BB5789

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-10-2007
Datum publicatie
17-10-2007
Zaaknummer
200700919/1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juni 2005 heeft de raad der gemeente Castricum (hierna: de gemeenteraad) verklaard dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor een gebied gelegen aan de [locatie] te [plaats].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200700919/1.

Datum uitspraak: 17 oktober 2007

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. WW44 06/1036 van de rechtbank Alkmaar van 22 december 2006 in het geding tussen:

appellanten

en

de raad der gemeente Castricum.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2005 heeft de raad der gemeente Castricum (hierna: de gemeenteraad) verklaard dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor een gebied gelegen aan de [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 12 januari 2006 heeft de gemeenteraad het door appellanten daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 december 2006, verzonden op 27 december 2006, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het door appellanten daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 31 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 2 februari 2007, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 26 februari 2007 zijn de gronden aangevuld. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 14 mei 2007 heeft de gemeenteraad van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 september 2007, waar appellanten in persoon en de gemeenteraad, vertegenwoordigd door drs. E.A. Boogaard, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is [hoveniersbedrijf] bij monde van [gemachtigden] verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het voorbereidingsbesluit is genomen op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Castricum in verband met zijn wens aan [hoveniersbedrijf] vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en vergunning te verlenen ten behoeve van het vernieuwen van een werkplaats/machineberging op het perceel gelegen aan de [locatie] te [plaats] (hierna: de werkplaats) in afwijking van het bestemmingsplan "Buitengebied". Appellanten wonen naast dit perceel.

2.2.    Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan de gemeenteraad verklaren, dat een bestemmingsplan wordt voorbereid (voorbereidingsbesluit). Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 8 december 2004 in de zaak no. 200404310/1) komt de gemeenteraad daarbij, in aanmerking genomen de bewoordingen van dat artikel en de aard van de bevoegdheid die daarin aan hem is toegekend, een ruime mate van beleidsvrijheid toe. Dit betekent dat indien een voorbereidingsbesluit wordt genomen teneinde een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening ten behoeve van een bouwplan mogelijk te maken, slechts dan aanleiding zal zijn voor de conclusie dat de gemeenteraad niet in redelijkheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit heeft kunnen overgaan indien reeds bij een globale beschouwing aanstonds duidelijk had behoren te zijn  dat het voorgenomen bouwplan in planologisch opzicht onaanvaardbaar is.

2.3.    De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat een dergelijk geval zich hier niet voordoet. Anders dan appellanten hebben betoogd heeft de rechtbank hierbij terecht in aanmerking genomen dat het bestemmingsplan "Buitengebied" voorziet in aanzienlijk ingrijpender bouwmogelijkheden dan met het onderhavige bouwplan is beoogd. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de gemeenteraad niet in redelijkheid tot het nemen van het voorbereidingsbesluit heeft kunnen overgaan.

    Voorts heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat bezwaren van appellanten tegen het bouwplan van [hoveniersbedrijf] in volle omvang aan de orde komen in het kader van het beroep van appellanten tegen de op basis van het voorbereidingsbesluit verleende vrijstelling en bouwvergunning. Hetgeen appellanten in dit verband in hoger beroep hebben aangevoerd, zal in deze procedure buiten beschouwing blijven.

2.4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump     w.g. Ouwehand

Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2007

224